Katholiek Nieuwsblad

Paus doopt 34 baby’s in Sixtijnse Kapel

Paus doopt 34 baby’s in Sixtijnse Kapel
De paus doopt jaarlijks op het feest van de Doop van de Heer een aantal kinderen in de Sixtijnse Kapel. Hier twee trotse ouders met hun kind tijdens de doopplechtigheid in 2017. (Foto: L'Osservatore Romano).

Om het geloof te kunnen doorgeven aan kinderen, is het nodig dat in gezinnen “de taal van de liefde” wordt gesproken. Dat zei paus Franciscus zondagochtend tijdens een Mis in de Sixtijnse Kapel waarin hij 34 kinderen doopte.

De Kerk viert op 8 januari het feest van de Doop van de Heer, de doop van Christus in de Jordaan door Johannes de Doper. Het is gebruikelijk dat de paus rond die dag een aantal kinderen doopt.

Doop is 'eerste stap om geloof door te geven'

In een korte, geïmproviseerde preek hield de paus de ouders van de zestien jongetjes en achttien meisjes voor dat het doopsel “de eerste stap is om het geloof door te geven. Wij hebben de Heilige Geest nodig om het geloof door te geven. En daarom zijn jullie hier gekomen om hen te dopen”.

Om het geloof door te kunnen geven moeten gezinnen – ouders en grootouders – hun eigen “dialect van liefde” vinden, aldus de paus. “De catechisten zullen dan later deze overdracht ontwikkelen met ideeën en uitleg.”

Als dat dialect ontbreekt, zei Franciscus, “als de taal van de liefde thuis niet wordt gesproken, dan is de overdracht niet zo gemakkelijk, dan zal ze niet mogelijk zijn. Vergeet dit niet. Het is jullie taak het geloof door te geven, maar het dialect van liefde, van jullie thuis, van het gezin”.

'Vergeet niet als kinderen te praten'

Hij wees erop dat kinderen dat dialect spreken en dat “Jezus ons aanraadt om als hen te zijn, om als hen te spreken. Wij moeten niet vergeten als hen te praten. Zij spreken zoals ze kunnen, maar het is een taal waar Jezus van houdt. En vertel Jezus in je gebeden over de eenvoudige dingen die je nodig hebt, zoals kinderen doen”.

Referend aan de “taal van kinderen” sloot de paus af met de opmerking dat als zij beginnen te huilen “omdat ze het koud hebben, warm hebben, honger hebben”, ouders niet bang moeten zijn hen te voeden. “Dit is ook een taal van liefde”.

Voorbeeld ouders en peetouders

Bij het angelusgebed op het Sint-Petersplein kwam de paus later kort terug op de doopplechtigheid. Hij liet zijn vreugde merken kinderen te hebben gedoopt en bad dat zij, onder de bescherming van Maria en “geholpen door het voorbeeld van hun ouders en peetouders” op mogen groeien als leerlingen van Christus.

'De Geest opent ogen van het hart voor de waarheid'

In zijn angelustoespraak nodigde Franciscus alle christenen uit hun doopdatum te achterhalen en die te vieren als de dag waarop zij van de Heer de Heilige Geest ontvingen die “de ogen van het hart opent voor de waarheid”.

Jezus’ doop, zei Franciscus, was een uiting van diens nederigheid en beschikbaarheid om zichzelf in de rivier van menselijkheid onder te dompelen. Aan de oevers van de Jordaan, voegde hij toe, hield God zich aan zijn belofte om het lot van de mensen in handen te nemen, en Jezus is het tastbare en definitieve teken.

God deed dit door de Geest, die ieder op de dag van zijn doop ontving. “Het is de Geest”, aldus de paus, “die aan ons de tederheid van de goddelijke vergeving overbrengt. En het is nog altijd de Heilige Geest, die het geopenbaarde Woord van de Vader doet weerklinken.”

De eigen doop gedenken

Daarom nodigt het feest van Jezus’ doop iedere christen uit zijn of haar eigen doop te gedenken, vervolgde Franciscus. Die vergeten, betekent het risico lopen te vergeten wat Christus voor ons heeft gedaan.

Door de doop zijn we nieuwe schepselen geworden, “bekleed met Christus”, en zijn we in staat “diegenen die ons kwetsen en schaden te vergeven en van hen te houden; we zijn in staat in de laatsten en in de armen het gezicht te herkennen van de Heer die ons bezoekt en dicht bij ons is”. (AsiaNews/news.va)


Tags

© Katholiek Nieuwsblad