Katholiek Nieuwsblad - Sint Pieter Rome

Voor altijd samen met de Heer

Voor altijd samen met de Heer
(Foto: AP)

Tijdens de algemene audiëntie van 1 februari sprak paus Franciscus over de ‘de helm van de hoop’ (vlg. 1 Tes. 5,4-11).

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

In de vorige catecheses zijn we onze weg begonnen rond het thema van hoop en met dat doel hebben we een aantal pagina’s in het Oude Testament gelezen. Nu willen we de buitengewone wijze belichten waarop deze deugd vorm krijgt in het Nieuwe Testament, bij de ontmoeting met het nieuwe dat vertegenwoordigd wordt door Jezus Christus en door wat er met Pasen gebeurt: de christelijke hoop. Wij christenen zijn vrouwen en mannen van hoop.

Frisheid en schoonheid

Dat is wat op een duidelijke manier naar voren komt vanaf de eerste tekst die geschreven is, ofwel de Eerste Brief van de apostel Paulus aan de Thessalonicensen. In de passage die we hebben gehoord, kunnen we de frisheid en de schoonheid ontwaren van de eerste christelijke verkondiging.

De gemeenschap van Thessalonica was een jonge gemeenschap, pas kort daarvoor gesticht; maar ondanks de moeilijkheden en de vele beproevingen was die geworteld in het geloof en viert de gemeenschap met enthousiasme en vreugde de verrijzenis van de Heer Jezus. De apostel verheugt zich dus van harte met hen alleen, opdat allen die opnieuw geboren worden met Pasen daadwerkelijk “kinderen van het licht, kinderen van de dag” (1 Tes. 5,5) worden, in de kracht van de volledige eenheid met Christus.

Op het moment dat Paulus ze schrijft, is de gemeenschap van Thessalonica net gesticht, en het is slechts een paar jaar geleden sinds het Pasen van Christus. Om die reden probeert de apostel alle gevolgen en consequenties te doen begrijpen die deze unieke en beslissende gebeurtenis, namelijk de verrijzenis van de Heer, met zich meebrengt voor de geschiedenis en voor het leven van iedereen.

De wederopstanding van de doden

Meer in het bijzonder was het probleem van de gemeenschap niet zo zeer de verrijzenis van Jezus te erkennen, want daar geloofden ze allemaal in, maar te geloven in de wederopstanding van de doden. Ja, Jezus is verrezen, maar het moeilijke was te geloven dat de doden weer opstaan.

In die zin is deze brief actueler dan ooit. Elke keer dat we geconfronteerd worden met onze dood, of met die van een geliefde, voelen we dat ons geloof op de proef wordt gesteld. Al onze twijfels komen naar boven, al onze kwetsbaarheid, en we vragen ons af: “Maar zal er echt een leven na de dood zijn...? Zal ik de mensen die ik heb liefgehad nog kunnen zien en omhelzen...?” Deze vraag werd me een paar dagen geleden tijdens een audiëntie gesteld door een mevrouw, en die drukte twijfel uit: “Zal ik mijn ouders ontmoeten?”

De wortels van ons geloof

Ook wij hebben er in de huidige context behoefte aan om terug te keren naar de wortels en de fundamenten van ons geloof, zodat we ons bewust kunnen worden van wat God voor ons bewerkstelligt heeft in Jezus Christus en wat onze dood betekent. We zijn allemaal een beetje bang voor die onzekerheid van de dood.

Ik herinner me een oude man, een bejaarde, een goede man, die zei: “Ik ben niet bang voor de dood. Ik ben een beetje bang om die te zien aankomen.” Daar was hij bang voor.

De christelijke hoop

Geconfronteerd met de angsten en de onzekerheden van de gemeenschap, nodigt Paulus uit om “de heilsverwachting” stevig op het hoofd te houden als een helm, vooral in de beproevingen en op de moeilijkste momenten in ons leven. Een helm. Dat is wat de christelijke hoop is.

Als er gesproken wordt over hoop, kunnen we de neiging hebben die te zien in de algemene zin van het woord, namelijk met betrekking tot iets moois waarnaar we verlangen, maar dat al dan niet bewaarheid wordt. We hopen dat het gebeurt, het is als een wens. Er wordt bijvoorbeeld gezegd: “Ik hoop dat het morgen mooi weer wordt!”, maar we weten dat het de dag erna ook slecht weer kan worden...

De christelijke hoop werkt niet zo. De christelijke hoop is de verwachting van iets dat al is volbracht; de poort is daar, en ik hoop bij die poort te komen. Wat moet ik doen? Naar die poort wandelen! Ik ben er zeker van dat ik bij die poort zal komen. Dat is de christelijke hoop: de zekerheid hebben dat ik op weg ben naar iets dat er is, niet iets dat ik wil dat er is. Dat is de christelijke hoop.

De christelijke hoop is de verwachting van iets dat al is volbracht en dat zeker bewaarheid wordt voor ieder van ons. Ook onze verrijzenis en die van onze dierbare overledenen dus; het is niet iets dat kan gebeuren of niet, maar het is een absolute realiteit, omdat die geworteld is in de gebeurtenis van de verrijzenis van Christus.

Leren leven in de verwachting

Hopen betekent dus leren te leven in de verwachting. Leren te leven in de verwachting en het leven vinden. Wanneer een vrouw ontdekt dat ze zwanger is, leert ze elke dag te leven in afwachting van het zien van de blik van het kind dat zal komen.

Zo moeten ook wij leven en leren van dit menselijk wachten en leven in de verwachting de Heer te zien, de Heer te ontmoeten. Dat is niet eenvoudig, maar je kunt het leren: leven in de verwachting. Hopen betekent en omvat een nederig hart, een arm hart. Alleen een arme weet af te wachten. Wie al vol van zichzelf en van zijn bezittingen is, weet zijn vertrouwen niet te stellen op iemand anders, maar alleen op zichzelf.

Grote troost en vrede

De apostel Paulus schrijft ook: “[Jezus] die voor ons gestorven is, opdat wij, wakend of reeds ontslapen, met Hem verenigd zouden leven” (1 Tes. 5,10). Die woorden zijn altijd een reden tot grote troost en vrede. We zijn dus geroepen om ook te bidden voor de geliefde mensen die ons hebben verlaten, opdat ze leven in Christus en in volledige eenheid zijn met ons.

'Samen zijn met de Heer'

Ik word enorm geraakt door iets dat de apostel Paulus zegt, nog altijd gericht tot de Thessalonicensen. Het vervult mij met de zekerheid van de hoop. Hij zegt het volgende: “En zo zullen wij voor altijd samen zijn met de Heer” (1 Tes. 4,17). Dat is een mooi iets: alles gaat voorbij, maar na de dood zullen we voor altijd samen zijn met de Heer.

Dat is de totale zekerheid van de hoop, dezelfde die, veel eerder, Job had doen uitroepen: “Want ik weet, ik ben er zeker van: mijn verdediger leeft (...). Aan mijn zijde zal ik Hem zien, met eigen ogen” (Job, 19,25.27). En zo zullen we voor altijd samen zijn met de Heer. Geloven jullie dit? Ik vraag jullie: geloven jullie dit?

Om wat kracht te krijgen nodig ik jullie uit om drie keer samen met mij te zeggen: “En zo zullen wij voor altijd samen zijn met de Heer.” En daar, samen met de Heer, zullen we elkaar ontmoeten. (Vert. SvdB)


Tags

Katholiek nieuws in je mailbox:
Please wait

© Katholiek Nieuwsblad