Katholiek Nieuwsblad

We moeten waakzaam zijn

We moeten waakzaam zijn
Foto: AP

Tijdens de algemene audiëntie van 11 oktober sprak paus Franciscus over het waakzaam wachten op de Heer.

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

Ik wil vandaag graag stil blijven staan bij een aspect van de hoop, het waakzaam wachten. Het thema waakzaamheid is een van de leidraden van het Nieuwe Testament. Jezus leert zijn leerlingen: “Houdt uw lenden omgord en de lampen brandend, gedraagt u als mensen die wachten op de terugkomst van hun heer, die naar de bruiloft is, om als hij aankomt en klopt, hem aanstonds open te doen” (Lc 12, 35-36).

Verantwoordelijkheid

In de tijd die volgt op Jezus’ verrijzenis, waarin rustige en angstige momenten elkaar afwisselen, blijven de christenen nooit stil zitten. Het Evangelie adviseert om als dienaren te zijn die niet gaan slapen totdat hun heer thuis is gekomen.

Deze wereld vraagt van ons verantwoordelijkheid. Wij nemen die volledig met liefde op. Jezus wil dat ons bestaan actief is, dat wij waakzaam blijven, om elke nieuwe dag die God ons schenkt met dankbaarheid en verbazing te ontvangen. Elke ochtend is een witte pagina die door de christen beschreven kan worden met goede werken. Wij zijn reeds gered door Jezus’ verlossing, maar wachten nu op de volle openbaring van zijn heerschappij, wanneer God uiteindelijk alles in allen zal zijn. (vgl 1 Kor 15,28).

Ontmoeting met Jezus

Niets is in het geloof van de christen zo zeker als deze ‘afspraak’ met de Heer, wanneer Hij zal komen. En wanneer deze dag aan zal breken, willen wij christenen als de dienaren zijn die de nacht doorbrengen met hun lendenen omgord en hun lampen brandend. Wij moeten klaar staan voor de redding die komt, voor de ontmoeting. Hebben jullie erover nagedacht hoe deze ontmoeting met Jezus za zijn? Het zal een omhelzing zijn, een enorme vreugde! Wij moeten leven in afwachting van deze ontmoeting!

De christen is niet gemaakt voor de verveling, hoogstens voor het geduld. Hij weet dat in de eentonigheid van sommige dagen die hetzelfde zijn, een mysterie van genade verborgen ligt. Er zijn mensen die door de standvastigheid van hun liefde, een soort waterput worden die de woestijn van water voorziet. Niets gebeurt zomaar, en geen enkele situatie waarin een christen zich bevindt, is compleet ongevoelig voor de liefde. Geen enkele nacht duurt zo lang dat men de vreugde van het ochtendgloren vergeet.

Hoop en vertrouwen

Als wij gehecht blijven aan Jezus, verlamt de kou van moeilijke momenten ons niet. En als ook de hele wereld zou prediken tegen de hoop, als het zou beweren dat de toekomst alleen maar duisternis zal brengen, weet de christen dat in diezelfde toekomst de wederkomst van Christus besloten ligt. Niemand weet wanneer dit zal gebeuren. Maar de gedachte dat aan het einde van onze geschiedenis de Barmhartige Jezus wacht, is genoeg om vertrouwen te hebben en het leven niet te vervloeken.

Alles zal gered worden. Wij zullen lijden, er zullen momenten zijn van woede en verontwaardiging, maar de zoete en machtige herinnering aan Christus, zal de bekoring verdrijven van het denken dat dit leven niet goed is. Nadat wij Jezus hebben leren kennen, kunnen wij niet anders dan de geschiedenis te onderzoeken met hoop en vertrouwen.

Als een huis

Jezus is als een huis en wij bevinden ons in dat huis. Vanuit de ramen van dit huis kijken wij naar de wereld. Laten wij ons daarom niet opsluiten. Laten wij niet met weemoed terugblikken op een vermoedelijk gouden verleden, maar vooruit kijken naar een toekomst die niet alleen het werk is van onze handen, maar vooral een constante zorg voor ons van de voorzienigheid Gods. Alles wat troebel is, zal op een dag in licht veranderen. God spreekt zichzelf nooit tegen. Gos stelt nimmer teleur.

Zijn wil voor ons is niet troebel, maar is als een goed ontworpen heilsplan. “God wil dat alle mensen gered worden en tot de kennis van de waarheid komen” (1 Tm 2,4). Daarom geven wij ons niet over aan het pessimistisch meeveren met gebeurtenissen, alsof de geschiedenis een op hol geslagen trein is. De berusting is geen christelijke deugd.

Vredebouwers

Zo is het ook niet christelijk om de schouders op te halen, of het hoofd te buigen voor een lot dat onafwendbaar lijkt. Wie de wereld hoop brengt, is nooit een meegaand persoon. Jezus beveelt ons niet met de armen over elkaar op hem te wachten. “Gelukkig de dienaars, die de heer bij zijn komst wakende zal vinden” (Lc 12,37). Een echte vredebouwer zet uiteindelijk zijn persoonlijke vrede op het spel, door de problemen van de ander op zich te nemen.

Een meegaand persoon is geen vredebouwer, maar is lui, het is iemand die gemak zoekt. De christen is een vredebouwer wanneer hij risico’s neemt, wanneer hij de moed heeft risico’s te nemen om het goede te brengen. Het goede dat Jezus ons schonk als een schat. Laten wij op iedere dag van ons leven dezelfde aanroeping gebruiken van de eerste leerlingen.

‘Kom Heer Jezus’

Zij drukten in de Aramese taal met Marana tha, het ‘Kom Heer Jezus’ uit, dat wij terugvinden in het laatste vers van de Bijbel (Ap 22,20). Het is als een refrein van het christelijk bestaan. In onze wereld hebben wij niets anders nodig dan een liefkozing van Christus. Wat een genade, wanneer wij tijdens het gebed, tijdens de moeilijke dagen van dit leven, zijn stem horen die ons antwoordt en ons geruststelt: “Zie ik kom spoedig!” (Ap 22,7) (Vert. FP)


Tags

Katholiek nieuws in je mailbox:
Please wait

© Katholiek Nieuwsblad