<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Inspiratie

Herders en wijzen, samen door de hemel

KN Redactie 9 januari 2016
image

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

In het evangelie van vandaag geeft het verhaal van de Wijzen uit het Oosten, die naar Bethlehem waren gekomen om de Messias te aanbidden, aan het feest van de Openbaring des Heren een vleug universaliteit. En dat is wat de Kerk wil uitstralen, dat verlangen dat alle volkeren van de aarde Jezus kunnen ontmoeten, zijn liefdevolle barmhartigheid kunnen ervaren. Dat is het verlangen van de Kerk: dat zij de barmhartigheid van Jezus, zijn liefde ondervinden.

Hem aanbidden

Christus is nauwelijks geboren, Hij kan nog niet praten, en toch kunnen alle volkeren – vertegenwoordigd door de Wijzen – Hem al ontmoeten, Hem erkennen, Hem aanbidden. De Wijzen zeggen: “Wij hebben zijn ster gezien en zijn gekomen om hem te huldigen” (Mt. 2,2). Herodes heeft dit gehoord zodra de Wijzen in Jeruzalem zijn aangekomen.

Het heil van allen

Deze Wijzen waren hoogstaande mannen, uit verre streken en verschillende culturen, en zij waren naar het land van Israël getrokken om de koning te aanbidden die daar geboren was. De Kerk heeft in hen altijd het beeld gezien van de hele mensheid, en met de viering van vandaag, van het feest van de Openbaring des Heren, wil zij als het ware respectvol elke man en elke vrouw op deze wereld wijzen op het Kind dat is geboren voor het heil van allen.

Onverlaten

In de kerstnacht heeft Jezus zich geopenbaard aan de herders, eenvoudige, niet hooggeachte mensen – sommigen zeggen onverlaten; zij waren het die als eersten een beetje warmte kwamen brengen in die koude grot in Bethlehem. En dan arriveren de Wijzen uit ‘zo verre land’, ook zij op een mysterieuze wijze aangetrokken door dit Kind.

De hemel

De herders en Wijzen zijn onderling zeer verschillend; maar één ding brengt hen samen: de hemel. De herders van Bethlehem snellen onmiddellijk toe om Jezus te zien, niet omdat zij zo uitzonderlijk goed zouden zijn, maar omdat zij ’s nacht waakten en toen zij hun ogen ten hemel hieven, een teken zagen, de boodschap aanhoorden en er gehoor aan gaven. Zo deden ook de Wijzen: zij zochten de hemel af, zagen een nieuwe ster, legden het teken uit en begaven zich op weg van verre.

Hart en geest openstellen

De herders en de Wijzen leren ons, dat als je Jezus wilt ontmoeten, het noodzakelijk is je blik op de hemel te richten, niet in jezelf gekeerd te zijn, verstrikt in je eigen egoïsme, maar je hart en geest open te stellen naar de horizon van God, die ons altijd verrast, zijn boodschappen te ontvangen, en er met spontaniteit en welwillendheid op te antwoorden.

Een grote troost

In het Evangelie staat dat de Wijzen, “toen ze de ster zagen met buitengewoon grote vreugde [werden] vervuld” (Mt. 2,10). Ook voor ons is het een grote troost de ster te zien, dat wil zeggen, ons geleid te voelen en niet aan ons lot overgelaten. En die ster dat is het Evangelie, het Woord van de Heer, zoals de psalm zegt: “Uw woord is een lamp voor mijn voeten, uw woord is een licht op mijn weg” (Ps. 119,105).

Naar het Evangelie luisteren

Dat licht leidt ons naar Christus. Als we niet naar het Evangelie luisteren, is het onmogelijk om Hem te ontmoeten! Want in feite, zijn de Wijzen, door de ster te volgen, bij de plaats gekomen waar Jezus zich bevond. En daar “zagen zij het Kind met Maria, knielden neer en huldigden het” (Mt. 2,11).

Niet tevreden met middelmatigheid

De ervaring van de Wijzen zet ons ertoe aan om ons niet tevreden te stellen met middelmatigheid, om niet te vegeteren, maar naar de betekenis van de dingen te vragen, en met hartstocht het grote mysterie van het leven te onderzoeken. Bovendien leert zij ons, ons niet te laten schandaliseren door het kleine en door de armoede, maar de grootsheid te herkennen in de nederigheid, en daarvoor te weten neer te knielen.

De Maagd Maria

De Maagd Maria die de Wijzen in Bethlehem ontving, helpt ons om onze blik op te heffen van ons zelf, en ons te laten leiden door de ster van het Evangelie om Jezus te ontmoeten, en te leren ons klein te maken om Hem te aanbidden. Zo zullen we aan de anderen een straal kunnen brengen van zijn licht en met hen de vreugde van de af te leggen weg kunnen delen.