Katholiek Nieuwsblad

God maakt alles nieuw

God maakt alles nieuw
Foto: AP

Tijdens de algemene audiëntie van 23 augustus sprak paus Franciscus over onze Vader die de God van het nieuwe en van de verrassingen is.

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

We hebben geluisterd naar het Woord van God in het boek Apokalyps, en dat klinkt zo: “Kijk, Ik maak alles nieuw” (Apk. 21, 5). De christelijke hoop baseert zich op het geloof in God die alles nieuw maakt in een mensenleven, in de geschiedenis, in de kosmos. Onze God is een God die alles nieuw maakt, want Hij is de God van de verrassingen.

Blik op de horizon

Het is niet christelijk om rond te wandelen met je blik naar beneden gericht, zoals varkens dat altijd doen, zonder je ogen op de horizon te richten. Alsof onze wandeling hier tot een einde komt, binnen de reikwijdte van een paar meter; alsof er in ons leven geen doel of toevluchtsoord zou zijn en we gedwongen zijn tot een eeuwig ronddolen, zonder dat onze inspanningen enige zin hebben. Dat is niet christelijk.

De laatste pagina’s van de Bijbel tonen ons de laatste horizon van de wandeling van de gelovige: het Jeruzalem van de Hemel, het hemelse Jeruzalem. Dat wordt vooral voorgesteld als een immense woning waar God alle mensen ontvangt om definitief onder hen te wonen (vlg. Apk. 21,3). En dat is onze hoop.

En wat zal God doen als we eindelijk bij Hem zijn? Hij zal een oneindige tederheid voor ons voelen, als een vader die zijn kinderen ontvangt nadat ze lang gestreden en geleden hebben. Johannes profeteert in de Apokalyps: “Zie hier Gods woning onder de mensen! […] Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn; geen rouw, geen geween, geen smart zal er zijn, want al het oude is voorbij.” […] “Zie, Ik maak alles nieuw.” (21,3-5). De God van het nieuwe!

Overdenken

Probeer dit gedeelte van de Heilige Schrift eens te overdenken. Niet op een abstracte manier, maar na het lezen van een verhaal uit onze tijd, na het kijken van het nieuws of het lezen van de kranten waar heel veel drama’s instaan, waar heel veel trieste verhalen in worden verteld waaraan we allemaal gewend dreigen te raken. Ik heb net een aantal mensen uit Barcelona begroet: wat een triest nieuws hoor je daarvandaan! Ik heb ook een aantal mensen uit Congo begroet, en wat een triest nieuws hoor je dan! En nog zoveel meer! En dan noem ik slechts twee landen van al diegenen die hier zijn...

Denk eens aan de gezichten van bange kinderen in de oorlog, aan het gehuil van moeders, aan de dromen van zo veel jongeren die in duigen zijn gevallen, aan de vluchtelingen die vreselijke reizen ondernemen en talloze malen worden uitgebuit…. Het leven bestaat helaas ook uit dit soort dingen. Je zou soms zeggen dat het vooral uit dit soort dingen bestaat.

Een Vader die met ons huilt

Dat zou kunnen. Maar er is een Vader die met ons meehuilt; er is een Vader die tranen van oneindig mededogen huilt bij het zien van zijn kinderen. Wij hebben een Vader die kan huilen, die met ons meehuilt. Een Vader die op ons wacht om ons te troosten, omdat Hij ons lijden kent en ons heeft voorbereid op een andere toekomst. Dat is de grote visie van de christelijke hoop die zich verspreidt over alle dagen van ons bestaan en ons op wil tillen.

God heeft onze levens niet per ongeluk gewild en zichzelf en ons gedwongen tot moeilijke en angstige nachten. Nee, Hij heeft ons geschapen omdat Hij ons gelukkig wil zien. Hij is onze Vader en als wij hier nu een leven doormaken dat niet is zoals Hij het voor ons heeft gewild, dan garandeert Jezus ons dat God zelf met zijn verlossende werk bezig is. Hij werkt aan onze verlossing.

Een blik vol hoop

Wij geloven en weten dat de dood en de haat niet het laatste woord hebben over het verhaal van het menselijk leven. Christen zijn betekent een nieuw perspectief hebben: een blik vol hoop. Sommige mensen geloven dat al het geluk van een leven in de jeugd en in het verleden ligt, en dat het leven een langzaam verval is. Weer anderen menen dat ons geluk slechts bestaat uit vluchtige momenten en dat het leven van de mens vol zinloosheid zit. Van die mensen die bij veel ellende zeggen: “Ach, het leven is zinloos. Onze weg is die van de zinloosheid.”

Maar wij christenen geloven dat niet. Wij geloven veeleer dat er aan de horizon van een mensenleven een zon is die altijd licht geeft. Wij geloven dat onze mooiste dagen nog moeten komen. Wij zijn meer mensen van de lente dan van de herfst. Ik zou nu graag willen vragen – antwoord allemaal in je hart, in stilte, maar antwoord -: “Ben ik een man, een vrouw, een jongen, een meisje van de lente of van de herfst? Bevindt mijn ziel zich in de lente of in de herfst?”. Geef jezelf allemaal een antwoord.

Mensen van de lente

We vangen een glimp op van het ontkiemen van een nieuwe wereld, in plaats van de vergeelde bladeren aan de takken. Wij vervallen niet in nostalgie, in weemoed, in geweeklaag: we weten dat God ons wil zien als een belofte en als de onvermoeibare telers van dromen. Vergeet die vraag niet: “Ben ik een mens van de lente of van de herfst?”. Iemand van de lente die de bloem, de vrucht, de zon verwacht die Jezus is, of iemand van de herfst, die altijd het hoofd naar beneden laat hangen, verbitterd, en die, zoals ik al eens heb gezegd, met een verzuurd gezicht rondloopt.

De christen weet dat het Rijk Gods, zijn Heerschappij van liefde, groeiende is, als een groot graanveld, ook al staat er onkruid tussen. Er zijn altijd problemen, geroddel, oorlogen, ziektes…er zijn problemen. Maar het graan groeit en uiteindelijk zal het kwaad uitgeroeid worden.

Op weg naar Gods woning

De toekomst behoort ons niet toe, maar we weten dat Jezus Christus de grootste genade van het leven is: Hij is de omhelzing van God die ons opwacht aan het einde, maar die ons nu al begeleidt en ons troost op de reis. Hij leidt ons naar de grote ‘woning’ van God onder de mensen (vlg. Apk. 21,3), met zovelen broeders en zusters, en we zullen de herinneringen van onze dagen daar beneden naar God brengen. En het zal prachtig zijn om op dat moment te ontdekken dat niets verloren is gegaan, geen enkele glimlach en geen enkele traan.

Hoe lang ons leven ook heeft geduurd, het zal lijken alsof het in een zuchtje voorbij is gegaan. En om te ontdekken dat de schepping niet is gestopt op de zesde dag van Genesis, maar onvermoeibaar is doorgegaan, omdat God zich altijd om ons heeft bekommerd. Tot aan de dag waarop alles vervolmaakt zal worden, op de ochtend waarop alle tranen gedroogd zullen worden, op het exacte moment waarop God zijn laatste zegening zal uitspreken: “Zie”, zegt de Heer, “Ik maak alles nieuw!” (vers 5). Ja, onze Vader is de God van het nieuwe en van de verrassingen. En op die dag zullen we allemaal echt gelukkig zijn, en zullen we huilen. Ja, maar het zullen tranen van vreugde zijn. (Vert. SvdB)

 


Tags

Katholiek nieuws in je mailbox:
Please wait

© Katholiek Nieuwsblad