Katholiek Nieuwsblad

Een ‘supermarkt’ vol afgoden

Een ‘supermarkt’ vol afgoden
CNS Photo/Paul Haring

Tijdens de algemene audiëntie van 1 augustus sprak paus Franciscus over de afgoden in ons leven.

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

We hebben het eerste van de Tien Geboden gehoord: “Gij zult geen andere goden hebben, ten koste van Mij” (Ex. 20,3). Het is goed om stil te staan bij het onderwerp afgoderij, gezien het grote belang en de actualiteit ervan.
Het gebod verbiedt om afgoden of beelden van enige vorm van de werkelijkheid te maken.

Menselijke neiging

Alles kan inderdaad als afgod worden gebruikt. We hebben het hier over een menselijke neiging die zowel gelovigen als niet-gelovigen hebben. Wij christenen kunnen ons bijvoorbeeld afvragen: wie is nu echt mijn God? Is het de Drie-ene Liefde of is het mijn imago, mijn persoonlijke succes, wellicht ook binnen de Kerk?

“Met afgoderij wordt niet enkel de verkeerde erediensten van het heidendom bedoeld. Afgoderij blijft een bestendige bekoring tegen het geloof. Er is sprake van afgodendienst, zodra de mens een schepsel vereert in plaats van God” (Catechismus van de katholieke Kerk, nr. 2113).

Centraal in je leven

Wat is een ‘god’ op het existentiële vlak? Het is wat centraal staat in je eigen leven en waarvan afhangt wat je doet en wat je denkt. Je kunt opgroeien in een normale christelijke familie, maar in een die in werkelijkheid gericht is op dingen die botsen met het Evangelie. De mens kan niet leven zonder zich op iets te richten. Daarom biedt de wereld de ‘supermarkt’ van afgoden. Dat kunnen voorwerpen, beelden, ideeën, rollen zijn.

Maar ook het gebed bijvoorbeeld. Wij moeten bidden tot God, onze Vader. Ik herinner me dat ik een keer naar een parochie in het bisdom Buenos Aires ging om de Mis op te dragen en dat ik vervolgens het vormsel moest toedienen in een andere parochie een kilometer verderop. Ik ging er te voet heen en kwam door een mooi park. Maar in dat park stonden meer dan vijftig tafeltjes, elk met twee stoelen eromheen en de mensen zaten tegenover elkaar. Wat deden ze daar? Tarotkaarten lezen.

Tarot en handlezing

Ze gingen erheen om te ‘bidden’ tot de afgod. In plaats van tot God te bidden die de voorzienigheid voor de toekomst is, gingen ze daarheen, omdat ze daar kaarten lazen die inzicht gaven in de toekomst. Dat is een vorm van afgoderij in onze tijd. Ik vraag jullie: hoeveel van jullie hebben wel eens tarotkaarten lazen lezen om inzicht te krijgen in de toekomst? Hoeveel van jullie hebben bijvoorbeeld een handlezing laten doen om inzicht te krijgen in de toekomst, in plaats van te bidden tot de Heer? Dit is het verschil: de Heer leeft. De andere dingen zijn afgoden, afgoden die nergens toe dienen.

Hoe ontwikkel je afgoderij? Het gebod omschrijft de verschillende fases: “Gij zult geen godenbeelden maken […] / Gij zult u voor hen niet ter aarde buigen / en hun geen goddelijke eer bewijzen” (Ex. 20,4-5).

Obsessie

Het Griekse woord voor ‘afgod’ komt van het werkwoord ‘zien’. Een afgod is een ‘visie’ die een fixatie, een obsessie neigt te worden. De afgod is in werkelijkheid een projectie van zichzelf in objecten of in projecten. De reclamewereld maakt bijvoorbeeld gebruik van die dynamiek: ik zie het voorwerp niet op zichzelf, maar ervaar die auto, die smartphone, die rol – of andere dingen – als een middel om mezelf te realiseren en aan mijn essentiële behoeftes te voldoen.

En ik zoek ernaar, praat erover, denk eraan; het idee om dat voorwerp te bezitten of dat project te realiseren, die positie te bereiken, lijkt een wonderbaarlijke weg naar geluk, een toren om de hemel te bereiken (vlg. Gen. 11,1-9), en alles gaat ten dienste staan van dat doel.

