Katholiek Nieuwsblad

‘Doe dan voortaan net als hij’

‘Doe dan voortaan net als hij’
Foto: AP

Tijdens de algemene audiëntie van 27 april sprak paus Franciscus over de parabel van de Barmhartige Samaritaan (Lc. 10,25-37).

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

Laat ons vandaag reflecteren op de parabel van de Barmhartige Samaritaan (Lc. 10,25-37). Een wetgeleerde stelt Jezus op de proef met deze vraag: “‘Rabbi, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwig leven?” (v.25). Jezus vraagt hem de vraag zelf te beantwoorden, en de man antwoordt perfect: “U zult de Heer uw God liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf” (v.27). Jezus besluit dan: “Doe dat en u zult leven” (v.28).

‘Wie is mijn naaste?’

Dan stelt de man nog een vraag, die zeer betekenisvol is voor ons: “Ja maar, wie is mijn naaste?” (v.29) en hij benadrukt, “mijn verwanten? Mijn landgenoten? Diegenen van mijn godsdienst?...” Aldus wil hij een duidelijke regel die het hem mogelijk maakt anderen te classificeren als ‘naaste’ en ‘niet-naaste’, als diegenen die naaste kunnen worden en diegenen die geen naaste kunnen worden.

Een priester, een leviet en een Samaritaan

Jezus antwoordt met een parabel, het voorbeeld nemend van een priester, een leviet en een Samaritaan. De eerste twee zijn figuren verbonden met de eredienst van de Tempel; de derde is een schismatieke Jood, die als een vreemdeling wordt beschouwd, heidens en onrein, namelijk de Samaritaan. Op de weg van Jeruzalem naar Jericho komen de priester en de leviet een stervende man tegen, die rovers hebben aangevallen, uitgeschud en achtergelaten.

De Wet van de Heer legt in vergelijkbare situaties de plicht op hem te helpen, maar beiden passeren zonder te stoppen. Ze hadden haast... De priester, misschien, keek op zijn horloge en zei “Ik ben laat voor de Mis... Ik moet de Mis lezen”. De ander zei wellicht: “Ik weet niet of de Wet het me toestaat, want er is hier bloed en ik zal onrein zijn...” Ze nemen een andere weg en benaderen hem niet.

De eerste les

Hier biedt de parabel ons de eerste les: zij die het huis van God bezoeken en zijn barmhartigheid kennen, weten niet automatisch hoe hun naaste lief te hebben. Het is niet automatisch! Je kunt de hele Bijbel kennen, je kunt alle liturgische rubrieken kennen, je kunt alle theologie kennen, maar liefde komt niet automatisch uit deze kennis: liefhebben is een ander pad, het vraagt intelligentie, maar ook iets meer...

De priester en de leviet zien maar negeren; ze kijken maar ze bieden niet aan te helpen. Maar er is geen echte aanbidding als die niet vertaald wordt in dienst aan de naaste. Laten we dit nooit vergeten: voor het lijden van zoveel door honger, geweld en onrechtvaardigheid uitgeputte mensen, kunnen wij geen toeschouwers blijven. Wat betekent het om het lijden van de mens te negeren? Het betekent God negeren! Als ik die man, die vrouw, dat kind, die oudere man of vrouw die lijden niet nabij kom, dan kom ik God niet nabij.

De kern van de parabel

Laten we tot de kern van de parabel komen: de Samaritaan, namelijk de verachte man, degene op wie niemand zou hebben gewed, en die ook zijn eigen verplichtingen en dingen te doen had, toen hij de gewonde man zag passeerde hij niet zoals de andere twee, die aan de Tempel verbonden waren, maar “was ten diepste met hem begaan” (v.33). Dat zegt het Evangelie: “Hij was ten diepste met hem begaan”, dat wil zeggen, zijn hart, zijn emoties werden bewogen! Dit is het verschil. De andere twee “zagen”, maar hun harten bleven gesloten, koud. Terwijl de Samaritaan in synchroniciteit was met de kern van Gods hart.

God heeft medelijden met ons

Werkelijk, “medelijden” is een essentiële karakteristiek van Gods barmhartigheid. God heeft medelijden met ons. Wat betekent dit? Hij lijdt met ons, hij voelt ons lijden. Medelijden betekent “lijden met”. Het werkwoord wijst erop dat de fysiek wordt bewogen en huivert bij het zien van het kwaad van de mens. In de gebaren en daden van de Barmhartige Samaritaan herkennen we de barmhartige daden van God in de hele verlossingsgeschiedenis. Het is hetzelfde medelijden waarmee de Heer ieder van ons komt ontmoeten: Hij negeert ons niet, Hij kent onze pijn, Hij weet hoezeer we hulp en troost nodig hebben. Hij komt nabij en verlaat ons nooit.

De goede God die ons geneest

Ieder van ons, stel en beantwoord de vraag in ons hart: “Geloof ik? Geloof ik dat de Heer medelijden met mij heeft, gewoon zoals ik ben, een zondaar, met veel problemen en veel kwesties?” Denk daarover na en het antwoord is: “Ja!” Maar iedereen moet in zijn hart kijken of hij geloof heeft in dit medelijden van God, van de goede God die nabij komt, ons geneest, ons streelt. Als we Hem afwijzen, wacht Hij: Hij is geduldig en is altijd naast ons.

Het gebod van de Heer

De Samaritaan handelt met echte barmhartigheid: hij verbindt de wonden van die man, brengt hem naar een herberg, zorgt persoonlijk voor hem en voorziet in zijn zorg. Dit alles leert ons dat medelijden, liefde, geen vaag sentiment is, maar betekent voor de ander te zorgen, zelfs voor hem te betalen. Het betekent zichzelf in gevaar brengen, alle noodzakelijke stappen nemen om de ander te “benaderen” tot het punt van identificatie met hem: “U zult uw naaste liefhebben als uzelf.” Dit is het gebod van de Heer.

‘Die hem barmhartigheid heeft bewezen’

Als de parabel afgelopen is, draait Jezus de vraag van de wetgeleerde om en vraagt hem: “Wie van die drie is naar uw mening de naaste geweest van de man die in handen van de rovers was gevallen?” (v.36). Het antwoord is compleet ondubbelzinnig: “Hij die hem barmhartigheid heeft bewezen” (v.37). Aan het begin van de parabel was de stervende man de naaste voor de priester en de leviet. Aan het eind is de naaste de Samaritaan die nabij kwam.

Jezus draait het perspectief om: sta niet langs de kant anderen op het oog te classificeren, wie naaste is en wie niet. Je kunt naaste worden van iedere behoeftige persoon die je ontmoet, en je zult weten dat je medelijden in je hart hebt, dat wil zeggen, of je de capaciteit hebt om met de ander te lijden.

Een prachtig geschenk, en ook een opdracht!

Deze parabel is een prachtig geschenk voor ons allen, en ook een opdracht! Jezus herhaalt tegen ieder van ons wat Hij tegen de wetgeleerde zei: “Doe dan voortaan net als hij” (v.37). Wij zijn allen geroepen hetzelfde pad van de Barmhartige Samaritaan te volgen, die de figuur van Christus is: Jezus boog over naar ons, Hij werd onze dienaar, en zo heeft Hij ons gered, opdat ook wij zouden liefhebben zoals Hij ons liefhad, op dezelfde manier. (Vert. KN)


Tags

Katholiek nieuws in je mailbox:
Please wait

© Katholiek Nieuwsblad