Katholiek Nieuwsblad

Een vrucht van de liefde van het vaderhart

Een vrucht van de liefde van het vaderhart
Paus Franciscus begroet de gelovigen op het Sint-Pietersplein. (Foto: AP)

Tijdens de algemene audiëntie van 11 mei sprak paus Franciscus over de parabel van de barmhartige Vader (vgl. Lc. 15,11-32).

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

Vandaag houden we de audiëntie op twee plaatsen: omdat het risico bestaat dat het gaat regenen, zijn de zieken verzameld in de Paulus VI-zaal en met ons verbonden via de grote schermen; twee plaatsen, maar één audiëntie. Laten we de zieken begroeten die zich in de Paulus VI-zaal bevinden.

Vandaag gaan we nadenken over de parabel van de Barmhartige Vader. In die parabel gaat het over een vader en zijn twee zonen, en via dat verhaal maken wij kennis met de oneindige barmhartigheid van God.

Waardigheid teruggeven

Laten we met het slot beginnen, dat wil zeggen bij de vreugde in het hart van de Vader, die zegt: “Laten we eten en feestvieren, want mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden” (vv. 23-24). Met deze woorden onderbrak de vader de jongste zoon op het moment dat die zijn schuld aan het bekennen was: “Ik ben het niet meer waard uw zoon te heten...” (v. 19). Maar wat hij daar zegt, is onverdraaglijk voor het hart van de vader, die integendeel juist haast maakt om aan zijn de zoon de tekenen van zijn waardigheid terug te geven: een mooi kleed, de ring, schoenen.

Hij viert feest

Jezus beschrijft niet een vader die beledigd is en rancuneus, een vader die bijvoorbeeld tegen zijn zoon zegt: “Dit zal ik je betaald zetten”: Nee, de vader omhelst hem en wacht hem liefdevol op. Integendeel dus, het enige wat de vader ter harte gaat, is dat deze zoon weer gezond en veilig voor hem staat en dat maakt hem gelukkig en hij viert feest.

Ontroerend beschreven

Het onthaal van de zoon die terugkeert, wordt ontroerend beschreven: «Toen hij nog ver van huis was, zag zijn vader hem al en werd ontroerd; snel liep hij op hem toe, viel hem om de hals en kuste hem” (v. 20). Wat een tederheid; hij zag hem uit de verte: wat betekent dat? Dat betekent dat de vader steeds weer naar buiten het terras op ging om naar de weg te kijken en te zien of zijn zoon terugkeerde; deze zoon die van alles op zijn kerfstok had, maar zijn vader wachtte hem op. Wat is dat toch mooi de tederheid van een vader!

Onvoorwaardelijke barmhartigheid

De barmhartigheid van de vader is overvloedig, onvoorwaardelijk, en manifesteert zich al voordat de zoon spreekt. Natuurlijk weet de zoon dat hij fouten heeft gemaakt en erkent die ook: “Ik heb gezondigd ... behandel mij als een van uw dagloners” (v. 19). Maar deze woorden verdwijnen in het niets tegenover de vergiffenis van de vader. De omhelzing en de kus van zijn vader doen hem begrijpen dat hij nog altijd als een zoon wordt beschouwd, ondanks alles.

Dit is belangrijk, deze les van Jezus: onze conditie als kinderen van God is een vrucht van de liefde van het vaderhart; die hangt niet af van onze verdiensten of van ons handelen, en dus kan niemand ons die afnemen, zelfs de duivel niet! Niemand kan ons die waardigheid ontnemen.

Kind van een vader die mij liefheeft

Dit woord van Jezus geeft ons de moede om nooit te wanhopen. Ik denk aan de vaders en moeders die met afkeer zien dat hun kinderen afstand van hen nemen en gevaarlijke wegen opgaan. Ik denk aan de parochiepriesters en catechisten die zich soms afvragen of hun werk tevergeefs is geweest. Maar ik denk ook aan degenen die in de gevangenis zitten en die wellicht denken dat hun leven voorbij is; aan de velen die verkeerde keuzes hebben gemaakt en de toekomst niet in de ogen durven te kijken; aan al diegenen die hongeren naar barmhartigheid en vergiffenis en die denken dat zij die niet verdienen...

