<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Archief

Jezus geeft ons aan elkaar terug

KN Redactie 19 juni 2015
image

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

In de serie catecheses over het gezin laten we ons vandaag rechtstreeks inspireren door een verhaal dat wordt verteld door de evangelist Lucas, en dat we zojuist hebben gehoord (vgl. Lc. 7,11 – 15). Het gaat om een heel ontroerende scène, die ons de compassie laat zien van Jezus met de lijdende mens – in dit geval een weduwe die haar enige zoon heeft verloren – en het laat ons ook de macht zien die Jezus heeft over de dood.

Uitzonderlijk hartverscheurend
De dood is een ervaring die elk gezin aangaat, zonder ook maar één uitzondering. Zij maakt deel uit van het leven; maar toch, wanneer de dood gezinsleden treft, komt de dood ons nooit als iets natuurlijks voor. Voor ouders is het uitzonderlijk hartverscheurend als zij de eigen kinderen overleven, het gaat in tegen het wezen van de betrekkingen die zin geven aan het gezin als zodanig. Bij een verlies van een zoon of een dochter is het alsof de tijd stilstaat: er opent zich een afgrond, waarin zowel het verleden als de toekomst verdwijnen. De dood waardoor een klein of jong kind wordt weggenomen, is een slag die ingaat tegen alle beloftes, gaven en opofferingen uit liefde die vreugdevol werden geschonken aan het leven dat wij geboren hebben laten worden.

De dood treft ons
Heel vaak komen er ouders naar de Mis in Santa Marta met een foto van een zoon of van een dochter, klein of al ouder, die tegen me zeggen: “Hij of zij is overleden.” En de blik is dan zo vol pijn. De dood treft ons en als het om een kind gaat, treft zij ons diep. Het hele gezin blijft als het ware verlamd achter, sprakeloos.

Als een kind lijdt
En een kind dat alleen achterblijft door het overlijden van een of beide ouders, ondergaat iets dergelijks. Het vraagt: “Waar is papa? Waar is mama?” – “In de hemel” – “Maar waarom zie ik hem/haar niet?”. Achter die vraag gaat de angst schuil van het kind dat alleen achterblijft. De afgrond van het verlaten worden, die zich in het kind opent is des te beangstigender voor het kind omdat het nog niet voldoende ervaring heeft om ‘een naam te geven’ aan wat hem overkomt. “Wanneer komt papa terug? Wanneer komt mama terug?” Wat antwoord je, als een kind lijdt? Dat is wat de dood doet in een gezin.

Woede
In deze gevallen is de dood als een zwart gat, dat zich in het gezinsleven opent en waaraan we geen enkele verklaring kunnen geven. Soms wordt de schuld zelfs aan God gegeven. Hoeveel mensen – en ik begrijp hen – worden kwaad op God en gaan godslasteren: “Waarom heb Je mij mijn zoon, mijn dochter afgenomen? Maar God is er niet, God bestaat niet! Waarom heeft Hij dit gedaan?” Hoe vaak hebben we dit niet gehoord? Maar deze woede komt uit het hart, komt voort uit groot verdriet; het verlies van een zoon of van een dochter is een groot verdriet en dit komt voortdurend in gezinnen voor.

Haat, afgunst, trots, hebzucht
In die gevallen, zo zei ik al eerder, is de dood als een zwart gat. Maar de dood heeft ‘medeplichtigen’ die erger zijn dan zij, en die heten, haat, afgunst, trots, hebzucht; kort gezegd, de zonde van de wereld die werkt via de dood en haar nog erger maakt en onrechtvaardiger maakt dan zij al is. De gezinsbanden zijn dan de voorbestemde en machteloze slachtoffers van die machtige hulpkrachten van de dood, die de geschiedenis van de mensheid vergezellen.

Absurde ‘normaliteit’
Denken we eens aan de absurde ‘normaliteit’ waarmee op bepaalde momenten en op bepaalde plaatsen de gebeurtenissen die de dood afschuwwekkend maken, worden veroorzaakt door haat en onverschilligheid van andere menselijke wezens. Moge de Heer ons ervoor behoeden dat wij daaraan ooit zullen wennen!

