Katholiek Nieuwsblad - Sint Pieter Rome

Honderd jaar katholiek OMO: feest of farce?

Honderd jaar katholiek OMO: feest of farce?
Leerlingen van OMO-scholen bezochten tijdens hun Romereis ook de Spaanse trappen. (Foto: Carin Zandbergen)

De grootste onderwijsorganisatie van Nederland bestaat honderd jaar. Reden voor een feest of heeft OMO haar bestaansrecht verloren?

De Vereniging Ons Middelbaar Onderwijs (OMO) viert dit schooljaar haar honderdjarig bestaan: een mijlpaal voor de grootste schoolbestuurder van Nederland.

Katholieke identiteit

Oud-OMO-conrector Theo Cuijpers beweert dat dit feest een farce is, omdat OMO als onderwijsorganisatie haar bestaansrecht heeft verloren (Brabants Dagblad van 8 december). De katholieke identiteit zou immers enkel en alleen bedoeld zijn als ‘een smoes om een grote en machtige organisatie overeind te houden’. Bovendien zou OMO met niet-katholieke leerlingen, leraren en zelfs bestuurders in haar midden niet meer katholiek te noemen zijn.

Katholiek onderwijs

Vanuit nostalgisch perspectief heeft Cuijpers gelijk, de oude roomse tijd van ‘oer-katholiek’ is voorbij. Vanuit theologisch, sociologisch en onderwijskundig perspectief wil ik aantonen dat Cuijpers de plank volkomen misslaat. Zo heeft hij duidelijk geen kaas gegeten van de kerkelijke visie op katholiek onderwijs. Sinds 1916 is er nogal wat gebeurd, bijvoorbeeld het beleidsbepalende Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965).

Cuijpers klaagt over niet-katholieke leerlingen en docenten, maar de katholieke benadering vraagt juist om de dialoog tussen de godsdiensten en zelfs met niet-gelovigen en atheïsten. Gelovigen mogen zich niet op een eiland terugtrekken, maar dienen de vragen, noden en strijd van de andersdenkenden te doorleven om God ook in die buitenwereld te vinden.

Zuurdesem

Een dergelijke levenshouding impliceert de mogelijkheid van een existentieel martelaarschap, namelijk het zo diep doorleven van vragen en noden van de mensheid dat het gevaar bestaat het eigen geloof te verliezen. Dat werkt beter dan hooghartig buiten de problematiek gaan staan en neerbuigend spreken over de problemen die andere mensen en groepen veroorzaken. Dan ligt het gevaar van farizeïsme of van het zoeken naar een zondebok al gauw op de loer.

De katholieke docenten en bestuurders hoeven geen meerderheid te vormen om een zuurdesem in de organisatie te zijn. En de aanwezigheid van andersdenkenden binnen de katholieke school maken een dialogisch platform mogelijk zoals de Kerk dat voorstaat.

Vleugje confessioneel

Sociologisch valt ook het nodige te zeggen. Al decennia wordt er wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het succes van katholiek onderwijs. Zo blijkt dat religieus niet (meer zo) betrokken ouders vaak kiezen voor liberaal confessioneel onderwijs uit de verwachting dat deze scholen in moreel opzicht beter zijn: als “een laatste bastion tegen de doorwerking van een lossere moraal onder de opgroeiende jeugd”.

Met de woorden van de socioloog Van Doorn : “Het gaat bij de schoolstrijd nog steeds, zoals vroeger, ‘om de zielen’, niet echter om ze voor de hemel te behouden, maar om ze op aarde in het rechte spoor te houden.”

Waarschijnlijk geeft de sensus fidelium (het innerlijk zintuig voor wat waardevol is) zo’n 60% van de ouders in dat een confessioneel vleugje geen kwaad kan. Waarschijnlijk vermoeden zij dat kinderen blootstellen aan een milde vorm van religieuze vorming een positief effect sorteert.

