Katholiek Nieuwsblad

Stel je hoop op God

Stel je hoop op God
Paus Franciscus voorafgaand aan de algemene audiëntie van 11 januari (Foto: AP)

Tijdens de algemene audiëntie van 11 januari sprak paus Franciscus over het stellen van valse hoop op afgoden.

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

In de maand december en in het eerste deel van januari hebben we eerst de adventstijd gevierd en daarna de kersttijd: een periode in het liturgisch jaar die in het volk van God weer hoop opwekt. Hopen is een basisbehoefte van de mens: hopen op de toekomst, geloven in het leven, het zogenaamde ‘positief denken’.

Valse hoop

Maar het is belangrijk dat die hoop geplaatst wordt in dat wat werkelijk kan helpen om te leven en zin te geven aan ons bestaan. Het is daarom dat de Heilige Schrift ons waarschuwt voor de valse hoop die de wereld ons voorhoudt en waarvan de wereld de nutteloosheid verbergt en de dwaasheid ervan laat zien.

En de wereld doet dat op verschillende manieren, maar vooral door het verkondigen van de onwaarheden van de afgoden waarop de mens voortdurend geneigd is zijn hoop te stellen en er het object van zijn hoop van te maken.

Vertrouwen op God

De profeten en de wijzen benadrukken dit in het bijzonder en raken daarmee aan een cruciaal punt van de geloofsweg van de gelovige. Want het geloof is vertrouwen op God – wie gelooft heeft, vertrouwt op God -, maar er komt een moment dat de mens geconfronteerd wordt met de moeilijkheden in het leven en de kwetsbaarheid van dit vertrouwen ervaart en de behoefte voelt aan andere zekerheden, tastbare, concrete zekerheden.

Ik vertrouw op God, maar de omstandigheden zijn wat lastig en ik heb behoefte aan meer concrete zekerheden. En daarin schuilt het gevaar! En dan zijn we geneigd om troost te zoeken, ook de vluchtige troost, die de leegte van de eenzaamheid lijkt te vullen en de moeilijkheden van het geloven lijkt te verzachten.

Valse zekerheden

En wij denken dat te kunnen vinden in de zekerheid die geld kan bieden, in de allianties met de machtigen, in de wereldsheid, in de valse ideologieën.

Soms zoeken we het in een god die kan zwichten voor onze verzoeken en op magische wijze in kan grijpen om de werkelijkheid te veranderen en die te maken zoals wij het willen; een afgod dus, die als zodanig niks kan doen, machteloos en leugenachtig. Maar wij vinden de afgoden fijn, wij vinden ze heel fijn!

Waarzeggers

In Buenos Aires moest ik een keer van de ene kerk naar de andere, een afstand van duizend meter, min of meer. En die legde ik wandelend af. Er lag een park in het midden en in dat park stonden kleine tafeltjes, echt veel, heel veel, waaraan waarzeggers zaten.

Het zag er zwart van de mensen, er stond zelfs een rij. Je gaf hem je hand en hij begon; maar het gesprek was altijd hetzelfde: er is een vrouw in je leven, er staat iets naars te gebeuren, maar alles zal goed komen....en dan betaalde je. En geeft dat je zekerheid? Dat is de zekerheid van een, excuses voor het taalgebruik, van een stompzinnigheid.

Naar een waarzegger of waarzegster gaan die tarotkaarten leest: dat is een afgod! Dat is de afgod en wat zijn we daaraan gehecht: we kopen valse hoop. Terwijl we op de gratis hoop die Jezus ons gebracht heeft, die om niet het leven voor ons heeft gegeven, daarop vertrouwen we niet erg.

Psalm 115

Een psalm die vol wijsheid is geeft ons op heel treffende wijze een beeld van de onwaarheid van deze afgoden die de wereld als antwoord geeft op onze hoop en waarop de mensen in elk tijdperk geneigd zijn te vertrouwen. Het gaat om psalm 115 die als volgt zegt:

“Hun goden zijn afgoden: zilver en goud, maaksel van mensenhanden: hebben een mond - maar zij kunnen niet spreken, ogen hebben ze - kunnen niet zien, oren hebben ze - kunnen niet horen, hebben een neus - en toch ruiken zij niets! Kunnen met hun handen niet grijpen, kunnen met hun voeten niet gaan. Verstoken van stem is hun keel. En hun evenbeeld zijn hun makers, ja elk die op hen zich verlaat (Ps. 115,4-8).

