Katholiek Nieuwsblad

Jezus’ troostrijke woord ervaren en beleven

Jezus’ troostrijke woord ervaren en beleven
Foto: AP

Tijdens de algemene audiëntie van 13 april sprak paus Franciscus over barmhartigheid, zondaars en Farizeeën.

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

We hebben net naar het Evangelie geluisterd over de roeping van Matteüs. Matteüs was een “tollenaar”, dat wil zeggen een belastinginner in dienst van het Romeinse rijk, en daarom werd hij als een openbare zondaar beschouwd. Maar Jezus riep hem om hem te volgen en zijn leerling te worden. Matteüs zegt ja, en nodigt Hem uit om bij hem thuis het avondmaal te gebruiken, samen met de andere leerlingen.

Jezus gaat bij hen zitten

Dan ontstaat er een discussie onder de Farizeeën en de leerlingen van Jezus, omdat deze laatsten maaltijd hielden met tollenaars en zondaars. “Maar je kunt bij dat soort mensen niet aan huis komen!”, zeiden ze. Jezus houdt hen inderdaad niet op een afstand, integendeel, Hij bezoekt vaak hun huizen en gaat bij hen zitten; dat betekent dat ook zij dus zijn leerlingen kunnen worden.

Wij zijn allemaal zondaars

Evenzo is het waar dat het feit dat wij christenen zijn, niet betekent dat wij zonder zonden zijn. Ieder van ons, net zoals de tollenaar Matteüs, vertrouwt op de genade van de Heer ondanks onze zonden. Wij zijn allemaal zondaars, allemaal hebben we gezondigd. Door Matteüs tot zich te roepen, laat Jezus de zondaars zien dat Hij niet naar hun verleden kijkt, naar hun sociale milieu, naar uiterlijke conventies, maar dat Hij integendeel juist voor hen een nieuwe toekomst opent.

‘Geen zondaar zonder toekomst’

Ik heb ooit een heel mooi gezegde gehoord: “Er is geen heilige zonder verleden, en er is geen zondaar zonder toekomst.” Dat is wat Jezus doet. Er is geen heilige zonder verleden noch een zondaar zonder toekomst. Het volstaat op de uitnodiging te antwoorden met een nederig en oprecht hart. De Kerk is geen gemeenschap van volmaakte mensen, maar van leerlingen die op weg zijn, die de Heer volgen, omdat zij erkennen dat zij zondaars zijn en vergeving nodig hebben. Het christelijk leven is dus een school van nederigheid die ons openstelt voor de genade.

Hoogmoed en trots

Een dergelijk gedrag wordt niet begrepen door iemand die de pretentie heeft “goed” te zijn, en denkt dat hij beter is dan anderen. Hoogmoed en trots maken het iemand onmogelijk te erkennen dat hij redding nodig is. Daarentegen verhinderen zij hem het barmhartige gelaat te zien van God en zelf de barmhartigheid te beoefenen. Zij vormen een muur. Hoogmoed en trots zijn een muur die een relatie met God verhinderen.

Een goede dokter!

Toch is dat nu juist de zending van Jezus: naar elk van ons op zoek te gaan, onze won-den te helen en ons op te roepen om hem in liefde te volgen. Hij heeft het duidelijk ge-zegd: “Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieke wel” (v. 12). Jezus pre-senteert zichzelf als een goede dokter! Hij kondigt het Rijk Gods aan, en de tekenen van de komst daarvan zijn overduidelijk: Hij geneest de zieken, Hij bevrijdt van de angst, van de dood en van de duivel.

Voor Jezus is geen enkele zondaar buitengesloten – geen enkele zondaar wordt uitgezonderd! – want de genezende kracht van God kent geen ziektes die niet kunnen worden genezen; en dat moet ons vertrouwen schenken en ons hart openen voor de Heer, opdat Hij moge komen en ons genezen.

Het feestmaal van God

Door de zondaars aan zijn tafel te nodigen, geneest Hij hen, omdat Hij hen herstelt in de roeping die zij dachten verloren te hebben, en die de Farizeeën vergeten waren: de roeping tot gasten aan het feestmaal van God.

Volgens de profetie van Jesaja: “De HEER van de machten richt op deze berg voor alle volken een feestmaal aan met uitgelezen gerech-ten, een feestmaal met belegen wijnen, verrukkelijke, uitgelezen gerechten, belegen, ge-louterde wijnen. (...) Op die dag zal men zeggen: ‘Dat is onze God.’ Wij hoopten op Hem en Hij heeft ons gered. Dat is de HEER, op wie wij hoopten; laat ons blij zijn en juichen om de redding die Hij heeft gebracht” (25,6 - 9).

