Katholiek Nieuwsblad - Sint Pieter Rome

Leven in het licht

Leven in het licht
Foto: AP

Tijdens de algemene audiëntie van 2 augustus sprak paus Franciscus over het doopsel, het begin van de hoop.

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

Er was een tijd dat de kerken naar het oosten waren gericht. Je ging het heilige gebouw binnen door een deur aan de westkant en je liep door het middenschip richting het oosten. Dat was een belangrijk symbool voor de mensen in de Oudheid, een allegorie die door de tijd heen geleidelijk in onbruik is geraakt.

Wij mensen van de moderne tijd, die het veel minder gewoon zijn om de grote tekenen van de kosmos te vatten, ons valt zo’n bijzonderheid bijna nooit op. Het westen is de windstreek van de zonsondergang, daar waar het licht sterft. Het oosten is echter de plek waar het duister wordt overwonnen door het eerste licht van de zonsopgang en waar we naar terug worden geroepen door Christus, de Opgaande Zon van de wereld (vlg. Lc. 1,78).

Oude ritus

Bij de oude ritus van het doopsel was het zo dat de doopleerlingen het eerste deel van hun geloofsbelijdenis aflegden met de blik gericht op het westen. En in die positie werden zij ondervraagd: “Wijst u de satan, zijn daden en zijn werken af?” – En de toekomstige christenen antwoordden in koor: “Ik wijs hem af!”. Vervolgens keerden zij zich naar de apsis, in de richting van het oosten, waar het licht wordt geboren, en de doopleerlingen werden opnieuw ondervraagd: “Geloven jullie in God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest?”. En deze keer antwoordden ze: “Ik geloof!”.

In moderne tijden zijn we de charme van deze ritus deels kwijtgeraakt: we hebben de gevoeligheid voor de taal van de kosmos verloren. Wat natuurlijk is gebleven is de geloofsbelijdenis, in de vorm van de ondervraging, die eigen is aan de viering van een aantal sacramenten. Die blijft hoe dan ook zijn betekenis behouden. Wat wil het zeggen een christen te zijn? Dat wil zeggen: naar het licht kijken, je geloofsbelijdenis blijven afleggen in het licht, ook wanneer de wereld in duisternis en donker is gehuld.

Duisternis

Christenen blijven niet gevrijwaard van de duisternis, innerlijke en uiterlijke duisternis. Ze staan echter niet buiten de wereld; door de genade van Christus, die ze ontvangen hebben bij het doopsel, zijn ze ‘georiënteerde’ mannen en vrouwen: ze geloven niet in de duisternis, maar in de glorie van de dag; ze bezwijken niet onder het gewicht van de nacht, maar ze hopen op de zonsopkomst; ze zijn niet verslagen door de dood, maar verlangen naar de verrijzenis; ze worden niet verslagen door het kwaad, omdat ze altijd vertrouwen op de oneindige mogelijkheden van het goede.

En dat is onze christelijke hoop. Het licht van Jezus, de verlossing die Jezus ons brengt met zijn licht dat ons redt uit de duisternis.

Dat is het licht!

Wij zijn degenen die geloven dat God de Vader is: dat is het licht! Wij zijn geen wezen, we hebben een Vader en onze Vader is God. Wij geloven dat Jezus midden onder ons gekomen is, heeft gewandeld in hetzelfde leven als wij, naast ons heeft gelopen, vooral naast de allerarmsten en allerzwaksten: dat is het licht!

Wij geloven dat de Heilige Geest onophoudelijk werkt voor het welzijn van de mensheid en de wereld, en dat zelfs het grootste lijden in geschiedenis overwonnen zal worden: dat is de hoop die ons elke ochtend wekt! We geloven dat elke blijk van genegenheid, elke vriendschap, elk goed verlangen, elke uiting van liefde, zelfs de allerkleinste en meest onderbelichte uitingen, op een dag hun vervulling in God vinden: dat is de kracht die ons ertoe brengt om ons alledaagse leven met enthousiasme te omarmen! En dat is onze hoop: leven in de hoop en leven in het licht, in het licht van God de Vader, in het licht van Jezus de Verlosser, in het licht van de Heilige Geest dat ons ertoe brengt om verder te gaan in het leven.

