Katholiek Nieuwsblad

Laat je geest verruimen!

Laat je geest verruimen!
Foto: AP

Tijdens de algemene audiëntie van 4 april legde paus Franciscus uit dat het einde van de Mis niet betekent dat onze taak als christenen erop zit.

Beste broeders en zusters, goedemorgen en zalig Pasen!

Jullie zien dat er vandaag bloemen staan: bloemen drukken vreugde en blijdschap uit. Op bepaalde plaatsen wordt Pasen ook wel ‘opgebloeid Pasen’ genoemd, omdat de verrezen Christus opbloeit: Hij is de nieuwe bloem. Onze rechtvaardiging bloeit op, de heiligheid van de Kerk bloeit op. Daarom al deze bloemen: het is onze vreugde.

Wij vieren de hele week Pasen, de hele week. En daarom wensen wij, wij allemaal, elkaar nog maar eens een zalig Pasen toe. Laten we samen zeggen: ‘Zalig Pasen’. Allemaal! (publiek antwoordt: “Zalig Pasen!”). Ik wil ook graag dat we onze geliefde paus Benedictus een zalig Pasen wensen, omdat hij bisschop van Rome is geweest. Hij kijkt mee via de televisie. Laten we allemaal zalig Pasen tegen paus Benedictus zeggen (publiek: “zalig Pasen!”). En een krachtig applaus.

Afsluiting

Met deze catechese komt er een einde aan de reeks catecheses over de Mis, die de gedachtenis is, maar niet alleen de gedachtenis, maar ook de herbeleving van Jezus’ Passie en Verrijzenis. De laatste keer waren we gebleven bij de Communie en het slotgebed na de Communie.

Na dat slotgebed wordt de Mis afgesloten met de zegen van de priester en de wegzending (vlg. Algemeen Statuut van het Romeins Missaal, 90). En zoals begonnen werd met het kruisteken, in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, is het ook in de naam van de Drie-eenheid dat de Mis, als liturgische handeling, wordt bezegeld.

Het christelijk getuigenis begint

Hoe dan ook weten we goed dat als de Mis eindigt, de opdracht van het christelijk getuigenis begint. Christenen gaan niet naar de Mis als ware het hun wekelijkse huiswerk dat ze daarna vergeten, nee. Christenen gaan naar de Mis om deel te hebben aan de Passie en de Verrijzenis van de Heer en om vervolgens meer als christen te leven: de opdracht van het christelijk getuigenis opent zich.

We gaan de Kerk uit om “heen te gaan in vrede” en Gods zegen mee te nemen in onze dagelijkse bezigheden, naar ons huis, naar onze werkplek, in de bezigheden van de aardse stad, “de Heer verheerlijkend met ons leven”. Maar als wij al kletsend de kerk uitlopen, al zeggend: ‘kijk hem, kijk haar…’, en onze mening al klaar hebben, dan is de Mis niet in ons hart binnengekomen.

Betere christenen

Waarom niet? Omdat we niet in staat zijn het christelijk getuigenis te leven. Elke keer als we naar de Mis gaan, moeten we er beter uitkomen dan we erin zijn gegaan. Met meer leven, meer kracht en met meer zin om een christelijk getuigenis af te geven. Door middel van de Eucharistie komt de Heer bij ons binnen, in ons hart en in ons vlees, zodat wij “de gave van het geloof, die we op Pasen ontvangen hebben trouw blijven in heel ons leven” (vlg. Romeins Missaal, Collectagebed van Paasmaandag).

Van de viering naar het leven dus, in het bewustzijn dat de Mis tot vervulling komt in de concrete keuzes van degenen die zich in eigen persoon laten betrekken in de mysteries van Christus. We moeten niet vergeten dat wij de Eucharistie vieren om te leren hoe we eucharistische mannen en vrouwen kunnen worden. Wat betekent dat? Het betekent Jezus laten doorwerken in onze werken: dat zijn gedachten onze gedachten zijn, zijn gevoelens de onze, zijn keuzes onze keuzes. En dat is heiligheid: doen wat Jezus heeft gedaan is christelijke heiligheid.

De apostel Paulus drukt dat heel precies uit als hij spreekt over zijn eigen gelijkenis met Jezus. Hij zegt het zo: “Met Christus ben ik gekruisigd. Ikzelf leef niet meer, Christus is het die leeft in mij. Voor zover ik nu leef in het vlees, leef ik in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf heeft overgeleverd voor mij” (Gal. 2,19-20).

