Katholiek Nieuwsblad

De Kerk, dat zijn wij allemaal!

De Kerk, dat zijn wij allemaal!
Foto: AP

Tijdens de algemene audiëntie van 6 juni sprak paus Franciscus over het vormsel als een geschenk om aan anderen door te geven.

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

We gaan verder met onze reflectie op het sacrament van het vormsel en we overwegen de effecten die door de gave van de Heilige Geest in de vormelingen tot wasdom komen. En daardoor worden zij, op hun beurt, een gave voor de ander. De Heilige Geest is een gave.

Ontvangen om te geven

We weten dat wanneer de bisschop ons zalft met olie, hij zegt: “Ontvang het zegel van de Heilige Geest, de gave Gods.” Die gave van de Heilige Geest komt in ons binnen en wordt daar vruchtbaar, zodat wij die daarna ook aan anderen kunnen geven.

Het is altijd ontvangen om te geven: nooit ontvangen en de dingen in jezelf bewaren, alsof de ziel een magazijn is. Nee: altijd ontvangen om te geven. Je ontvangt de genaden van God om ze weer aan anderen te kunnen geven. Dat is het leven van de christen. Het komt dan ook van de Heilige Geest om ons los te maken van ons eigen ik en onszelf open te stellen voor het ‘wij’ van de gemeenschap: ontvangen om te geven. Wij zijn niet degenen die centraal staan: wij zijn een instrument van die gave voor de ander.

De Kerk, een levend organisme

Door in de gedoopten de gelijkenis met Christus te voltooien, verenigt het vormsel hen sterker als levende ledematen van het mystieke lichaam van de Kerk (cf. Ritus van het Vormsel n. 25). De missie van de Kerk in de wereld gaat voort door middel van de bijdrage van iedereen die er deel van uitmaakt. Sommigen denken dat er in de Kerk bazen zijn: de paus, de bisschoppen, de priesters, en dan de rest. Nee: de Kerk, dat zijn wij allemaal!

En wij hebben allemaal de verantwoordelijkheid om elkaar te heiligen, voor elkaar te zorgen. De Kerk, dat zijn wij allemaal. Ieder heeft zijn taak in de Kerk, maar we zijn die allemaal.We moeten dan ook denken aan de Kerk als een levend organisme dat opgebouwd is uit mensen die we kennen en met wie we op weg zijn, en niet als een abstract en ver weg staande realiteit.

Wij zijn de Kerk

De Kerk, dat zijn wij die op weg zijn; de Kerk, dat zijn wij die vandaag op dit plein staan. Wij: dat is de Kerk. Het vormsel verbindt ons met de universele Kerk die over de hele wereld verspreidt is. Het betrekt de vormelingen echter actief in het leven van de lokale Kerk waartoe we behoren, met de bisschop aan het hoofd die de opvolger is van de apostelen.

Daarom is de bisschop de oorspronkelijke bedienaar van het vormsel (vlg. Lumen gentium, 26), omdat hij de vormeling inleidt in de Kerk. Het feit dat dit sacrament, in de Latijnse Kerk, gewoonlijk wordt toegediend door de bisschop onderstreept dat “het als vrucht heeft hem die het ontvangen nauwer te verenigen met de Kerk, met haar apostolische oorsprong en met haar zending om van Christus te getuigen” (Catechismus van de katholieke Kerk, 1313).

Vredeswens

Deze kerkelijke inlijving wordt goed uitgedrukt door de vredeswens waarmee de ritus van het vormsel wordt afgesloten. De bisschop zegt namelijk tegen elke vormeling: “De vrede zij met u.” Deze woorden herinneren aan de begroeting van Christus aan de leerlingen op de avond van Pasen; vol van de Heilige Geest (vlg. Joh. 20,19-23) – we hoorden het – belichten deze woorden een handeling die “de kerkelijke gemeenschap met de bisschop en alle gelovigen uitdrukt” (vlg. de Catechismus, 1301).

Wij ontvangen bij het vormsel de Heilige Geest en de vrede; die vrede die we ook aan anderen moeten geven. Maar denk je eens in; denk eens aan je eigen parochiegemeenschap bijvoorbeeld. Er is de ritus van het vormsel en daarna wensen we elkaar de vrede: de bisschop wenst die aan de vormeling, en daarna, tijdens de Mis, wensen wij elkaar de vrede. Dit betekent harmonie, liefde voor elkaar, vrede.

Roddelen is niet goed!

Maar wat gebeurt er dan? We gaan de kerk uit en beginnen kwaad te spreken over de ander, we beginnen de ander op de huid te zitten. Het geroddel begint. En roddels betekenen oorlogen. Dat is niet goed! Als wij de vredeswens hebben ontvangen met de kracht van de Heilige Geest, moeten wij mannen en vrouwen van vrede zijn. En niet met onze tong de vrede vernietigen die door de Geest gemaakt is.

Arme Heilige Geest, wat een werk heeft Hij met ons, met die gewoonte om te roddelen! Bedenk goed: het geroddel is geen werk van de Heilige Geest, het is geen werk van de eenheid van de Kerk. Het geroddel vernietigt wat God maakt. Maar alsjeblieft: stop met dat geklets!

Niet voor jezelf houden

Het vormsel ontvang je maar één keer, maar de geestelijke dynamiek die tot stand komt door de heilige zalving blijft door de tijd heen aanhoudend werken. Wij zullen nooit klaar zijn met het vervullen van ons mandaat om overal om ons heen de goede geur te verspreiden van een heilig leven, dat geïnspireerd wordt door de fascinerende eenvoud van het Evangelie.

Niemand ontvangt het vormsel enkel voor zichzelf, maar om mee te werken aan de geestelijke groei van anderen. Alleen zo, door ons open te stellen en uit te gaan om onze broeders te ontmoeten, kunnen we werkelijk groeien en niet enkel onszelf voor de gek houden dat we dat doen. Wat we van God als geschenk ontvangen moet dus ook weggeschonken worden – het geschenk is er om geschonken te worden – zodat het vruchtbaar wordt. Het moet niet begraven worden uit egoïstische angst, zoals de gelijkenis van de talenten ons leert (vlg. Mt. 25,14-30).

Zaad om te zaaien

Ook het zaad, als wij het zaad in handen hebben, is niet om het daar in de kast neer te leggen en te laten liggen: het is om te zaaien. De gave van de Heilige Geest moeten we aan de gemeenschap geven. Ik roep de vormelingen op om de Heilige Geest niet te ‘kooien’, om geen weerstand te bieden aan de Wind die waait om je in vrijheid te laten wandelen, om het brandende Vuur van liefde dat je ertoe brengt je leven te geven voor God en je broeders niet te doven.

Dat de Heilige Geest aan ieder van ons de apostolische moed mag geven om het Evangelie te verkondigen, met woorden en daden, aan degenen die wij op onze weg ontmoeten. Met woorden en daden, maar met goede woorden die opbouwen. Niet met roddelende woorden die vernietigen. Alsjeblieft, denk eraan wanneer jullie de kerk uitgaan dat de vrede die je hebt ontvangen, bedoeld is om aan anderen door te geven en niet om die met geroddel te vernietigen. Vergeet dat niet. (Vert. SvdB)


Tags

© Katholiek Nieuwsblad