Katholiek Nieuwsblad - Sint Pieter Rome

Kinderen horen ook bij de Kerk

Kinderen horen ook bij de Kerk
Kinderen worden tijdens de vieringen vaak als ‘probleem’ beschouwd. Wat zegt dit over ons? (Foto: iStock)

De ‘Kerkproeverij’ is een mooi moment voor parochies om zich af te vragen: zijn (jonge) ouders en hun kinderen ook écht welkom in onze Kerk?

De ‘Kerkproeverij’, die op 9 en 10 september plaatsvindt, is een mooi oecumenisch initiatief. Kerkgangers worden aangemoedigd om in dat weekend iemand mee te vragen naar de kerk. Hopelijk kan dit ons als parochies ertoe aanzetten om ook mensen die nu al naar de kerk komen, te verwelkomen in de kerk. Dan doel ik op één groep in het bijzonder, namelijk op de (jonge) ouders en hun kinderen.

Ga maar weg

Onlangs sprak ik een moeder, die door zowel de koster als de priester gemaand werd weg te gaan met haar kind, omdat het te luidruchtig zou zijn in de kerk. Als een kind echt te veel lawaai maakt, is het natuurlijk vanzelfsprekend dat een ouder met het kind een andere ruimte opzoekt. Maar wat zegt dit over ons, dat we het gestommel van kinderen, met name in de vieringen, als een ‘probleem’ beschouwen?

Helaas gaan we er, bewust of onbewust, van uit dat iemand pas volwaardig lid is van de Kerk als hij of zij volwassen is. Onze parochies zijn gericht op volwassenen, bijvoorbeeld in de manier waarop de Eucharistie gevierd wordt, de inrichting van de ruimtes, het cursusaanbod en waar het geld aan wordt uitgegeven.

Elke gedoopte telt mee

We vergeten dan echter, dat iedere gedoopte door het doopsel deel uitmaakt van het Lichaam van Christus. Oók kinderen – en tieners, en jongeren – zijn op basis van het doopsel lid van de Kerk en niet pas als ze 18 jaar zijn. Dat betekent, dat elke gedoopte meetelt en overeenkomstig wat hij of zij kan, een bijdrage kan leveren aan de opbouw van de gemeenschap en de zending van de Kerk. Daarbij wetend dat het ontvangen van de sacramenten van vormsel en Eucharistie de initiatie in de Kerk compleet zullen maken.

Ik pleit er dan ook voor om kinderen, tieners en jongeren en wat zij in te brengen hebben in de Kerk serieuzer te nemen in onze parochies. We kunnen ons daartoe een aantal vragen stellen.

Vragen

Hoe kijken we aan tegen de jongere generaties? Hoe zien we de inspanningen voor de jongere generaties, bijvoorbeeld de kinderwoorddienst? Is die een soort ‘bezigheidstherapie’ tot de kinderen groot genoeg zijn? Of heeft het werken met kinderen, tieners en jongeren prioriteit en maken pastores en gelovigen er tijd en middelen voor vrij? En wordt er geïnvesteerd in de ouders, die immers de eerste opvoeders van deze kinderen zijn?

Hoe vieren we de Eucharistie? Is de manier van vieren mede gericht op kinderen, tieners en jongeren? (Waarbij de normale orde en opbouw van de Mis wordt aangehouden.) Er bestaat bijvoorbeeld een evangelieboek voor kinderen en er zijn eucharistische gebeden voor vieringen met kinderen. Is de homilie wel eens op hen gericht? Vieren we als gemeenschap – jong én oud – wel eens echt gezamenlijk de Eucharistie, of wordt er vooral apart gevierd met gezinnen? Duurt de Eucharistieviering niet onnodig lang? Maar bovenal: ervaren de kinderen bij ons volwassenen de vreugde van het geloof? Zien zij mensen die blij zijn met de aanwezigheid van Jezus in hun leven?

Bijdragen

Wat kunnen jongere generaties bijdragen? Wat kunnen kinderen, tieners en jongeren bijdragen aan de parochie en aan de zending van de Kerk? Vragen we hen wel eens om te helpen? Zij hebben veel talenten en enthousiasme in te brengen.

Waarom niet meer kinderen, tieners en jongeren inzetten om bijvoorbeeld te collecteren, koster te zijn, te lezen, de Mis te dienen, mensen te verwelkomen, technische apparatuur te bedienen, sociale media vorm te geven, lid te zijn van de pastoraatsgroep, mee te helpen met de kinderen of ze te ondersteunen bij het opzetten van een eigen initiatief binnen en buiten de Kerk? Willen wij hen begeleiden en het vertrouwen geven?

Het geloof doorgeven

Ten slotte, het zal niet altijd gemakkelijk zijn om de jongere generaties volledig deel te laten zijn van onze parochies. Maar dan is het goed om ons af te vragen: is het belangrijker dat het gaat zoals ik het wil en fijn vind, of dat in onze parochie een klimaat wordt geschapen waarin het geloof wordt doorgegeven aan de volgende generaties? Want “geloof is leven en als het geloof niet wordt doorgegeven, sterft het uit”, zoals een ongeletterde Afrikaanse vrouw zegt in het boek Gaat en onderwijst van Valeer Neckebrouck.

Laten we dit voor ogen houden, als we proberen om kinderen, tieners en jongeren en hun ouders (meer) te verwelkomen in onze parochies.

Mirjam Spruit is stafmedewerkster bij het Centrum voor Parochiespiritualiteit. Zie www.parochiespiritualiteit.org. Zie ook www.kerkproeverij.nl.

 


Tags

Katholiek nieuws in je mailbox:
Please wait

© Katholiek Nieuwsblad