Buigen voor je afgoden

Dan kom je in de tweede fase terecht: Gij zult u voor hen niet ter aarde buigen.” De afgoden vereisen een cultus, rituelen; daarvoor buig je en offer je alles op. In de oudheid werden aan de afgoden mensenoffers gebracht, maar ook vandaag gebeurt dat: voor de carrière worden kinderen opgeofferd, door ze te negeren of ze simpelweg niet te stimuleren; schoonheid vraagt om mensenoffers.

Zoveel uur voor de spiegel! Hoeveel tijd spenderen sommige mensen, sommige vrouwen om zich op te maken?! Ook dat is een vorm van afgoderij. Het is niet verkeerd op je op te maken; maar op een normale manier, niet om een godin te worden. Schoonheid vraagt om mensenoffers. Roem vraagt om de opoffering van zichzelf, van de eigen onschuld en authenticiteit. De afgoden vragen om bloed.

De afgod van het geld

Geld berooft je van het leven en het genot brengt eenzaamheid. De economische structuren offeren mensenlevens op voor hogere doelen. Denk maar aan de vele mensen zonder werk. Waarom? Omdat het soms voorkomt dat de eigenaars van een bedrijf, van een zaak, hebben besloten om mensen te ontslaan om meer geld te verdienen. De afgod van het geld. Je leeft in een hypocriete wereld waarin je doet en zegt wat anderen van je verwachten, omdat de god van de zelfbevestiging je dat oplegt.

En door destructieve systemen worden mensen van het leven beroofd, families vernietigd en jongeren in de steek gelaten, enkel en alleen om de winst te vergroten. Ook drugs is een afgod. Er zijn zoveel jongeren die hun gezondheid en zelfs hun leven verliezen door de verering van deze afgod die drugs heet.

Slaaf van je afgoden

Dan komt de derde en meest tragische fase in beeld: “…en hun geen goddelijke eer bewijzen”. De idolen maken slaven van je. Ze beloven geluk, maar schenken het niet; en je eindigt ermee te leven voor dat ene ding of voor die ene visie, in de klauwen van een zelfvernietigende tornado en in afwachting van een resultaat dat nooit zal komen.

Beste broeders en zusters, de afgoden beloven leven, maar in werkelijkheid nemen ze het van je af. De ware God vraagt niet om jouw leven, maar Hij schenkt het je, Hij doet het je cadeau. De ware God biedt je geen beeld van je succes, maar leert je lief te hebben. De ware God vraagt niet om kinderen, maar offert zijn Zoon voor ons. De afgoden projecteren een hypothetische toekomst en zorgen ervoor dat je een hekel hebt aan het heden; de ware God leert je te leven in de werkelijkheid van elke dag, in het concrete, niet met illusies voor de toekomst: vandaag en morgen en overmorgen, zo wandelend naar de toekomst.

Blind voor de liefde

De concreetheid van de ware God versus de vloeibaarheid van de afgoden. Ik nodig jullie uit om vandaag over het volgende na te denken: hoeveel afgoden heb ik of wat is mijn favoriete afgod? Want je eigen afgoden herkennen is een begin van genade, en plaatst je op de weg van de liefde. De liefde is dan ook onverenigbaar met de afgoderij: als iets absoluut en onaantastbaar wordt, is dat belangrijker dan een echtgenoot, dan een kind of dan een vriendschap. Je hechten aan een ding of aan een idee, maakt je blind voor de liefde.

En om achter je afgoden, of een afgod, aan te gaan, kunnen we zelfs onze vader, moeder, kinderen, man, vrouw, gezin verstoten…de dierbaarste dingen. Je hechten aan een ding of aan een idee maakt je blind voor de liefde. Neem dat mee in je hart: de afgoden weerhouden je van de liefde; de afgoden maken je blind voor de liefde en voor de liefde moeten we werkelijk vrij zijn van elke afgod.

Wat is mijn afgod? Onttrek je eraan en gooi die uit het raam! (Vert. SvdB) 


Tags

© Katholiek Nieuwsblad