Katholiek Nieuwsblad

Bemoei je niet met het huwelijk, overheid

Bemoei je niet met het huwelijk, overheid
Foto: AP

Wetgeving om partners te dwingen mee te werken aan de ontbinding van een religieus huwelijk, is vanuit katholiek perspectief geen goed idee.

In Trouw stonden onlangs twee artikelen over religieuze huwelijken waar mensen niet meer vanaf kunnen. Pauline Kruiniger van Maastricht University ziet na twee jaar onderzoek dit gegeven als een ernstig probleem.

De wetgeving zou moeten worden aangepast, vindt ze, om partners te dwingen mee te werken aan een ontbinding van het religieuze huwelijk. Anders blijven mensen aan zo’n huwelijk vast zitten. De onderzoekster verbreedt de problematiek uitdrukkelijk naar katholieke en protestantse huwelijken.

Op een hoop gegooid

In dit interview en in een artikel in dezelfde krant over het lot van mevrouw Noor Stevens, die vastzit aan zo’n ‘religieus huwelijk’, wordt dezelfde, veel voorkomende fout gemaakt: alle religies worden op een hoop gegooid. Pas halverwege het artikel over mevrouw Stevens wordt duidelijk dat het in haar geval over een islamitisch huwelijk gaat, aangezien er tegen haar een fatwa is uitgesproken.

Maar de islam is een totaalconcept dat ook het burgerlijk leven omvat en geen scheiding van Kerk en staat kent. Dat is een specifiek probleem dat een bepaalde godsdienst betreft. Door stelselmatig te verzwijgen over welke religie men het heeft, scheert men alle godsdiensten over één kam. Zo wordt hier het religieuze huwelijk in het algemeen tot probleem gemaakt. Dit lijkt een uiting van de opvatting dat alle godsdiensten gevaarlijk zijn en negatief beoordeeld moeten worden.

Wonderlijk genoeg is tegelijkertijd merkbaar dat te midden van alle godsdiensten de islam door exponenten van de seculiere samenleving vaak vrij positief wordt beoordeeld. Daarbij verzetten deze seculieren zich (terecht) tegen achterstelling van of negatieve beeldvorming over moslims, maar lijken (niet terecht) vragen over democratisch gehalte, de positie van vrouwen, godsdienstvrijheid en in het algemeen opvattingen over de scheiding van Kerk/godsdienstige organisatie en staat geen rol te (mogen) spelen.

Scheiding Kerk en staat

Hoe verleidelijk het ook is om mee te gaan met het voorstel van mevrouw Stevens, omdat méér mensen dan hun kerkelijk huwelijk voor een nietigverklaring aan de Kerk zouden voorleggen, toch is dat geen goed idee. Het lijkt me duidelijk dat op de scheiding van Kerk en staat moet worden gewezen. De burgerlijke overheid gaat niet over de keuze die mensen maken om een kerkelijk huwelijk aan te gaan en ook niet over de vraag of het kerkelijk huwelijk moet mee-evolueren met de opvattingen in de samenleving.

In dit verband is als onjuist en zelfs onrechtvaardig te beschouwen dat de burgerlijke overheid gelovigen die een kerkelijk huwelijk willen aangaan, ertoe verplicht eerst een burgerlijk huwelijk te sluiten dat kenmerken bezit die zij voor hun (kerkelijk) huwelijk wellicht helemaal niet wensen, terwijl tegelijkertijd mensen die niet kerkelijk huwen een ruime keuze hebben om hun relatie wettelijk te regelen.

Rechten van anderen

Verder is opvallend dat in de opvattingen die in de Trouw-artikelen naar voren worden gebracht iedere ondersteuning van stabiliteit voor een gezin ontbreekt. De individuele vrijheid van de persoon die van een huwelijk af wil, wordt zó absoluut gesteld dat er voor rechten van kinderen of de partner geen plaats meer schijnt te zijn. Toch wijzen onderzoeken uit dat (echt)scheidingen allerlei negatieve effecten op de kinderen hebben. En de gescheiden partners blijven natuurlijk altijd hun vader en moeder. Daar kunnen ze niet van af. Iedere breuk geeft een kras op de ziel van mensen.

De opvatting dat iemand altijd uit een huwelijk moet kunnen stappen, komt voort uit een bepaalde visie op mensen en hun rechten: dat de banden die iemand is aangegaan nooit boven de individuele vrijheid mogen gaan. Dat is een (neo-)liberale opvatting, die ook tot uiting komt in de voltooid-leven-discussie. De katholieke sociale leer gaat er daarentegen vanuit dat een mens geschapen is als sociaal wezen en dat de uitoefening van vrijheidsrechten gebalanceerd moet worden door de rechten en het welzijn van anderen en van de gemeenschap en niet absoluut kan zijn.

Vrijheid respecteren

De katholieke Kerk erkent een scheiding van Kerk en staat. De Kerk spreekt geen fatwa’s uit, stelt geen vervolging in en kent wél een eigen nietigverklaringsprocedure (ook als slechts één van de partners daarvoor kiest).

Uiteindelijk is het een mens die Jezus Christus in de Kerk wil volgen, die kiest voor het onverbreekbaar sacramenteel kerkelijk huwelijk en trouw wil zijn aan die keuze. De vrijheid van een mens om dat niet te doen, respecteren we, zoals God zelf onze vrije wil respecteert.

Mgr. dr. Jan Hendriks is hulpbisschop van Haarlem-Amsterdam. Hij is kerkjurist en lid van de apostolische signatuur, de hoogste kerkelijke rechtbank.


Tags

Katholiek nieuws in je mailbox:
Please wait

© Katholiek Nieuwsblad