Op de drempel van het derde millennium schreef de zalige Johannes Paulus II: Meer dan ooit voel ik mij verplicht te wijzen op het Concilie dat als grote genade geschonken is aan de Kerk in de 20e eeuw. Daarin wordt een zeker kompas aangeboden om ons te leiden op de weg in de net begonnen eeuw (Novo millennio ineunte, 57). Dit is veelzeggend. We moeten ons herbezinnen op de documenten van Vaticanum II en ons bevrijden van een dikwijls hinderlijke ballast aan publicaties, die deze eerder verbergen dan doen kennen. Ook voor onze tijd zijn deze documenten een kompas voor het schip van de Kerk om veilig en zeker te navigeren naar de goede haven.
In de openingstoespraak gaf de zalige Johannes XXIII de volgende algemene richtlijn: het geloof dient te worden verkondigd op hernieuwde en meer indringende manier, waarbij de eeuwige inhoud volledig intact dient te blijven zonder enige concessie of compromis. De paus wilde dat de Kerk zou nadenken over haar geloof en de waarheid die haar leidt.
Uit deze ernstige en diepe reflectie moeten de contouren te ontstaan van een nieuwe relatie tussen de Kerk en het moderne, om zo aan de wereld de noodzaak te presenteren van het Evangelie in zijn volledige grootheid en zuiverheid. De dienaar Gods Paulus VI sprak op de laatste zittingsdag van het Concilie op 7 december 1965 buitengewoon actuele woorden door aan te geven dat om dit Concilie goed te kunnen evalueren, het gezien dient te worden in het licht van de tijd waarin het plaats vond.
In feite – aldus deze paus – werd het Concilie verwezenlijkt in een tijd, waarin alle mensen eerder streven naar de heerschappij van deze wereld dan naar de vestiging van het rijk van God; in een tijd waarin het vergeten van God een gewoonte wordt die naar het schijnt door de vooruitgang van de wetenschappen in de hand wordt gewerkt; (...) in een tijd waarin het laïcisme een normaal voortvloeisel schijnt te zijn van de moderne wetenschappelijke ontwikkeling en dat als de hoogste wijsheid van de tijdelijke sociale orde wordt beschouwd (...). In deze tijd nu is het concilie gevierd tot lof van God, in de naam van Christus, onder ingeving van de Heilige Geest.
En Paulus VI besloot door de Godsvraag het centrale punt van het Concilie te noemen: God bestaat. Waarlijk, God is werkelijkheid, Hij bestaat inderdaad, Hij is een levend en persoonlijk wezen, Hij is de Voorzienigheid; Hij is oneindig goed, niet alleen in zichzelf maar ook in hoge mate tegenover ons; Hij is onze schepper, onze waarheid, ons geluk en wel zo, dat de inspanning van de mens om op God zijn blik en zijn hart te vestigen in een houding die wij contemplatie noemen, als de meest verheven en volmaaktste daad van zijn geest dient beschouwd te worden, een daad die ook in onze tijd de onmetelijke piramide van de menselijke activiteiten kan en moet ordenen.
Wij zien hoe de tijd waarin wij leven nog steeds gekenmerkt wordt door een vergeetachtigheid en doofheid tegenover God. Daarom moeten we de eenvoudigste en meest fundamentele les leren van het Concilie: het christendom bestaat in zijn wezen in het geloof in God, die trinitaire Liefde is en in de zowel persoonlijke als gemeenschappelijk ontmoeting met Christus die ons leven stuurt en leidt. Van grote betekenis is nu het hernieuwde en heldere besef van Gods aanwezigheid.
Evenzo moeten wij begrijpen dat het ontbreken van geloof in God al het wezenlijke doet instorten, want de mens verliest daardoor zijn diepe waardigheid en de grootheid van zijn mens-zijn. Het Concilie herinnert ons dat de Kerk in al haar delen de taak en zending heeft om het reddende woord van de liefde Gods te verbreiden. Deze goddelijke roeping moet gehoord en opgenomen worden, want zij bevat in zich onze eeuwige zaligheid.
De vier constituties van Vaticanum II vormen de vier kardinale punten van het kompas dat ons de weg moet wijzen. Die over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium, geeft aan hoe in de Kerk van begin af aan de aanbidding van God, het mysterie van Christus' tegenwoordigheid, centraal staat. De Kerk, Lichaam van Christus en pelgrimerend volk in de tijd, heeft de fundamentele taak God te verheerlijken, zoals verwoord in Lumen gentium.
In de constitutie over de goddelijke openbaring Dei Verbum roept het levende Woord van God de Kerk samen en maakt haar levend tijdens haar weg door de geschiedenis. De manier waarop de Kerk aan de wereld het volledige licht brengt zoals zij dat van God heeft ontvangen om Hem te verheerlijken, is hoofdthema van Gaudium et spes.
'Herbezinnen op Vaticanum II'
door Sef Adams
Paus Benedictus XVI: "We moeten ons bevrijden van een dikwijls hinderlijke ballast aan publicaties over Vaticanum II, die het Concilie eerder verbergen dan doen kennen."
Foto: AP
Tijdens de audiëntie van 10 oktober sprak de paus over Vaticanum II.
12 oktober 2012



Aanmelden Nieuwsbrief
Zie mij op Facebook!
Poll