Katholiek Nieuwsblad - Sint Pieter Rome

Maria Magdalena, apostel van de hoop

Maria Magdalena, apostel van de hoop
Foto: AP

Tijdens de algemene audiëntie van 17 mei sprak paus Franciscus over Maria Magdalena, de apostel van de hoop.

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

Deze week verplaatst onze blik zich, om maar zo te zeggen, naar het domein van het Paasmysterie. Vandaag ontmoeten we de vrouw die volgens de evangeliën de eerste is die de verrezen Jezus ziet: Maria Magdalena.

De weg naar het graf

De sabbatsrust was net voorbij. Op de dag van de passie was er geen tijd geweest om de begrafenisriten te voltooien; daarom gaan de vrouwen op deze vroege ochtend vol van verdriet met geurende kruiden naar het graf van Jezus. De eerste die arriveert is zij: Maria van Magdala, een van de leerlingen die vanuit Galilea met Jezus waren opgetrokken en zich ten dienst stelden van de Kerk in wording.

In haar weg naar het graf wordt de trouw van vele vrouwen weerspiegeld die jarenlang trouw zijn aan de wegen naar de begraafplaatsen, ter herinnering aan iemand die er niet meer is. De meest authentieke banden worden zelfs door de dood niet verbroken: er zijn mensen die door blijven gaan met liefhebben, ook als is de geliefde persoon voor altijd heengegaan.

De eerste boodschap

Het Evangelie (vlg. Joh. 20,1-2.11-18) beschrijft Maria Magdalena en maakt meteen duidelijk dat het geen vrouw was die snel in alle staten raakt. Na haar eerste bezoek aan het graf keert ze dan ook teleurgesteld terug naar de plek waar de leerlingen zich verschuilen; ze vertelt dat de steen is weggeschoven van de ingang van het graf, en haar eerste gedachte is die meest eenvoudige die je je kunt bedenken: iemand moet het lichaam van Jezus hebben verplaatst.

Zo is de eerste boodschap die Maria Magdalena brengt niet die van de verrijzenis, maar die van een diefstal begaan door onbekenden terwijl heel Jeruzalem sliep.

Dubbel lijden

Vervolgens vertellen de evangeliën over een tweede bezoek van Maria Magdalena aan het graf van Jezus. Ze was koppig! Ze was erheen gegaan, en weer teruggekomen... want ze was niet overtuigd! Deze keer is haar tred langzaam, heel erg moeizaam. Maria Magdalena lijdt dubbel: bovenal vanwege de dood van Jezus, en vervolgens vanwege de onverklaarbare verdwijning van zijn lichaam.

En het is op het moment dat ze gebogen bij het graf staat, met de ogen vol tranen, dat God haar op de meest onverwachte manier verrast.

'Maria!'

De evangelist Johannes onderstreept hoe ze blijft volharden in haar blindheid: ze is zich niet bewust van de aanwezigheid van de twee engelen die haar ondervragen, en haar argwaan wordt zelfs niet gewekt als ze een man achter haar rug ziet staan waarvan zij denkt dat het de tuinman is. Maar dan begrijpt ze de meest verontrustende gebeurtenis uit de hele menselijke geschiedenis als ze eindelijk bij haar naam wordt genoemd: “Maria!” (vers 16).

Hoe mooi is het te bedenken dat de eerste verschijning van de Verrezene, volgens de evangeliën, op zo’n persoonlijke manier is gebeurd! Dat er iemand is die ons kent, die ons lijden en onze teleurstelling ziet, en die door ons geraakt wordt en ons bij de naam noemt.

Een liefdesverhaal

Het is een wetmatigheid die we op vele pagina’s in het Evangelie gedrukt zien staan. Er zijn heel veel mensen om Jezus heen die God zoeken; maar de meest uitzonderlijke realiteit is dat het, veel eerder al, vooral God zelf is die bezorgd is om ons leven, die dat wil verheffen; en om dat te doen noemt hij ons bij onze naam en erkent hij ieders persoonlijke gezicht.

Ieder mens is een liefdesverhaal dat God op deze wereld schrijft. Ieder van ons is een liefdesverhaal van God. Ieder van ons wordt door God bij zijn eigen naam genoemd: Hij kent ons bij naam, Hij kijkt naar ons, wacht op ons, vergeeft ons, heeft geduld met ons. Is dat waar of niet waar? Ieder van ons ervaart dit.

Een waterval

En Jezus roept haar: “Maria!”: de ommekeer in haar leven, de ommekeer die voortbestemd is om het bestaan van elke man en vrouw te transformeren, begint met een naam die weerklinkt in de tuin van het lege graf. De evangeliën beschrijven Maria’s blijdschap voor ons: de verrijzenis van Jezus is geen vreugde die met een pipetje wordt gegeven, maar een waterval die heel het leven overstroomt.

Het christelijk bestaan is er niet een van aaneengesloten knuffelig geluk, maar van golven die alles overweldigen. Proberen ook jullie je eens in te denken, op dit moment met alle bagage aan teleurstellingen en nederlagen die ieder van ons in zijn hart meedraagt, dat er een God is die dicht bij ons is, die ons bij de naam noemt en tegen ons zegt: “Sta weer op, houd op met huilen, want Ik ben gekomen om je te bevrijden!”. Dat is mooi.

Een dromer

Jezus is niet iemand die zich aanpast aan de wereld en toestaat dat daarin de dood, het verdriet, de haat en de morele vernietiging van mensen voort blijven duren... Onze God is niet inactief, maar onze God – ik sta mezelf dit woord toe – is een dromer: Hij droomt van de verandering van de wereld en Hij heeft die tot stand gebracht in het mysterie van de Verrijzenis.

Maria zou haar Heer wel willen omhelzen, maar Hij is inmiddels gericht op de hemelse Vader, terwijl zij erop uit wordt gestuurd om de boodschap over te brengen aan haar broeders. En zo is deze vrouw, die voordat ze Jezus ontmoette in de greep van het kwaad was (vlg. Lc. 8,2), nu apostel van de nieuwe en grootste hoop geworden.

'Ik heb de Heer gezien!'

Haar voorspraak helpt ons ook zelf deze ervaring te beleven: om in het uur van onze tranen, en in het uur van verlatenheid, te luisteren naar de Verrezen Jezus die ons bij de naam noemt, en om met het hart vol van vreugde te gaan verkondigen: “Ik heb de Heer gezien!” (vlg. vers 18).

Ik heb mijn leven veranderd, want ik heb de Heer gezien! Nu ben ik anders dan eerst, ik ben een ander persoon. Ik ben veranderd, want ik heb de Heer gezien. Dat is onze kracht en dat is onze hoop. Bedankt. (Vert. SvdB)


Tags

Katholiek nieuws in je mailbox:
Please wait

© Katholiek Nieuwsblad