Katholiek Nieuwsblad

Gewetensbezwaren op de helling

Gewetensbezwaren op de helling
Foto: rawpixel.com on Unsplash

Er lijkt een beweging gaande richting een verwijsplicht voor artsen die zelf niet aan een abortus willen meewerken. Dat is zeer zorgelijk.

Ook al is het recht op abortus in Nederland breed geaccepteerd, toch hebben mensen regelmatig gewetensbezwaren bij medewerking eraan, of wroeging erna. Dat kan ook niet anders, want het gaat om moeder en kind. Dat fundamentele aanvoelen laat zich maar moeilijk veranderen.

Respect voor het menselijk leven

Dit geldt ook voor artsen. Over het algemeen staan zij met de beste bedoelingen mensen bij die zorg nodig hebben. Dit wordt verwoord in vele richtlijnen en verklaringen, van de oeroude Eed van Hippocrates tot de verklaring van de World Medical Association (WMA) over abortus.

Het respect voor het menselijk leven moet altijd voorop staan. Dit lijkt evident, maar er is nog steeds verschil van mening mogelijk over wat menselijk leven en goede zorg is. Merkwaardigerwijs kun je met de eis van respect voor menselijk leven voor ogen, toch discussiëren over hoe je abortus aan te kijken.

Schrikbarende beweging

Dit laatste blijkt uit een voorgenomen herziening van de verklaring over abortus van de WMA. De oude verklaring uit 1970 (herzien in 1983 en 2006) begon met de vereiste dat het respect voor het menselijk leven bewaard moest worden. In het herzieningsvoorstel is dat niet meer terug te zien.

Maar er is meer. Een aantal kleinere en grotere wijzigingen laat een schrikbarende beweging zien in wat artsen wereldwijd als wenselijk zien rond abortus. De reden voor deze wijzigingen is ongetwijfeld de groeiende overtuiging dat abortus geen buitengewone ingreep is, maar een recht dat de vrouw kan doen gelden. Dan wordt het zeer moeilijk om abortus als iets problematisch te zien.

Het geweten

Tot nu toe respecteerde de WMA de verschillende opvattingen over de waardigheid van het beginnend menselijk leven door te wijzen op de rol van ieders geweten. Dit doet natuurlijk ook al tekort aan de menselijke waardigheid in ieder stadium van het leven, maar in ieder geval kon een arts de eerbied voor het leven onverkort realiseren.

In de voorgenomen nieuwe verklaring wordt een arts met gewetensbezwaren ten aanzien van een zogenaamde ‘medisch geïndiceerde’ abortus, verplicht om vrouwen die zo’n abortus willen, te verwijzen.

Aantasting van de menselijke waardigheid

Daar kleven grote bezwaren aan. Dat een arts niet betrokken wil zijn bij abortus betekent veel meer dan dat hij die zelf niet wil uitvoeren, of er zich niet gemakkelijk bij voelt. Het betekent meestal dat hij het een aantasting vindt van de menselijke waardigheid om een ongeboren kind te doden, en er op geen enkele manier bij betrokken wil zijn. Verwijzen naar een andere arts betekent zo bijdragen aan het doden van een onschuldig mens.

Natuurlijk is het geweten van de een gevoeliger dan dat van de ander. Maar het hebben van gewetensbezwaren mag zeker niet betekenen dat je iemand iets helpt bereiken wat je zelf als ernstig kwaad beschouwt. Mensen zouden het zelfs als huichelachtig kunnen zien, dat iemand zelf zijn handen in onschuld wast terwijl hij het kwaad doen aan een ander overlaat.

Omhaal van woorden

Ook andere punten in het WMA-voorstel zijn zorgelijk. Er wordt op sommige vlakken opvallend weinig gezegd (“patiënten met morele overtuigingen moeten voldoende ondersteund worden en de noodzakelijke medische en psychologische behandeling krijgen”), en over het kind wordt zelfs helemaal niet gerept.

Een andere paragraaf put zich echter uit in een omhaal van woorden. Daar wordt gesteld dat de arts niet te veel noten op zijn zang moet hebben. Er wordt zeer moraliserend over gewetensbezwaren gesproken, en helder gemaakt dat de arts het verzoek om abortus van de vrouw niet tegen zou mogen spreken.

Deze paragraaf spreekt weliswaar niet expliciet, maar zeker tussen de regels door, over gewetensbezwaarde artsen als een onwenselijk fenomeen. Dat is geen onbekend verschijnsel meer, maar wel een ernstige ontwikkeling. Eerder al pleitte D66 voor een verwijsplicht bij euthanasie. Een verwijsplicht bij abortus zou een volgende stap op de glijdende schaal kunnen zijn.

Buitengewoon kostbaar

Mensen met een fijngevoelig gewetensoordeel zijn buitengewoon kostbaar. Zij zullen nog heel belangrijk blijken te zijn in een tijd waarin de waardigheid van iedere mens, vanaf de conceptie tot aan de natuurlijke dood, zo onder druk staat.

De WMA hangt zelf onder meer de zoekterm ‘fundamenteel recht’ aan het document. Het schrijnende is dat hier overduidelijk slechts het recht van de moeder bedoeld is, en niet het fundamentele recht op leven dat hoort bij ieder menselijk leven, geboren, of nog in de moederschoot.

Dr. Lambert Hendriks is moraaltheoloog en voorzitter van de Katholieke Stichting Medische Ethiek. Zie www.medische-ethiek.nl.


Tags

© Katholiek Nieuwsblad