Katholiek Nieuwsblad - Sint Pieter Rome

Wegen van hoop

Wegen van hoop
Foto: AP

Tijdens de algemene audiëntie van 25 januari sprak paus Franciscus over de moed van Judit die hoop geeft aan het volk.

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

Onder de vrouwen die in het Oude Testament worden geïntroduceerd, valt een grote heldin van het volk op: Judit. Het Bijbelboek dat haar naam draagt vertelt over de indrukwekkende militaire campagne van koning Nebukadnessar.

Grote vijand

Hij, de heerser van Nineve, breidt de grenzen van zijn rijk uit door alle volken daaromheen te verslaan en te onderwerpen. De lezer weet zich geplaatst voor een grote, onoverwinnelijke vijand die dood en verderf zaait en die tot aan het Heilig Land nadert en daarmee het leven van de zonen van Israël in gevaar brengt.

Het leger van Nebukadnessar, dat onder leiding staat van generaal Holofernes, belegert Betulia, een stad in Judea, en blokkeert de watertoevoer waardoor de tegenstand van de bevolking in de kiem wordt gesmoord.

Kritieke situatie

De situatie wordt kritiek, tot op het punt dat de inwoners van de stad zich tot de oudsten richten met de vraag zich over te geven aan de vijand. Het zijn wanhopige woorden die ze uitspreken: “Nu komt niemand ons te hulp. Integendeel, God heeft ons in hun handen overgeleverd en laat ons voor hun ogen van dorst omkomen en jammerlijk ten onder gaan. Roep ze dus en geef de stad over als buit voor het volk van Holofernes en heel zijn leger” (Judit 7,25-26).

Het einde lijkt inmiddels onontkoombaar, het vermogen om op God te vertrouwen is verdwenen. Het vermogen om op God te vertrouwen is verdwenen. En hoe vaak komen we zelf niet in extreme situaties terecht waarin we zelfs niet meer het vermogen voelen om vertrouwen te hebben in de Heer. Dat is een vreselijke bekoring!

Vijf dagen wachten

En vreemd genoeg, lijkt het erop dat, om te ontsnappen aan de dood, hen niets anders rest dan zich over te leveren in de handen van degenen die moorden. Ze weten dat deze soldaten binnen zullen komen om de stad buit te maken, de vrouwen tot slavin te maken en alle anderen te vermoorden. Dat is echt ‘de limiet’.

En geconfronteerd met zo veel wanhoop, probeert het hoofd van het volk een houvast van hoop te geven: nog vijf dagen weerstand bieden en wachten op het verlossende ingrijpen van God. Maar het is een magere hoop die hem doet eindigen met de woorden: “Maar mocht die termijn verstrijken zonder dat er hulp komt opdagen, dan zal ik doen wat u hebt voorgesteld” (Judit 7,31).

Wanhopig

Arme man: hij zag geen andere uitweg. Vijf dagen gaven ze God de kans – en daarin ligt de zonde; vijf dagen geven ze God de kans om in te grijpen; vijf dagen van wachten, maar al met het vooruitzicht van het einde.

Ze geven God vijf dagen de kans om hen te redden, maar ze weten dat ze geen vertrouwen hebben; ze verwachten het ergste. In werkelijkheid is niemand van het volk meer in staat om te hopen. Ze waren wanhopig.

Judit

Het is in die omstandigheden dat Judit ten tonele verschijnt. Een weduwe, een vrouw van grote schoonheid en wijsheid. Zij spreekt tot het volk met een taal van geloof. Moedig berispt ze rechtstreeks het volk (door te zeggen):

“U tracht de raadsbesluiten van de almachtige Heer te doorgronden, [...] Nee, broeders, maak de Heer onze God niet toornig. Ook als Hij ons niet binnen vijf dagen te hulp komt, dan blijft Hij toch bij machte, ons op de tijd die Hij verkiest te redden of te vernietigen voor het oog van onze vijand. [...] Laten we daarom geduldig blijven wachten tot Hij ons komt redden, en bidden dat Hij ons te hulp komt. Hij zal ons verhoren als het Hem behaagt” (Judit 8,13.14,15.17).

