Katholiek Nieuwsblad

Waarom elke zondag naar de Mis?

Waarom elke zondag naar de Mis?
Foto: AP

Tijdens de algemene audiëntie van 13 december legde paus Franciscus uit waarom we zondag naar de Mis moeten gaan.

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

We vervolgen onze weg wat betreft de catecheses over de Mis en vandaag vragen we ons af: waarom moeten we naar de Mis op zondag?

De zondagse viering van de Eucharistie staat in het centrum van het leven van de Kerk (vlg. de Catechismus van de katholieke Kerk, nr. 2177). Wij christenen gaan op zondag naar de Mis om de verrezen Heer te ontmoeten, of beter gezegd, om ons door Hem te laten ontmoeten, te luisteren naar zijn woord, ons te voeden aan zijn tafel, en zo Kerk te worden, ofwel zijn levende mystieke Lichaam in de wereld.

De Mis maakt de zondag christelijk!

Dat werd al vanaf het eerste moment begrepen door Jezus’ leerlingen die de eucharistische ontmoeting met de Heer vierden op de dag van de week die de Joden ‘de eerste van de week’ noemden en de Romeinen ‘de dag van de zon’. Want op die dag verrees Jezus uit de doden en verscheen Hij aan zijn leerlingen, sprak Hij met hen, at met hen en schonk Hij hun de heilige Geest (vlg. Mt. 28,1; Mc. 16, 9.14; Lc. 24, 1.13; Joh. 20,1.19), zoals we tijdens de Bijbellezing hebben gehoord.

Ook de grote uitstorting van de Geest met Pinksteren gebeurde op zondag, de vijftigste dag na de verrijzenis van Jezus. Om die reden is de zondag een heilige dag voor ons, geheiligd door de viering van de eucharistie, de levende aanwezigheid van de Heer onder ons en voor ons. Het is dus de Mis die de zondag christelijk maakt!

De ontmoeting met de Heer

De christelijke zondag draait om de Mis. Wat is een zondag voor een christen zonder de ontmoeting met de Heer?
Er zijn christelijke gemeenschappen die helaas niet elke zondag van de Mis kunnen genieten; ook zij zijn echter op deze heilige dag geroepen om zich in gebed te verenigen in naam van de Heer, te luisteren naar het Woord Gods en het verlangen naar de Eucharistie levend te houden.

Een aantal geseculariseerde samenlevingen heeft de christelijke zin van een zondag die verlicht is door de Eucharistie verloren. Dat is jammer! Daar is het nodig om dit bewustzijn weer tot leven te wekken om de betekenis van dit feest te herontdekken, van de vreugde, van de parochiegemeenschap, van de solidariteit, van de rust die de ziel en lichaam herstelt (vlg. de Catechismus van de katholieke Kerk, nr. 2177-2188). 

De Eucharistie is al deze waarden meester, zondag na zondag. Daarom wilde het Tweede Vaticaans Concilie benadrukken dat “de zondag de meest oorspronkelijke feestdag is, die de gelovigen moet worden voorgehouden en ingeprent, zodat hij ook een dag van vreugde wordt en van vrij zijn van arbeid” (Sacrosanctum Concilium, 106).

Nieuwe moed

Het op zondag vrij zijn van werk bestond niet in de eerste eeuwen: dat is een specifieke bijdrage van het christendom. Uit Bijbelse traditie rusten de Joden op zaterdag, terwijl er in de Romeinse samenleving geen enkele dag in de week was voorzien waarop dienaren vrij waren van werk. Het was de christelijke betekenis van leven als kinderen en niet als slaven, begeesterd door de Eucharistie, die van de zondag, bijna universeel, een rustdag maakte.

Zonder Christus zijn we gedoemd om geregeerd te worden door de dagelijkse vermoeidheid, met alle zorgen, en de angst voor morgen. De zondagse ontmoeting met de Heer geeft ons de kracht om vandaag met moed en vertrouwen te beleven en om hoopvol voort te gaan. Daarom gaan wij christenen op zondag de Heer ontmoeten in de eucharistieviering.

Voorproefje van de hemel

De eucharistische eenheid met Jezus, die verrezen is en leeft in eeuwigheid, is een voorproefje van die zondag zonder zonsondergang, wanneer er geen vermoeidheid en pijn, geen rouw en geen tranen meer zullen zijn, maar enkel de vreugde volledig en voor altijd met de Heer te leven. Ook over die zalige rust spreekt de zondagsmis ons, en zo leren we om ons, tijdens het stromen van de week, toe te vertrouwen aan de handen van de Vader en aan de hemel.

Wat kunnen we zeggen tegen degenen die beweren dat je niet naar de Mis hoeft te gaan, zelfs niet op zondag, omdat het belangrijkste is dat je goed leeft en de naaste liefhebt? Het klopt dat de kwaliteit van het christelijk leven afgemeten wordt aan het vermogen lief te hebben zoals Jezus heeft gezegd: “Hieruit zullen allen kunnen opmaken, dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart” (Joh. 13,35); maar hoe kunnen wij het Evangelie in de praktijk brengen zonder de noodzakelijke energie daarvoor, zondag na zondag, te tappen uit de onuitputtelijke bron van de Eucharistie?

Ontvangen in plaats van geven

Wij gaan niet naar de Mis om iets aan God te geven, maar om van Hem te ontvangen wat we echt nodig hebben. Daar herinnert het gebed van de Kerk aan die zich op de volgende wijze tot God richt: “Gij hebt geen nood aan onze lofprijzing, want onze dankzegging is nog uw gave. Al kan ons loflied uw grootheid niet verhogen, het draagt toch bij tot onze zaligheid door Christus onze Heer” (Romeins Missaal).

Dus waarom naar de Mis gaan op zondag? Het is niet voldoende om te zeggen dat het een gebod van de Kerk is; dat helpt om de waarde ervan te begrijpen, maar op zichzelf volstaat het niet. Wij christenen hebben behoefte aan de zondagsmis, omdat alleen met de genade van Jezus, met zijn levende aanwezigheid in ons en onder ons, we zijn geboden in de praktijk kunnen brengen, en zo zijn geloofwaardige getuigen kunnen zijn. (Vert. SvdB) 


Tags

© Katholiek Nieuwsblad