Afgoden

De psalmist presenteert ons, ook op enigszins ironische wijze, de absoluut vluchtige werkelijkheid van deze afgoden.

En we moeten begrijpen dat het niet alleen gaat om beelden van metaal of van ander materiaal, maar ook om beelden die we met onze geest maken wanneer we vertrouwen op beperkte werkelijkheden die we veranderen in absolute werkelijkheden, of wanneer we God reduceren tot onze plannen en onze ideeën van goddelijkheid;

een god die op ons lijkt, begripvol, voorspelbaar, net zoals de afgoden waarover de psalm het heeft. De mens, beeld van God, fabriceert zelf een god naar zijn eigen beeld en dat is ook een slecht gelukt beeld: het voelt niet, het doet niets en het kan vooral niet praten.

De hoop van de Heer

Maar we zijn blijer als we naar die afgoden kunnen gaan dan als we naar de Heer gaan. We zijn vele malen gelukkiger met deze voorbijgaande hoop die zo’n valse afgod ons geeft dan met de grote zekere hoop die de Heer ons geeft.

Tegenover de hoop op een Heer van het leven die met zijn Woord de wereld heeft geschapen en ons bestaan begeleidt, wordt het vertrouwen in sprakeloze schijnbeelden gesteld. De ideologieën met hun pretentie absoluut te zijn, de rijkdommen – dat is een grote afgod -, de macht en het succes, de ijdelheid, met hun illusie van eeuwigheid en almacht, waarden als de fysieke schoonheid en gezondheid.

Dood en leven

Wanneer het afgoden worden waar we alles voor opofferen, zijn het allemaal werkelijkheden die het hoofd en het hart door elkaar halen, en in plaats van te kiezen voor het leven, leiden ze tot de dood.

Het is vreselijk te horen en het doet de ziel pijn wat ik een keer, jaren geleden, hoorde in het bisdom Buenos Aires: een goede vrouw, erg knap. Ze was trots op haar schoonheid en zei alsof het normaal was: “Nou ja, ik heb abortus moeten laten plegen want mijn figuur is erg belangrijk.” Dat zijn de afgoden en ze leiden je naar de verkeerde weg en maken je niet gelukkig.

Illusies van de wereld

De boodschap van de psalm is heel duidelijk: als je je hoop vestigt op de afgoden, wordt je zoals zij: lege afbeeldingen met handen die niet aanraken, voeten die niet wandelen, monden die niet kunnen praten. Je hebt niets te zeggen, je wordt machteloos om te helpen, dingen te veranderen, niet in staat om te lachen, jezelf te geven, niet in staat om lief te hebben.

En ook wij, mannen van de Kerk, lopen dit risico als we ‘van de wereld worden’. We moeten in de wereld blijven, maar ons verdedigen tegen de illusies van de wereld, die de afgoden zijn die ik net noemde.

De hoop stelt niet teleur

Zoals de psalm vervolgens zegt, moeten we vertrouwen en hopen op God, en God zal ons zijn zegen geven. Dit zegt de psalm:

“Israël, bouw op de Heer, [...] Huis van Aäron, bouw op de Heer, [...] Gij die de Heer vreest, bouwt op de Heer, [...] Ons gedenkt de Heer, Hij wil ons zegenen” (Ps. 115, 9.10.11.12).

De Heer gedenkt ons altijd. Ook op de moeilijke momenten gedenkt Hij ons. En dat is onze hoop. En de hoop stelt niet teleur. Nooit. Nooit. De afgoden stellen altijd teleur: het zijn fantasieën, niet de werkelijkheid.

De genade van God

Zie hier de ongelofelijke werkelijkheid van de hoop: door op de Heer te vertrouwen word je zoals Hij; zijn genade verandert ons in zijn kinderen die zijn leven delen. De hoop op God doet ons binnengaan in de actieradius, om maar zo te zeggen, van zijn herinnering, van zijn geheugen dat ons zegent en ons redt.

En dan kan het Halleluja stromen, de lof aan de levende en ware God die voor ons is geboren uit Maria, aan het kruis is gestorven en in de glorie is verrezen. En in deze God stellen wij onze hoop, en deze God, die geen afgod is, stelt nooit teleur. (Vert. SvdB)


Tags

Katholiek nieuws in je mailbox:
Please wait

© Katholiek Nieuwsblad