Taal van de hoop

Het is de taal van de hoop. Laten we op de poort van het hart van God kloppen, Hij is de Vader, Hij kan ons redden. Deze vrouw, een weduwe, loopt ook het risico om voor gek te staan ten overstaan van de anderen! Maar ze is moedig! Ze gaat door! Zo denk ik erover: vrouwen zijn moediger dan mannen (Applaus in de zaal).

En met de kracht van een profetes roept Judit de mannen van haar volk op om opnieuw hun vertrouwen te stellen op God; met de blik van een profetes, kijkt zij verder dan het beperkte vooruitzicht dat de leiders hebben gegeven en dat door de angst alleen maar meer beperkt wordt.

God redt

God zal zeker in actie komen, bevestigt zij, terwijl het voorstel om vijf dagen af te wachten een manier is om Hem uit te proberen en om zich aan zijn wil te onttrekken. De Heer is God van de redding, en zij gelooft daarin, welke vorm die ook aanneemt.

De redding kan betekenen bevrijding van de vijanden en in leven blijven, maar in zijn ondoorgrondelijke plannen kan redding ook betekenen de overlevering aan de dood. Als vrouw van geloof weet ze dat. Vervolgens kennen we het einde, we weten hoe het verhaal afloopt: God redt.

Vertrouwen

Beste broeders en zusters, laten we nooit voorwaarden stellen aan God en laten we daarentegen toe dat de hoop onze angsten overwint. Vertrouwen op God wil zeggen binnengaan in zijn plannen zonder verwachtingen, en ook accepteren dat zijn redding en zijn hulp op een andere manier tot ons komen dan we hadden verwacht.

Wij vragen de Heer om leven, gezondheid, liefde, geluk; en het is goed dat te doen, maar in de wetenschap dat God ook leven weet te halen uit de dood, dat vrede ook in ziekte ervaren kan worden en er ook rust te vinden is in de eenzaamheid en ook genade in het verdriet.

Weg van de hoop

Wij kunnen God niet leren wat Hij moet doen, waar wij behoefte aan hebben. Hij weet dat beter dan wij, en daar moeten we op vertrouwen, want zijn wegen en zijn gedachten zijn anders dan die van ons.

De weg die Judit ons wijst is die van vertrouwen, van het afwachten in vrede, van gebed en van gehoorzaamheid. Het is de weg van de hoop. Zonder simpelweg te berusten, door alles te doen wat tot onze mogelijkheden behoort, maar altijd in het spoor van Gods wil te blijven.

Zijn goedheid

Want, we weten het: ze heeft veel gebeden, ze veel tot het volk gesproken en vervolgens is ze moedig op weg gegaan, heeft een manier gezocht om in de buurt van het hoofd van het leger te komen en is erin geslaagd zijn hoofd af te hakken, om hem de keel door te snijden. Ze is moedig in het geloof en in de werken. En ze zoekt altijd de Heer!

Judit heeft dan ook haar plan, voert dat met succes uit en leidt het volk naar de overwinning, maar altijd met een houding van geloof van iemand die alles aanvaardt van de hand van God, in de zekerheid van zijn goedheid.

Wijsheid van God

Zo geeft een vrouw vol van geloof en moed weer kracht aan haar volk dat in doodsnood verkeert en leidt ze hen naar de wegen van hoop, en wijst ze die ook ons aan.

En als wij een beetje in onze herinnering graven, hoe vaak hebben we dan geen wijze, moedige woorden gehoord van bescheiden mensen, bescheiden vrouwen waarvan men dacht dat ze – zonder ze te minachten – onwetend waren... Maar het zijn woorden van wijsheid van God!

Hoop geven

De woorden van opa’s en oma’s... Hoe vaak weten zij niet het juiste te zeggen, een woord van hoop, omdat ze levenservaring hebben, veel hebben geleden, zich hebben toevertrouwd aan God en de Heer geeft dit geschenk door ons een advies van hoop te geven.

En door deze wegen te gaan, zal er vreugde zijn en het licht van Pasen als je je toevertrouwt aan de Heer met de woorden van Jezus: “Vader, als Gij wilt, laat dan deze beker Mij voorbijgaan. Maar toch: niet mijn wil, maar uw wil geschiede” (Lc. 22,42). En dat is het gebed van wijsheid, van vertrouwen en van hoop. (Vert. SvdB)


Tags

Katholiek nieuws in je mailbox:
Please wait

© Katholiek Nieuwsblad