Een echte geloofsdaad
In het volk van God, met de genade van zijn liefde ons geschonken in Jezus, laten veel gezinnen met hun daden zien, dat de dood niet het laatste woord heeft: dat is een echte geloofsdaad. Elke keer dat een in rouw gedompeld gezin – hoe vreselijk getroffen ook – de kracht vindt om het geloof en de liefde te behouden waardoor degenen die wij liefhebben bij elkaar worden gehouden, verhindert het dat de dood, ook nu al, alles van ons wegneemt. De duisternis van de dood wordt zo geconfronteerd met een krachtiger liefdesdaad.

De dood ‘haar angel’ ontnemen
“Mijn God, verlicht mijn duisternis!”, luidt het avondgebed van de Kerk. In het licht van de Verrijzenis van de Heer, die niemand verlaat van hen, die de Vader aan Hem heeft toevertrouwd, kunnen wij aan de dood ‘haar angel’ ontnemen, zoals de apostel Paulus het noemde (1 Kor. 15,55); zo kunnen wij voorkomen dat zij ons leven vergiftigd, onze genegenheden ijdel maakt, en dat wij vallen in de meest donkere afgrond.

De liefde laten groeien
In dit geloof kunnen wij elkaar troosten, in de wetenschap dat de Heer eens en voor altijd de dood heeft overwonnen. Onze geliefden zijn niet verdwenen in de duisternis van het niets: de hoop geeft ons zekerheid dat zij zich bevinden in de goede en sterke handen van God. De liefde is sterker dan de dood. Daarom is de weg die wij moeten gaan: de liefde laten groeien en sterker maken, zodat de liefde ons zal beschermen tot de dag waarop alle tranen zullen worden afgewist, als er “geen dood meer zal zijn, geen rouw, geen geween, geen smart” (Apok. 21,4).

Geboren en herboren
Als wij steunen op dat geloof, kan de rouwervaring een grotere solidariteit doen groeien tussen de gezinsleden, een nieuwe opening maken naar het verdriet van andere gezinnen, een nieuwe broederlijkheid doen ontstaan met gezinnen die in de hoop worden geboren en herboren. In hoop geboren en herboren worden, dat is wat het geloof ons geeft.

Dat is onze hoop!
Maar ik zou de laatste zin van het evangelie dat we vandaag hebben gehoord, willen benadrukken (vgl. Lc. 7,11-15). Nadat Jezus de jongeling tot leven heeft gewekt, die zoon van een moeder, die weduwe was, staat er in het Evangelie: “Jezus gaf hem aan zijn moeder terug.” En dat is onze hoop! Al onze geliefden die zijn overleden, zal de Heer aan ons teruggeven en wij zullen elkaar weer terugzien. Die hoop stelt niet teleur! Laten we goed onthouden wat Jezus deed: “En Jezus gaf hem aan zijn moeder terug”, dat zal de Heer doen met al onze geliefde gezinsleden!

Tegen de nihilistische visie
Dit geloof beschermt ons tegen de nihilistische visie op de dood, evenals tegen de valse vertroostingen van de wereld, zodat de christelijke waarheid “geen gevaar loopt te worden vermengd met mythologieën van allerlei soort, door toe te geven aan rituelen van bijgeloof, oud of modern” (Benedictus XVI, Angelus, 2 november 2008). Heden ten dage is het noodzakelijk dat de pastores en alle christenen op de meest concrete wijze uitdrukking geven aan de betekenis van het geloof in de context van het gezin dat in rouw gedompeld is. Het recht op verdriet mag niet worden ontkend – in rouw moeten wij huilen – ook Jezus “begon te wenen” en was “diep ontroerd” door de zware rouw van een gezin dat hij liefhad (Joh. 11,33 – 37).

De veilige overgang van de Heer
Maar toch kunnen wij eenvoudige maar krachtige getuigenissen krijgen van zoveel gezinnen die in de zware overgang van de dood in staat waren vast te houden aan de veilige overgang van de Heer, die geleden heeft en gestorven is, en aan zijn onherroepelijke belofte van de verrijzenis uit de doden. De kracht van Gods liefde is sterker dan de kracht van de dood. En van die liefde, juist van die liefde, moeten wij actieve “medeplichtigen” worden, met ons geloof!

De dood definitief verslagen
En laten we niet het gebaar van Jezus vergeten: “En Jezus gaf hem aan zijn moeder terug.” Dat zal Hij doen met al onze geliefden en met ons als wij elkaar terugzien, als de dood definitief in ons zal zijn verslagen, overwonnen door het kruis van Jezus. Jezus zal alle gezinnen aan elkaar teruggeven!