'In uw handen beveel ik mijn geest'

door  Sef Adams
'In uw handen beveel ik mijn geest' Foto: AP
Tijdens de audiëntie van 15 februari sprak de paus over de drie laatste gebeden van Jezus aan het kruis.
Toen zij op de plaats kwamen die Schedel heet, sloegen zij Hem daar aan het kruis, en zo ook de misdadigers, de een rechts, de ander links. En Jezus zeide: Vader vergeef het hun, want zij weten niet wat ze doen (Lc. 23,33-34). Jezus richt dit eerste gebed tot de Vader; Hij vraagt om vergeving voor zijn beulen.

Daarmee vervult Jezus wat Hij leert in de Bergrede: Bemint uw vijanden, doet wel aan die u haten (Lc. 6,27). En aan hen die kunnen vergeven, belooft Hij: dan zal uw loon groot zijn, dan zult ge kinderen zijn van de Allerhoogste (Lc. 6,35).

Jezus' tweede gebed is een antwoord op de bede van de met hem gekruisigde goede rover. Deze heeft berouw, erkent dat hij zich naast de Zoon van God bevindt en smeekt: Jezus, denk aan mij, wanneer Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt. (Lc. 23,42). Het antwoord gaat ver boven het verzoek uit: Vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs (Lc. 23,43).

Dan Jezus' laatste woorden. Het was nu omtrent het middaguur; er viel duisternis over heel de streek tot aan drie uur na de middag, doordat de zon geen licht meer gaf. Het voorhangsel van de tempel scheurde middendoor. Toen riep Jezus met luider stem: 'Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest'. Nadat Hij dit gezegd had, gaf Hij de geest (Lc. 23,44-46).

De aarde zinkt weg in duisternis terwijl van de tempel – plek van Gods tegenwoordigheid – het voorhangsel scheurt. Jezus' dood is een kosmisch en liturgisch gebeuren: als teken van het begin van een nieuwe eredienst in een tempel niet door mensen gebouwd; het is Jezus' Lichaam zelf dat de volken samenbrengt en verenigt in het sacrament van zijn Lichaam en zijn Bloed.

Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest is een oproep van uiterst en volkomen Godsvertrouwen. Vader herinnert aan Jezus als twaalfjarige. Toen bleef Hij drie dagen in de tempel. Zijn ouders zei Hij: Wat hebt gij toch naar Mij gezocht? Wist ge dan niet, dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn? (Lc. 2,49). Van begin tot het eind worden Jezus' gevoelens, woorden en daden volledige bepaald door de unieke relatie met de Vader.

In uw handen beveel Ik mijn geest (ps 31,6) is dramatisch, maar ook doordrongen van een diepe rust, die ontstaat uit het vertrouwen in de Vader en uit de wil om zich totaal aan Hem toe te vertrouwen.

Jezus nodigt ons uit tot het moeilijke gebaar om te bidden voor hen die ons kwaad doen, om altijd te vergeven. Wij worden uitgenodigd om in ons gebed dezelfde houding van barmhartigheid en liefde te beleven die God ook tegenover ons toont: vergeef ons onze schuld zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven. Tegelijk geeft Jezus ons de zekerheid dat wij nooit uit Gods handen zullen vallen.
17 februari 2012