Puur positief

Sterker nog, een groeiende groep ouders vindt dat tegenwicht geboden moet worden aan waardenvervaging en aan spiritueel-levensbeschouwelijke ontworteling. Deze visie wordt bevestigd door breed onderzoek waaruit blijkt dat de meeste Nederlanders geloven in een of andere vorm van een hogere macht.

Uit eigen onderzoek onder duizenden leerlingen maak ik op dat velen een open spirituele benadering waarderen. Bovendien bleek uit mijn promotieonderzoek dat ruim 40% van een paar honderd leerkrachten in Brabant ervan overtuigd is dat hun pedagogische grondhouding op de een of andere manier te maken heeft met een spiritueel besef. En leidt tot een groter pedagogisch groei- en uithoudingvermogen in de praktijk. Puur positief dus.

Dialoog

Het katholiek onderwijs heeft de verzuiling overleefd, inderdaad. Maar ook hier maakt Cuijpers een fout. Hij suggereert dat OMO in haar ‘oer-katholieke’ beginjaren enkel en alleen voor katholieke leerlingen bestemd was. Dat is onjuist: praktisch gezien waren de meeste leerlingen katholiek, maar de scholen stonden fundamenteel open voor álle Brabanders. Dat was niet alleen de inzet van dr. Henrik Moller, maar ook van de priester-econoom prof. dr. Martinus Cobbenhagen (oprichter van de voorloper van de Tilburg University).

Tegelijkertijd heeft dit katholieke onderwijs een nieuwe bestaansvorm ontwikkeld waarbinnen de dialoog centraal staat. Het spirituele aspect is niet meer overheersend en soms zelfs (te) diep verborgen, maar toch – zeker indirect – vruchtbaar aanwezig. De katholieke benadering gaat daarbij uit van een fundamentele openheid naar en betrokkenheid op al wat bestaat. Het was deze openheid en betrokkenheid die dr. Henrik Moller met anderen inspireerde tot de oprichting van middelbaar onderwijs voor iedereen.

Openheid en betrokkenheid

En ook nu dragen onze OMO-scholen bij aan universele openheid en betrokkenheid. Zo leren moslims op katholieke scholen dat je wel degelijk serieus kunt geloven op een open, niet fundamentalistische manier; ouders uiten daar regelmatig hun dankbaarheid om.

En leerlingen met spirituele ervaringen kunnen hier soms voor het eerst hun verhaal kwijt. Katholieke en niet-katholieke jongeren leren niet alleen hun eigen, maar ook andermans tradities kennen en begrijpen. Onderzoek wijst uit dat een dergelijke mix voor alle partijen positief uitwerkt en bijdraagt aan burgerschapsvorming.

Romereis

Ten slotte, wat Cuijpers cynische reactie op de Romereis betreft: onze jongelui vonden het een reis om nooit te vergeten en alle klasgenoten leefden mee. Zo maakt OMO al honderd jaar zinvol onderwijs voor de Brabantse jeugd mogelijk. Vanuit een diep katholieke en sociale inspiratie opgericht, timmert OMO ook nu nog steeds aan de weg. De Romereis maakt duidelijk de katholieke inspiratie ook vandaag de dag nog tot de verbeelding van jonge mensen kan spreken.

Daarmee neemt OMO héél de mens serieus. Waar het huidige onderwijsbeleid zich soms blind staart op cognitieve prestaties en benchmarks, laat deze reis zien dat ook sociaal-emotionele, culturele en spirituele zaken jonge mensen kunnen inspireren om waarachtig mens en medemens te worden. Daarom, meneer Cuijpers, noem ik mij katholiek!

Dr. Bill Banning is onderwijspedagoog en theoloog, leraar OMO d’Oultremontcollege Drunen en identiteitsbegeleider SCALA Heusden.


Tags

Katholiek nieuws in je mailbox:
Please wait

© Katholiek Nieuwsblad