Katholiek Nieuwsblad - Sint Pieter Rome

De christelijke hoop kan niet zonder de naastenliefde

De christelijke hoop kan niet zonder de naastenliefde
Foto: AP

Tijdens de algemene audiëntie van 8 februari sprak paus Franciscus over de hoop als bron van wederzijdse troost.

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

Vorige week woensdag hebben we gezien dat de apostel Paulus in de Eerste Brief aan de Thessalonicensen oproept om geworteld te blijven in de hoop op de verrijzenis (vlg. 1 Tes. 5,4-11), met die mooie woorden “zo zullen wij voor altijd samen zijn met de Heer” (1 Tes. 4,17).

Gemeenschappelijk

In diezelfde context toont de apostel ons dat de christelijke hoop niet alleen een persoonlijke, individuele kant heeft, maar een gemeenschappelijke, kerkelijke. Wij hopen allemaal; wij hebben allemaal hoop, ook gezamenlijk.

Om die reden verlegt Paulus zijn blik naar al degenen die deel uitmaken van de christelijke gemeenschap door hun te vragen voor elkaar te bidden en elkaar te ondersteunen. Elkaar helpen. Maar elkaar niet alleen helpen bij de noden, de vele noden van het dagelijks leven, maar elkaar helpen bij de hoop, elkaar ondersteunen in de hoop.

Pastorale leiding

En het is geen toeval dat hij juist begint met de verwijzing naar degenen aan wie de verantwoordelijkheid en de pastorale leiding is toevertrouwd. Zij zijn de eersten die geroepen zijn om de hoop te voeden, en dat is niet omdat ze beter zouden zijn dan de anderen, maar op basis van een goddelijke leer die boven hun eigen macht uitstijgt.

Om die reden hebben ze meer dan ooit het respect, het begrip en de welwillende steun nodig van iedereen.

Wanhoop

De aandacht wordt daarna verlegd naar de broeders die het grootste risico lopen de hoop te verliezen, in wanhoop te vervallen. Wij horen altijd over mensen die in wanhoop vervallen en vreselijke dingen doen... De wanhoop brengt hen tot vele vreselijke dingen.

Er wordt verwezen naar wie ontmoedigd is, naar wie zwak is, naar wie gebukt gaat onder het gewicht van het leven en van de eigen fouten en er niet meer in slaagt zichzelf op te richten. In die gevallen moeten de nabijheid en de warmte van heel de Kerk nog intenser en liefdevoller worden, en moeten ze de prachtige vorm van de compassie aannemen.

Compassie

Dat niet wil zeggen begrip hebben: de compassie is dragen met de ander, lijden met de ander, degene die lijdt naderbij komen; een woord, een aanraking, maar een die uit het hart komt; dat is de compassie. Met degene die troost en steun nodig heeft. Dat is meer dan ooit belangrijk: de christelijke hoop kan niet zonder de oprechte en concrete naastenliefde.

Diezelfde apostel Paulus stelt in de Brief aan de Romeinen in alle oprechtheid: “Wij die bij de sterken horen, hebben de plicht de gevoeligheid van de zwakken te ontzien, zonder rekening te houden met onszelf” (Rom. 15,1). De gevoeligheid van de anderen te ontzien.

Dat is de Kerk!

Dat getuigenis blijft vervolgens niet voorbehouden aan de christelijke gemeenschap: het weerklinkt in al zijn kracht ook daarbuiten, in de sociale en burgerlijke context, als oproep om geen muren maar bruggen te bouwen, om het kwaad niet met het kwaad te vergelden, om het kwaad met het goede te overwinnen, de belediging met de vergeving - de christen mag nooit zeggen: dat zet ik je betaald! Nooit, dat is geen christelijke geste; de belediging wordt overwonnen door de vergeving - , om in vrede met iedereen te leven.

Dat is de Kerk! En dat is wat de christelijke hoop bewerkstelligt wanneer het de krachtige en tegelijkertijd tedere eigenschappen van de liefde aanneemt. De liefde is krachtig en teder. Dat is mooi.

Niet alleen

Je begrijpt dan dat je niet leert te hopen in je eentje. Niemand leert in zijn eentje te hopen. Dat is niet mogelijk. Om gevoed te worden heeft de hoop noodzakelijkerwijs een ‘lichaam’ nodig, waarbinnen de verschillende ledematen elkaar ondersteunen en elkaar doen herleven.

Dat wil dus zeggen dat, als we hopen, dat zo is omdat vele van onze broeders en zusters ons hebben leren hopen en onze hoop levend hebben gehouden. En daarin onderscheiden de kleinen, de armen, de eenvoudigen en de uitgeslotenen zich.

Relatieve zekerheid

Ja, want degene die zich in zijn eigen welzijn opsluit, kent de hoop niet: diegene hoopt enkel op zijn welzijn en dat is geen hoop: dat is relatieve zekerheid; degene die zich opsluit in zijn eigen tevredenheid, die zich altijd goed voelt, kent de hoop niet...

Degenen die echter hopen zijn zij die elke dag de beproeving, de onzekerheid en de eigen grenzen ervaren. Dat zijn onze broeders die ons het mooiste, krachtigste getuigenis geven, want ze blijven sterk vertrouwen op de Heer, wetende dat, over het verdriet, de verdrukking en de onafwendbare dood heen, Hij het laatste woord zal hebben en het zal een woord zijn van barmhartigheid, van leven en van vrede.

Wie hoopt, hoopt op een dag deze woorden te horen: “Kom, kom bij mij broeder; kom, kom bij mij, zuster, in alle eeuwigheid.”

De Heilige Geest

Beste vrienden, als, zoals we gezegd hebben, de natuurlijke woning van de hoop een ondersteunend ‘lichaam’ is, dan is dat lichaam in het geval van de christelijke hoop de Kerk, terwijl het vitale kloppend hart van deze hoop de Heilige Geest is. Zonder de Heilige Geest kunnen we geen hoop hebben. En daarom nodigt de apostel Paulus ons dus tot slot uit om Hem voortdurend aan te roepen.

Als het niet gemakkelijk is te geloven, is het dat zeker niet om te hopen. Het is moeilijker om te hopen dan om te geloven, het is moeilijker. Maar als de Heilige Geest in onze harten woont, is Hij het die ons doet begrijpen dat we niet bang hoeven te zijn, dat de Heer dichtbij is en voor ons zorgt; en Hij is het die onze gemeenschappen vormt, in een eeuwigdurend Pinksteren, als levende tekens van hoop voor de menselijke familie. Dank u wel. (Vert. SvdB)


Tags

Katholiek nieuws in je mailbox:
Please wait

© Katholiek Nieuwsblad