Wat is het geloof?

Wat is het geloof? Foto: AP

Tijdens de algemene audiëntie van 24 oktober sprak paus Benedictus XVI over de aard van het geloof.

 

Vandaag wil ik met u nadenken over de fundamentele vraag: Wat is het geloof? Heeft het geloof nog zin in een wereld waarin wetenschap en techniek horizonten openen, die tot voor kort ondenkbaar waren? Wat is de zin van het leven? Wat betekent het nu te geloven?

Als deze indringende vragen tonen aan dat het op exacte berekeningen en experimenten berustende wetenschappelijke weten voor het leven van de mens weliswaar van betekenis is, maar zeker niet voldoende. Niet alleen hebben we materiële ‘voeding’ nodig, maar ook liefde, zingeving, hoop, een zeker fundament dat ons leven – ook in tijden van crisis, duisternis, moeilijkheden en problemen – een authentieke zin geeft.

Dit alles geeft ons het geloof. Het is een zelfverzekerd vertrouwen in een ‘Gij’, die God is, die mij een andere niet minder solide zekerheid geeft dan afkomstig uit exacte berekening of wetenschap. Het geloof is geen simpel intellectueel instemmen met bijzondere waarheden over God, het is veeleer een handeling waarmee ik mijzelf vrij en vrank toevertrouw aan een God, die Vader is en die mij bemint; het is zich hechten aan een ‘Gij’, die mij hoop en vertrouwen geeft. Zeker deze adhesie aan God is niet zonder inhoud; vooraf gaat het bewustzijn dat God zich aan ons openbaart in Christus, ons zijn gelaat toont en ieder van ons werkelijk nabij komt.

God openbaart zijn mateloze liefde voor de mens aan het Kruis; Jezus van Nazareth, de Zoon van God, werd mens, toonde ons op de meest heldere manier hoe ver deze liefde ging door zichzelf te geven in totale opoffering. In het mysterie van de dood en verrijzenis van Christus, daalde God af naar de diepten der mensheid om deze terug te brengen tot Hem en op te trekken tot zijn hoogte.

Het geloof is geloven in deze liefde van God, die in staat is alle vormen van slavernij te veranderen en verlossing te schenken. Geloof hebben betekent: deze ‘Gij’ ontmoeten, deze God die mij steunt en mij de belofte doet van een onverwoestbare liefde, die niet alleen streeft naar eeuwigheid maar deze schenkt; geloof hebben betekent: zich aan God toevertrouwen als een kind. Deze mogelijkheid van verlossing door het geloof is een gave die God aanbiedt aan alle mensen. Dat is de basis waarop we kunnen leven zonder angst. En deze bevrijdende en geruststellende zekerheid van het geloof moeten we verkondigen met het woord en laten zien door ons leven als christenen.

 

Wat zet de mens aan tot deze openheid van hart en geest, om te geloven in de God die zichtbaar is geworden in de gestorven en verrezen Jezus Christus, om zijn verlossing aan te nemen zodat Hij en zijn Evangelie ons de weg kan wijzen en ons bestaan verlichten?

Wij geloven in God omdat Hij ons nabij komt en ons weet te raken, omdat de Heilige Geest, de gave van de Verrezene, ons in staat stelt de levende God te aanvaarden. Het geloof is voor alles een bovennatuurlijk gave van God. Vaticanum II bevestigt: Om dit geloof te kunnen geven, is de voorkomende en helpende genade van God nodig en de innerlijke bijstand van de Heilige Geest, die het hart moet bewegen en tot God bekeren, de ogen van de geest openen en aan allen smaak geven om met de waarheid in te stemmen en erin te geloven (Dei Verbum, 5). Aan de basis van onze geloofsweg staat het doopsel, het sacrament dat ons de Heilige Geest schenkt, waardoor we in Christus kinderen van God worden en het merkteken krijgen binnen te gaan in de geloofsgemeenschap, de Kerk. Het geloof is geen verdienste van jezelf, maar ontstaat dankzij de genade van de Heilige Geest; geloven doe je altijd in gemeenschap met anderen. Vanaf het doopsel is elke gelovige geroepen de geloofsbelijdenis telkens nieuw te beleven en zich eigen te maken samen met andere gelovigen.

 

Het geloof is een gave van God, maar is ook een vrije en menselijke daad. De Catechismus van de Katholieke Kerk zegt duidelijk: Geloven is slechts mogelijk door de genade en de innerlijke bijstand van de Heilig Geest. Het is niet minder waar dat geloven een authentiek menselijke daad is. Het is noch in strijd met de vrijheid noch met het denken van de mens (n.154). Geloven is vrij en vreugdevol vertrouwen in het plan van Gods Voorzienigheid voor de geschiedenis, net als de aartsvader Abraham deed en Maria van Nazareth. Geloven is de instemming waarmee onze geest en ons hart hun ‘ja’ zeggen tegen God en belijden dat Jezus Heer is. Dit ‘ja’ verandert en hernieuwt ons leven, opent de weg naar de volledigheid van de zin van het leven en verrijkt het met volkomen vreugde en betrouwbare hoop.

 

Samenvatting Sef Adams

26 oktober 2012