Meer ruimte voor de Geest

Dat is het christelijk getuigenis. De ervaring van Paulus verlicht ook ons: in de mate waarin wij ons egoïsme neerleggen, ofwel de mate waarin we doen sterven wat in tegenspraak is met het Evangelie en de liefde van Jezus, ontstaat in ons een grotere ruimte voor de kracht van zijn Geest.

Christenen zijn mannen en vrouwen die hun geest laten verruimen met de kracht van de Heilige Geest, na het Lichaam en Bloed van Christus ontvangen te hebben. Laat jullie geest verruimen! Niet van die enge, gesloten, kleine en egoïstische geesten, nee! Brede, grote geesten, met een grote horizon….Laat jullie geest verruimen met de kracht van de Geest, na het Lichaam en Bloed van Christus ontvangen te hebben.

De vruchten van de Mis

Omdat de werkelijke aanwezigheid van Christus in het geconsacreerde Brood niet eindigt na de Mis (vlg. de Catechismus van de katholieke Kerk, 1374), wordt de Eucharistie bewaard in het tabernakel voor de Communie aan de zieken en voor de stille aanbidding van de Heer in het Allerheiligst Sacrament; de eucharistische aanbidding buiten de Mis, zowel privé als gemeenschappelijk, helpt ons dan ook om in Christus te blijven (vlg. de Catechismus, 1378-1380).

De vruchten van de Mis zijn daarom voorbestemd om door te rijpen in het leven van alledag. We kunnen dat, enigszins gezocht, zo zeggen: de Mis is als de graankorrel die vervolgens groeit in het gewone leven; die groeit en komt tot bloei in de goede werken, in de houding die ons doet lijken op Jezus. De vruchten van de Mis zijn daarom voorbestemd om door te rijpen in het leven van alledag.

Weghouden van de zonde

In werkelijkheid is het zo dat, doordat die onze vereniging met Christus doet groeien, de Eucharistie de genade vernieuwt die de Geest ons heeft gegeven bij het doopsel en het vormsel, opdat ons christelijk getuigenis geloofwaardig kan zijn (vlg. de Catechismus 1391-1392).

Wat doet de Eucharistie verder nog, behalve de goddelijke barmhartigheid in onze harten ontsteken? Die scheidt ons van de zonde: “Hoe meer wij deel hebben aan het leven van Christus en voortgang maken in onze vriendschap met Hem, hoe moeilijker het ons valt met Hem te breken door de doodzonde” (De Catechismus, 1395).

Inzet voor de armen

Het regelmatig samenkomen rond de eucharistische tafel hernieuwt, versterkt en verdiept de band met de christelijke gemeenschap waartoe we behoren, volgens het principe dat de Eucharistie de Kerk tot stand brengt (vlg. de Catechismus, 1396); dat verenigt ons allemaal.

Tot slot, zorgt de deelname aan de Eucharistie ervoor dat we onszelf inzetten voor de ander, vooral voor de armen, omdat het ons leert om van het vlees van Christus door te gaan naar het vlees van onze broeders, waar Hij wacht om door ons herkend, bediend, geëerd en bemind te worden (vlg. de Catechismus, 1397).

Ontdekkingsreis

Omdat we de schat van de eenheid met Christus in aarden potten meedragen (vlg. 2Kor. 4,7), hebben we voortdurend behoefte om terug te keren naar het heilig altaar, totdat we in het paradijs ten volle de zaligheid van het bruiloftsmaal van het Lam zullen smaken (vlg. Ap. 19,9).

Laten we de Heer danken voor deze ontdekkingsreis door de heilige Mis die Hij ons heeft geschonken om gezamenlijk te maken. En laten we ons met hernieuwd geloven laten aantrekken door deze ware ontmoeting met Jezus, die voor ons gestorven en verrezen is, onze tijdgenoot. En moge ons leven altijd zo ‘opgebloeid’ zijn, zoals Pasen, met de bloemen van de hoop, het geloof en de goede werken. Dat wij daar altijd de kracht voor mogen vinden in de Eucharistie, in de eenheid met Jezus. Zalig Pasen aan iedereen! (Vert. SvdB) 


Tags

Katholiek nieuws in je mailbox:
Please wait

© Katholiek Nieuwsblad