Katholiek Nieuwsblad

Landelijke aanpak laaggeletterdheid nodig

Landelijke aanpak laaggeletterdheid nodig
Foto: Alexis Brown - Unsplash

Tweeënhalf miljoen volwassenen in Nederland zijn laaggeletterd. Het wordt tijd dat we de urgentie van het probleem zien en dat de landelijke overheid met een meerjarig actieplan komt.

Hoe kan het toch dat we in Nederland - één van de rijkste landen ter wereld – geen goed antwoord hebben op het probleem van laaggeletterdheid? De tweeënhalf miljoen volwassenen die slecht kunnen lezen, schrijven en/of rekenen zijn nu teveel aangewezen op bereidwillige vrijwilligers en kortstondige projecten en programma’s.

Elke dag een nieuwe uitdaging

Voor deze mensen is elke dag een nieuwe uitdaging. Ze kunnen niet op bezoek gaan bij familie, omdat ze geen bus of trein durven te nemen: ze kunnen immers niet goed lezen wanneer zij op hun bestemming zijn. Ze nemen de medicijnen verkeerd in, omdat ze de bijsluiter niet begrijpen. Ze hebben vaak schulden, omdat het bijhouden van hun inkomsten en uitgaven voor hen ondoenlijk is. Ze vereenzamen, omdat ze buiten het sociale circuit komen te staan.

Behalve dat laaggeletterden vaker zelf problemen ervaren, zijn ze dikwijls ook minder in staat om hun kinderen te steunen in hun onderwijsloopbaan en hun zo optimale kansen te geven. Dit vergroot de tweedeling in de samenleving.

In ons digitale tijdperk en de informatiemaatschappij met zijn complexe kenniseconomie neemt het aantal laaggeletterden toe. Veel mensen die zich vroeger nog konden redden, kunnen nu nauwelijks meer meekomen. Volwassenen schamen zich of weten de weg naar hulp niet te vinden. Een toenemend aantal jongeren komt met een taalachterstand van school en ook nieuwkomers hebben soms moeite met lezen en schrijven.

De kloof dichten

Laaggeletterdheid is een taai, hardnekkig probleem, waarvoor helaas geen gemakkelijke, snelle oplossingen bestaan. Daarom is een stevige en goed georganiseerde onderwijsstructuur nodig. Met ruimte voor formeel onderwijs (op school) en informeel onderwijs (bijvoorbeeld door getrainde vrijwilligers begeleid door een docent), via publieke instellingen en private partijen. Zo lanceerde Duitsland onlangs een tienjarig actieprogramma tegen laaggeletterdheid en kennen landen als Denemarken, Ierland en België (Vlaanderen) een basisinfrastructuur voor volwasseneducatie.

Willen we de brug slaan en stappen zetten om de kloof daadwerkelijk te dichten, dan zijn bovendien meer opgeleide docenten nodig. Er dreigt een tekort aan docenten die les kunnen geven aan laaggeletterden met Nederlands als moedertaal. Ook zijn meer initiatieven en middelen nodig om doelgroepen te bereiken die uit zichzelf de stap om te gaan leren niet zo gemakkelijk zetten.

Actieplan nodig

Om laaggeletterdheid te herkennen en mensen te verwijzen naar een geschikt taalaanbod is daarnaast meer samenwerking nodig met en tussen de landelijke overheid, gemeenten, en organisaties als het UWV, sociale wijkteams en schuldhulporganisaties. En uiteraard inzet op preventie; leesbevordering op jonge leeftijd is cruciaal.

Zo’n brede onderwijsaanpak opzetten kun je niet alleen overlaten aan gemeenten, daar is een landelijk actieplan vanuit Den Haag voor nodig. Met kaders en richtlijnen die toegankelijkheid en kwaliteit borgen. Zodat er in het hele land voldoende betaalbare taalcursussen zijn en maatwerk geboden kan worden. Want een hoogopgeleide, ingeburgerde nieuwkomer die zijn Nederlands wil bijspijkeren vraagt iets heel anders dan een volwassene die in Nederland naar school is geweest, lang met zijn handen gewerkt heeft en nu wil werken aan zijn rekenvaardigheden.

Een pluim

(Beter) leren lezen en schrijven is de sleutel naar de oplossing van veel problemen. Het helpt mensen bij hun gezondheid, in hun loopbaan, helpt schulden te voorkomen, geeft zelfvertrouwen en kan leiden tot meer vertrouwen tussen overheid en burger. Essentieel voor een goed functionerende samenleving.

Gelukkig zien steeds meer wethouders die urgentie. In veel gemeenten zijn de afgelopen jaren taalhuizen of taalpunten verschenen en wordt er samengewerkt in taalnetwerken. De vele medewerkers en vrijwilligers die zich inzetten tegen laaggeletterdheid, verdienen een pluim.

Meedoen in de samenleving

De Algemene Rekenkamer stelde eerder dat met de huidige beleidsinzet en budgetten minder dan 5% van de doelgroep wordt bereikt. En dat dit niet zal leiden tot een afname van de groei van het aantal laaggeletterden.

We roepen daarom de politiek op om ambitieuzer te zijn en samen met ons en vele andere partners tot een meerjarige aanpak te komen die ertoe leidt dat structureel meer mensen mee kunnen doen in onze samenleving. Want onze samenleving wordt sterker als iedereen kan meedoen.

Geke van Velzen is directeur-bestuurder van Stichting Lezen & Schrijven.


Tags

© Katholiek Nieuwsblad