<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Inspiratie

De Bijbelse boodschap is duidelijk: zich moedig openstellen om te delen, dat is barmhartigheid!

KN Redactie 15 februari 2016
image

Tijdens de algemene audiëntie van 10 februari sprak paus Franciscus over gerechtigheid en delen.

Beste broeders en zusters, goedemorgen en een mooie Vastentijd gewenst!

Het is mooi en betekenisvol dat deze audiëntie precies valt op Aswoensdag. We gaan beginnen met de Vasten, en vandaag gaan we het hebben over de oude instelling van het ‘jubeljaar’; dit is een oud gebruik waarover wordt geschreven in de Heilige Schrift. We vinden het in het bijzonder in het Boek Leviticus, die dat jaar presenteert als een hoogtepunt in het godsdienstige en sociale leven van het volk Israël.

‘Generaal pardon’

Om de 50 jaar “op de dag van de grote verzoening” (Lev. 25,9), als de barmhartigheid van de Heer over het hele volk werd afgeroepen, kondigde het geluid van de hoorn een groot moment van bevrijding aan. Zo lezen we inderdaad in het Boek Leviticus: “Dat vijftigste jaar moet een heilig jaar zijn: dan moet u in het land afkondigen dat alle bewoners hun slaven vrijlaten. Het moet een jubeljaar voor u zijn; iedereen wordt hersteld in zijn vroeger bezit en keert terug naar zijn familie. […] In het jubeljaar zal iedereen in zijn vroeger bezit worden hersteld.” (25,10.13).

Volgens deze voorschriften, als iemand verplicht was geweest om zijn land of huis te verkopen, kon hij dat in het jubeljaar weer in bezit nemen; en als iemand schulden had gemaakt en omdat hij niet in staat was die te betalen, gedwongen was om zich in dienst te stellen van zijn schuldeiser, kon hij nu vrij naar zijn familie terugkeren en zijn bezittingen terugkrijgen.

Het was een soort “generaal pardon”, waarmee iedereen weer in zijn oorspronkelijke situatie terug kon keren, met kwijtschelding van alle schulden, teruggave van land, en de mogelijkheid om opnieuw de ware vrijheid van de leden van het volk van God te genieten. Een ‘heilig’ volk, waar voorschriften zoals die van het jubeljaar dienden om de armoede en ongelijkheid te bestrijden, door een waardig leven voor iedereen te garanderen en een gelijke verdeling van het land om op te wonen en om in zijn levensonderhoud te voorzien.

Gelijkheid en solidariteit

Het centrale idee is dat de aarde oorspronkelijk aan God toebehoort en aan de mensen is toevertrouwd (vgl. Gen. 1,28-29), en dat daarom niemand zich het exclusieve eigendom ervan kan toe-eigenen, waardoor toestanden van ongelijkheid ontstaan. Daar zouden wij heden ten dage nog eens goed over kunnen nadenken; laten we elk voor zich eens nadenken of we te veel bezittingen hebben. Waarom zouden we er niet iets van laten aan hen die niets hebben? 10%, 50%. Ik zou zeggen: moge de Heilige Geest ieder van u inspireren.

Bij gelegenheid van het jubeljaar ontving degene die arm was geworden, dat wat nodig was om van te leven, en degene die rijk was geworden gaf aan de arme wat hij van hem afgenomen had. Het doel was een samenleving op te bouwen die was gebaseerd op gelijkheid en solidariteit, waar de vrijheid, het land en het geld weer algemeen goed werden en niet alleen iets voor enkelen, zoals nu het geval is, als ik me niet vergis.

Portemonnee

Bij benadering, de cijfers zijn niet zeker, maar 80% van de rijkdommen van de mensheid zijn in handen van minder dan 20% van de bevolking. En een jubeljaar – en dat zeg ik met een verwijzing naar onze heilsgeschiedenis – dient om ons te bekeren, zodat ons hart groter wordt, vrijgeviger, meer als van een kind van God, met meer liefde. Ik wil jullie iets zeggen: als deze wens, als het jubeljaar ons niet ook raakt in onze portemonnee, dan is het geen echt jubeljaar. Hebben jullie dat begrepen? En dat staat in de Bijbel! Dat is geen verzinsel van deze paus: het staat in de Bijbel. Het doel – zoals ik al zei – was een samenleving gebaseerd op gelijkheid en solidariteit, waar de vrijheid, het land en het geld gemeengoed werden en niet iets voor enkelen. Feitelijk was de functie van het jubeljaar om het volk te helpen de broederschap concreet te beleven, door wederzijdse hulp. We kunnen zeggen dat het Bijbelse jubeljaar een ‘Jaar van de Barmhartigheid’ was, omdat het werd beleefd in een oprecht streven naar het goede voor de broeder in nood.

