Toon en inhoud van de gesprekken tussen slachtoffers en vooral een aantal ordes en congregaties zijn dikwijls onvoldoende open en tegemoetkomend, soms eerder confronterend, meldt de voormalige commissie in haar eerste periodieke (monitor)rapportage.
Met de periodieke monitor volgt en beoordeelt de commissie de uitvoering van haar aanbevelingen door de Kerk. Deze aanbevelingen maken deel uit van haar eindrapport dat de commissie in december 2011 publiceerde.
De commissie keek onder meer naar het functioneren van de onafhankelijke Stichting Beheer & Toezicht, die zorg draagt dat de verschillende instanties hun werk naar behoren doen zodat slachtoffers worden gehoord en geholpen.
Daarnaast bekeek de commissie in deze rapportage hoe de Kerk zich opstelt en inzet bij erkenning van het seksueel misbruik, hulp, genoegdoening en nazorg van slachtoffers. Ook het preventiebeleid is tegen het licht gehouden.
De commissie baseert zich onder meer op verantwoordingen van de Rooms-Katholieke Bisschoppenconferentie en de Konferentie Nederlandse Religieuzen (KNR), verslagen van de Stichting Beheer & Toezicht en de koepelorganisatie van lotgenotengroepen KLOKK, gesprekken met andere betrokken geledingen en individuele signalen.
De commissie heeft gesteld dat in 2013 de meeste klachten moeten zijn afgehandeld. Omdat dit veel vraagt van Meldpunt en Compensatiecommissie adviseert de commissie een extra investering door de Stichting Beheer en Toezicht. Ook is “adequate betrokkenheid” van vertegenwoordigers van slachtoffers gewenst bij het functioneren van het Meldpunt.
Positief is de commissie ook over het functioneren van de Contactgroep, opgericht naar aanleiding van één van haar aanbevelingen. De Contactgroep die als aanspreekpunt dient voor slachtoffers, moet in voorkomende gevallen oplossingen bieden voor knelpunten in de behandeling van klachten. Medewerking van ordes en congregaties van de KNR aan deze Contactgroep verdient verbetering, meent de commissie.
Bepaald minder positief is de commissie over de toon en inhoud van gesprekken tussen de RKK en misbruikslachtoffers. Ze neemt vooral bij een aantal ordes en congregaties een soms confronterende houding waar, terwijl ‘het tegendeel, een open en tegemoetkomende houding, eerder vanzelfsprekend hoort te zijn’. De commissie geeft hierbij aan dat ze vanaf het begin van haar onderzoek in de benadering van slachtoffers een merkbaar verschil waarnam tussen bisdommen en een aantal ordes en congregaties, goede voorbeelden daargelaten. ‘De noodzakelijk gebleken inhaalslag is te weinig en verloopt veel te moeizaam.’
Ook constateert de commissie dat slachtoffers in de bisdommen beter en makkelijker toegang hebben tot contact, afhandeling, genoegdoening en nazorg dan bij ordes en congregraties, al dan niet verenigd in de KNR. De commissie roept de betreffende ordes en congregaties via de KNR op hun ‘verdeelde en gefragmenteerde aanpak van de oplossing van het leed van zo velen in te ruilen voor een op solidariteit en voortvarendheid berustende oplossing van de klachten en meldingen’.
De commissie vervolgt: ‘Zo’n voortvarende en aansprekende aanpak is nodig om de problemen ter zake het seksueel misbruik en de nasleep daarvan op te lossen. Dat moet zonder reserve en gebakkelei over aansprakelijkheid en juridische neteligheden worden geregeld. Binnen het raamwerk van de Stichting Beheer & Toezicht of langs andere, meer pragmatische wegen, zoals mediation’.





Aanmelden Nieuwsbrief
Zie mij op Facebook!
Poll