Paaskaars

Er is nog een ander heel mooi symbool tijdens de doopliturgie dat ons herinnert aan het belang van het licht. Aan het einde van de ritus wordt aan de ouders – als het om een kind gaat – of aan de gedoopte zelf – als het om een volwassene gaat – een kaars overhandigt die aangestoken wordt aan de paaskaars. Het gaat om de grote kaars die in de paasnacht de volledig in het duister gehulde kerk binnen wordt gedragen als teken van het mysterie van Jezus’ verrijzenis; aan die kaars steekt iedereen zijn eigen kaarsje aan en dan wordt de vlam doorgegeven aan de mensen naast je.

Het is een teken van de langzame verspreiding van Jezus’ verrijzenis in het leven van alle christenen. Het leven van de Kerk – ik ga een nogal sterk woord gebruiken – is besmetting met licht. Hoe meer licht van Jezus wij christenen bezitten, hoe meer van Jezus’ licht er in het leven van de Kerk aanwezig is en des te meer leeft die Kerk. Het leven van de Kerk is besmetting met licht.

Doopdatum

De mooiste aansporing die we elkaar kunnen geven is elkaar steeds te herinneren aan ons doopsel. Ik wil jullie vragen: hoeveel van jullie herinneren zich de datum van hun eigen doopsel? Antwoord maar niet, want sommigen zouden zich kunnen schamen! Denk na en als jullie je het niet meer herinneren, krijgen jullie vandaag huiswerk mee: ga naar je moeder, naar je vader, naar je tante, naar je oom, naar je oma, je opa en vraag hun: “Wat is de datum van mijn doop?”.

En vergeet het dan niet meer! Is dat duidelijk? Gaan jullie het vragen? De opdracht van vandaag is achter de datum van je doop komen en die onthouden; het is de datum van je wedergeboorte, de datum van het licht, de datum waarop we – ik ga het woord weer gebruiken – besmet worden met het licht van Christus.

Twee keer geboren

Wij zijn twee keer geboren: de eerste keer in het natuurlijke leven, de tweede keer, dankzij de ontmoeting met Christus, in de bron van het doopsel. Daar zijn we dood gegaan voor de dood om als kinderen van God in deze wereld te leven. Daar zijn we mensen geworden waarvan we nooit hadden gedacht die te kunnen zijn.

Precies daarom moeten wij allemaal het parfum van het chrisma verspreiden waarmee we zijn gezalfd op de dag van ons doopsel. In ons leeft en werkt de Geest van Jezus, de eerstgeborene van vele broeders, van iedereen die zich verzet tegen de onvermijdelijkheid van de duisternis en de dood.

'Drager van Jezus'

Wat een genade als een christen werkelijk een ‘Christ-offer’ wordt, ofwel een ‘drager van Jezus’ in deze wereld! Vooral voor degenen die door een periode van rouw, wanhoop, duisternis en haat gaan. En dat kun je aan heel veel kleine dingen zien: aan het licht in de ogen van een christen, aan een gevoel van rust dat zelfs op de meest ingewikkelde dagen niet verstoord wordt, aan de wil om opnieuw te beginnen met liefhebben ook al waren er veel teleurstellingen te verwerken.

Als in de toekomst het verhaal over onze dagen geschreven gaat worden, wat zullen ze dan over ons zeggen? Dat we in staat waren te hopen, of dat we ons licht onder de korenmaat hebben gezet? Als we trouw zijn aan ons doopsel, zullen we het licht van de hoop verspreiden. Het doopsel is het begin van de hoop, die hoop van God, en we kunnen aan de toekomstige generaties de redenen om te leven overdragen. (Vert. SvdB)


Tags

Katholiek nieuws in je mailbox:
Please wait

© Katholiek Nieuwsblad