Tiende

Zo zijn er nog andere instellingen en wetten die het leven van het volk van God regelden, opdat de barmhartigheid van God kon worden ervaren middels de barmhartigheid van de mensen. In die normen vinden wij ook vandaag nog waardevolle aanwijzingen, die ons aan het denken zetten. Zo is er bijvoorbeeld een Bijbelse wet die voorschrift dat de ‘tiende’ moet worden gestort, bestemd voor de Levieten, die belast waren met de eredienst en geen land bezaten, en aan de armen, de wezen en de weduwen (vgl. Deut. 14,22-29). Daarom werd erin voorzien dat een tiende deel van de oogst, of van de opbrengst van andere activiteiten, werd geschonken aan degenen die geen bescherming genoten en behoeftig waren, om zo omstandigheden van relatieve gelijkheid te bevorderen in een volk waar allen zich als broeders tegen over elkaar moesten gedragen.

Jezus is ook vreemdeling geweest

Dan was er ook nog de wet betreffende de ‘eerstelingen’. Wat is dat? Het eerste deel van de oogst, het meest kostbare deel moest worden gedeeld met de Levieten en de vreemdelingen (vgl. Deut. 18,4-5; 26,1-11), die geen land bezaten, zodat ook voor hen de aarde bron van voedsel en leven zou zijn. “Het land behoort aan Mij; u bent er vreemdelingen en gasten”, zegt de Heer (Lev. 25,23). Wij zijn allemaal gasten van de Heer, in afwachting van het hemelse vaderland (vgl. Heb. 11,13-16; 1 Pet. 2,11), geroepen om de wereld die ons ontvangt, bewoonbaar en menselijk te maken. En degene die fortuinlijker is, hoeveel ‘eerstelingen’ kan die niet geven aan iemand die in moeilijkheden is! Hoeveel eerstelingen! Niet alleen eerstelingen van de vruchten van het land, maar van elk andere arbeidsproduct, van loon, van spaargeld, er zijn zoveel zaken die worden bezeten en die soms worden verspild. Dat gebeurt ook vandaag. In het Bureau voor Pauselijke Liefdadigheid komen zoveel brieven aan met een beetje geld: “Dit is een deel van mijn loon om anderen te helpen”. Dat is zo mooi; anderen helpen, de liefdadigheidsinstellingen, de ziekenhuizen, de rusthuizen; ook geven aan vreemdelingen die op doortocht zijn. Jezus is ook zo’n vreemdeling op doortocht geweest in Egypte.

Vrijgevig

En juist hieraan denkend dringt de Heilige Schrift met nadruk erop aan vrijgevig te reageren op verzoeken om leningen, zonder pietepeuterige berekeningen en zonder onmogelijke rentes te vragen: “Vervalt uw broer tot armoede en kan hij zich niet handhaven, dan moet u hem hulp bieden, zodat hij bij u kan leven, op dezelfde wijze als een vreemdeling of een buitenlander. Uit eerbied voor uw God mag u van uw broer geen rente of toeslag vragen, zodat hij bij u kan blijven leven. Leen hem geld zonder rente en geef hem te eten zonder toeslag.” (Lev 25,35-37).

Zware zonde

Deze les is nog altijd actueel. Hoeveel gezinnen staan er niet op straat, slachtoffers van woeker! Laten we alstublieft bidden dat in dit jubeljaar de Heer uit de harten van ons allemaal de neiging haalt om steeds meer te willen, woeker. Dat Hij ons omkeert om vrijgevig te zijn, groot. Hoeveel situaties van woeker zien we niet en hoeveel lijden en angst wordt gezinnen daardoor niet aangedaan! En hoe vaak plegen mensen in wanhoop geen zelfmoord, omdat het hun niet meer lukt en ze geen hoop meer hebben; zij hebben geen hand die hen helpt; alleen een hand die komt om hen de rente te laten betalen. Woeker is een zware zonde, een zonde die schreeuwt tot God. De Heer daarentegen heeft zijn zegen beloofd aan hem die geeft met milde hand (vgl. Deut. 15,10). Hij zal je het dubbele geven, misschien niet in geld maar in andere zaken, maar God zal je altijd het dubbele geven.

Openstellen om te delen

Beste broeders en zusters, de Bijbelse boodschap is duidelijk: zich moedig openstellen om te delen, dat is barmhartigheid! En als wij barmhartigheid willen van God, laten we dan beginnen zelf barmhartig te zijn. Hier gaat het om: laten we beginnen barmhartig te zijn jegens onze medeburgers, tussen gezinnen, tussen volkeren, tussen continenten. Bijdragen aan de verwerkelijking van een wereld zonder armen, wil zeggen een samenleving creëren zonder discriminatie, gebaseerd op solidariteit die aanzet tot het verdelen van bezittingen, waarbij ook de hulpbronnen worden verdeeld op basis van broederschap en rechtvaardigheid. Dank u.