Woord en Eucharistie

Terwijl de Farizeeën de genodigden alleen maar als zondaars zien en weigeren naast hen plaats te nemen, herinnert Jezus hun eraan dat ook zij Gods tafelgenoten zijn. Dus met Jezus aan tafel zitten betekent, dat je door Hem bent omgevormd en gered. In de christelijke gemeenschap heeft de tafel van Jezus twee betekenissen: het is de tafel van het Woord en de tafel van de Eucharistie (vgl. Dei Verbum 21). Dit zijn de medicijnen waarmee de Goddelijke Geneesheer ons geneest en ons voedt.

Het Woord

Met het eerste – het Woord – openbaart Hij zich en nodigt Hij ons uit tot een dialoog tussen vrienden. Jezus was niet bang om de dialoog aan te gaan met zondaars, tollenaars, prostituees... Nee, Hij was niet bang: Hij hield van hen allemaal! Zijn Woord dringt in ons binnen en als een scalpel doet het zijn werk in de diepte om ons van het kwaad te bevrijden, dat zich in ons leven nestelt.

Soms is dat woord pijnlijk omdat het de hypocrisie aanpakt, valse excuses ontmaskert, verborgen waarheden naar buiten brengt; maar tegelijkertijd verlicht het en zuivert het, geeft kracht en hoop, en is het een kostbare opkikker op onze weg van het geloof.

De Eucharistie

De Eucharistie, van haar kant, voedt ons met het leven zelf van Jezus, en als een uiterst krachtig geneesmiddel herstelt het op mysterieuze wijze voortdurend de genade van ons Doopsel. Als wij tot de Eucharistie naderen, voeden wij ons met het Lichaam en Bloed van Jezus, maar door in ons te komen is het Jezus die ons verenigt met zijn Lichaam!

Diepe beleving van het gebod

Aan het slot van zijn dialoog met de Farizeeën herinnert Jezus hun aan een passage van de profeet Hosea (6,6): “Ga heen, u moet maar eens leren wat dit zeggen wil: ‘Barmhartigheid wil Ik en geen offer’” (Mt 9,13). In zijn toespraak berispte de profeet het volk Israël, omdat de gebeden die het bad, lege en onsamenhangende woorden waren. Ondanks het Verbond met God en de barmhartigheid leefde het volk zelf in een religiositeit die niet meer dan een façade was, zonder diepe beleving van het gebod van de Heer.

Dat is de reden waarom de profeet aandrong: “Barmhartigheid wil Ik”, dat wil zeggen de loyaliteit van een hart dat zijn eigen zonden erkent, berouw heeft en zich bekeert om trouw te zijn aan het verbond met God. “En geen offer”: zonder een berouwvol hart blijft elke religieuze daad zonder effect!

De kern van de genade

Jezus past de zin van de profeet ook toe op de menselijke betrekkingen: de Farizeeën waren heel religieus naar de vorm, maar zij waren niet bereid om samen aan tafel te zit-ten met tollenaars en zondaars; zij erkenden niet de mogelijkheid van berouw en evenmin dus van genezing; zij stelden de barmhartigheid niet op de eerste plaats: hoewel zij trouwe verdedigers waren van de Wet, lieten zij duidelijk blijken dat zij Gods hart niet kenden!

Het is zoals wanneer je een pakje wordt gegeven met iets erin, en jij, in plaats van het cadeau te bekijken, kijkt alleen naar het papier waarin het is verpakt: alleen de buiten-kant, de vorm en niet de kern van de genade, het cadeau dat werd geschonken!
Uit die bron

Wij zijn allemaal leerlingen

Beste broeders en zusters, wij zijn allemaal genodigd aan de tafel van de Heer. Laten we ons de uitnodiging om bij Hem te komen zitten, samen met zijn leerlingen, eigen maken. Laten we leren te kijken met barmhartigheid en in ieder van hen een tafelgenoot herkennen.

Wij zijn allemaal leerlingen die het nodig hebben om het troostrijke woord van Jezus te ervaren en te beleven. We hebben het allemaal nodig ons te laten voeden met de barmhartigheid van God, want het is uit die bron dat onze redding voortkomt. Dank u! (Vert. BR)


Tags

Katholiek nieuws in je mailbox:
Please wait

© Katholiek Nieuwsblad