In welke situatie van het leven ook, ik moet nooit vergeten dat ik nooit zal ophouden kind van God te zijn, kind van een vader die mij liefheeft en die op mijn terugkeer wacht. Ook in de meest verschrikkelijke omstandigheden van het leven, staat God op mij te wachten, wil God mij omhelzen, wacht God mij op.

Het misprijzen

In de parabel is er ook nog de andere zoon, de oudste; ook hij heeft het nodig om de barmhartigheid van de vader te ontdekken. Hij is altijd thuis gebleven, maar hij is zo anders dan de vader! Zijn woorden missen alle tederheid: “Ik dien u nu al zoveel jaren en nooit heb ik een gebod van u overtreden... Maar nu die zoon van u is thuisgekomen...” (vv. 29-30).

Wij zien het misprijzen: nergens zegt hij “vader”, nooit zegt hij “broer”, hij denkt alleen aan zichzelf, hij roemt zichzelf dat hij altijd bij zijn vader is gebleven en hem heeft gediend; niettemin heeft hij deze nabijheid nooit vreugdevol beleefd. En nu beschuldigt hij zijn vader ervan dat hij hem nooit een bokje heeft gegeven om een feestmaal aan te richten.

Arme vader!

Arme vader! Een zoon is vertrokken en de andere is hem nooit werkelijk nabij geweest! Het lijden van de vader is als het lijden van God, als het lijden van Jezus omdat wij afstand van Hem nemen of omdat we ver weg van Hem gaan, of omdat wij in zijn nabijheid zijn zonder Hem werkelijk nabij te zijn.

De oudste zoon

De oudste zoon heeft ook barmhartigheid nodig. De rechtvaardigen, zij die denken dat zij goed zijn, hebben ook barmhartigheid nodig. Deze zoon beeldt ons uit, als wij ons afvragen of het wel de moeite waard is om zoveel moeite te doen als we er niets voor terugkrijgen. Jezus herinnert ons eraan dat je niet in het huis van de vader blijft om een beloning te krijgen, maar omdat je de waardigheid hebt van medeverantwoordelijke kinderen. Het gaat niet om een “ruilhandeltje” met God, maar het gaat erom in het voetspoor van Jezus te blijven, die zich zelf op het kruis mateloos gegeven heeft.

Een logica die Jezus vreemd is

“Jongen, jij bent altijd bij me en alles wat ik heb is van jou. We moeten feestvieren en blij zijn” (v. 32). Dat zegt de vader tegen zijn oudste zoon. De logica daarvan is die van de barmhartigheid! De jongste zoon dacht dat hij straf verdiende wegens zijn zonden, de oudste zoon verwachtte een beloning voor zijn diensten.

De twee broers praten niet tegen elkaar. Zij leven twee verschillende verhalen, maar zij redeneren allebei met een logica die Jezus vreemd is: dat als je het goede doet je een beloning ontvangt, en dat als je het kwade doet, wordt gestraft, dat is niet de logica van Jezus, nee! Die logica wordt omvergeworpen door de woorden van de vader: “We moeten feestvieren en blij zijn, want die broer van je was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden” (v. 32).

De vader heeft de verloren zoon teruggekregen, en nu kan hij hem ook aan zijn broer teruggeven! Zonder de jongste zoon, houdt de oudste zoon op een “broer” te zijn. De grootste vreugde van de vader is te zien dat zijn zonen elkaar als broers erkennen.

Feest van barmhartigheid en broederschap

De zoons kunnen besluiten zich te aan te sluiten bij de vreugde van de vader of om dat te weigeren. Zij moeten zich afvragen wat hun eigen wensen zijn en wat het beeld is dat zij van het leven hebben. De parabel heeft een open einde: wij weten niet wat de oudste zoon besloten heeft om te doen. En dat is voor ons een stimulans. Dit evangelie leert ons dat wij het allemaal nodig hebben het huis van de vader binnen te treden en daar deel te hebben aan zijn vreugde, aan zijn feest van barmhartigheid en broederschap.

Broeders en zusters, laten wij onze harten openen om “barmhartig te zijn als de Vader”! (Vert. BR)


Tags

Katholiek nieuws in je mailbox:
Please wait

© Katholiek Nieuwsblad