Katholiek Nieuwsblad

'Het paradijs is eindeloze liefde'

'Het paradijs is eindeloze liefde'
Foto: AP

Tijdens de algemene audiëntie van 25 oktober sprak paus Franciscus over het doel van onze hoop: het paradijs.

Dit is de laatste catechese over de christelijke hoop. Dit thema heeft ons sinds het begin van dit liturgische jaar vergezeld. Ik wil graag afronden door te spreken over het paradijs als doel van onze hoop.

De goede moordenaar

“Paradijs” is een van de laatste woorden die door Jezus op het kruis worden uitgesproken, wanneer hij praat tegen de goede moordenaar. Laten wij even stilstaan bij deze scene. Op het kruis is Jezus niet alleen. Aan zijn rechter- en linkerkant hangt een misdadiger. Misschien zou menigeen bij het aanschijn van deze drie kruizen met een zucht van verlichting gedacht hebben dat eindelijk gerechtigheid werd gedaan door zulke mensen ter dood te brengen.

Naast Jezus hangt iemand die zijn misdaden heeft bekend. Het gaat om iemand die erkent deze verschrikkelijke straf te verdienen. Hij wordt de “goede moordenaar” genoemd. Hij spreekt de andere misdadiger tegen door te zeggen: “Wij krijgen wat we door onze daden verdiend hebben” (vgl. Lc. 23,41). Op de Calvarieberg bereikt Jezus op de tragische Goede Vrijdag, het uiterste van zijn menswording, van zijn solidariteit met ons zondaars. Daar verwezenlijkt zich wat de profeet Jesaja zei over de lijdende dienaar: “Hij liet zich bij de weerspannigen tellen” (53,12; vgl Lc. 22,37).

Dat wij Gods kinderen zijn

Daar op de Calvarieberg heeft Jezus de laatste afspraak met een zondaar, om ook voor hem de deur naar zijn Rijk open te gooien. Dit is interessant: het is de enige keer dat het woord ‘paradijs’ in de evangeliën voorkomt. Jezus belooft het aan een ‘arme duivel’ die op het kruishout de moed heeft gehad om de meest nederige woorden tot Hem te richten: “Jezus, denk aan mij, wanneer Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt” (Lc. 23,42).

De man had geen goede werken die mee konden tellen, hij had niets. Toch vertrouwt hij zich aan Jezus toe die hij erkent als onschuldig, goedaardig, zo anders dan zichzelf (vers 41). Deze woorden van nederig berouw waren voldoende om het hart van Jezus te raken. De goede moordenaar herinnert ons aan onze ware staat voor God: dat wij zijn kinderen zijn, dat Hij medelijden heeft met ons, dat Hij weerloos is iedere keer als wij ons verlangen naar zijn liefde tonen.

God wacht op onze terugkeer

In de kamers van vele ziekenhuizen of in cellen van gevangenissen herhaalt dit wonder zich talloze keren. Geen mens blijft wanhopig achter en aan geen mens – hoe slecht hij ook geleefd mag hebben – wordt genade ontzegd. Wij verschijnen voor God met lege handen, zoals de tollenaar uit de parabel die achterin de tempel bleef staan om te bidden (Lc. 18,13).

Iedere keer dat een mens een gewetensonderzoek doet over zijn leven, ontdekt hij dat zijn tekorten de goede werken ruimschoots overschrijden. Hij moet echter niet ontmoedigd raken, maar zich toevertrouwen aan Gods barmhartigheid. Dit is wat ons hoop geeft, dat opent ons hart! God is een Vader, hij wacht tot op het laatst op onze terugkeer. Aan de verloren zoon die terugkeert en zijn schuld bekent, legt zijn vader hem met een omhelzing het zwijgen op (vgl. Lc. 15,20). Dat is God: zo bemint Hij ons!

Het paradijs is een omhelzing met God

Het paradijs is geen sprookjesachtig oord, en ook geen betoverde tuin. Het paradijs is een omhelzing met God, eindeloze Liefde. Wij treden er binnen dankzij Jezus, die op het kruis voor ons is gestorven. Waar Jezus is, is barmhartigheid en geluk. Zonder Hem is er duisternis en kou.

“Denk aan mij”, zegt de christen tot Jezus in het uur van de dood. Ook als er niemand zou zijn die zich over ons bekommert, is Jezus daar. Hij staat aan onze zijde. Hij wil ons naar de mooiste plaats brengen die er bestaat. Hij wil ons daarheen brengen met het weinige of het vele goed dat er in ons leven is geweest, opdat niets verloren zou gaan van wat Hij al had verlost.

In het huis van de Vader zal Hij ook alles geven wat in ons nog verlossing nodig heeft: de gebreken en fouten van een voltallig leven. Dat is het doel van ons bestaan: dat alles zich vervult en in liefde wordt omgebogen.

De liefde blijft

Als wij dat geloven zijn we niet meer bang voor de dood en kunnen wij ook hopen op een rustige manier van deze wereld heen te gaan, met veel vertrouwen. Wie Jezus heeft gekend, vreest niets. Wij kunnen dan de woorden van de oude Simeon uitspreken, die na een levenslang wachten door de ontmoeting met Jezus wordt gezegend. “Uw dienaar laat gij, Heer, nu naar uw woord in vrede gaan: mijn ogen hebben thans uw Heil aanschouwd” (Lc 2,29-30).

Op dat moment zullen wij eindelijk niets meer nodig hebben, wij zullen niet meer op vertroebelde wijze zien. Wij zullen niet meer huilen, alles is reeds voorbij, ook de profetieën, ook de kennis. Maar de Liefde blijft. Omdat “de liefde nimmer vergaat” (vgl. 1 Kor. 13,8). (Vert. FP)


Tags

Katholiek nieuws in je mailbox:
Please wait

© Katholiek Nieuwsblad