Johannes Paulus Magnus

Een terugblik op de dagen rond het overlijden van paus Johannes Paulus II.

Weldra sluit Johannes Paulus II zijn evangelieboek van het lijden. Vrijdag, de eerste april in de middag. De paus heeft nog de Eucharistie geconcelebreerd, de getijden gebeden, de kruisweg gevolgd. Hij heeft de Kerk over de drempel naar de eenentwintigste eeuw geleid. Nu overschrijdt hij de drempel van de tijdelijkheid naar de eeuwigheid. Het leven wel besteed, de heerlijkheid verdiend.

 

Rome is in spanning. Sinds elf uur gisteravond is alleen de paus nog op de televisie. Om drie uur vannacht word ik wakker en knip opnieuw de televisie aan. Het leven van Karol Wojtyla wordt getoond. Hij is dus dood, denk ik, en kniel neer. Maar internet meldt nergens het sterven van de paus. In de ochtend weer steeds de televisie met berichtgeving. Onderwijl telefoons uit het vaderland. "U bent dus nog in Rome", zegt de ene. "Wat bent u van plan?", vraagt de ander. Ik weet het niet, terwijl emotie mij de baas wil worden. In de middag ben ik met Nederlandse televisie op de Via della Conciliazione nabij Piazza di San Pietro. "Het is toch alleen maar een oude man die niet meer kan praten", tergt mij de ondervrager. "Maar de paus is de grootste, religieuze leider van nu; hij is de vader van de wereldwijde Moederkerk", reageer ik.

De Eeuwige Stad verkeert in spanning en in ontroering. Voor Johannes Paulus II breekt de tijd aan na gedane arbeid te rusten en de Heer Zelf te ontmoeten – niet langer in gewaarwording of in de andere mens, niet langer in de Schrift of onder de gedaante van brood en wijn, maar van gezicht tot gezicht. Terwijl de gedachten in Rome blijven, stap ik in het vliegtuig.

Zaterdag. Dag van wachten aan de televisie. In Amsterdam RAI Uno, in Hilversum CNN. De paus wacht nog met sterven. Hij dwingt de wereld na te denken over leven en dood, over de kracht van eeuwige barmhartigheid in sterfelijke broosheid. Napratend in de studio komt plotseling het doodsbericht. In de volgende uren wordt het mij eens te meer duidelijk hoe ver Nederland, althans in de openbaarheid, verwijderd is van hetgeen de Wereldkerk beweegt, nu de Heilige Vader klopt aan de poort van zijn voorganger Petrus.

Journalistieke verbazing over waardering en dank van wereldleiders aan de kampioen van God, de atleet des Heren, de verkondiger van vrede en gerechtigheid in navolging van Christus. Journalistieke verwondering om wenende mensen op het Petrusplein en huilende jongeren in Krakau. Hoe weinig blijkt hier de grote zoon van Polen begrepen. Hoe kritisch op de paus blijft het Lage Land.

Ver voorbij het middernachtelijke uur bereik ik mijn hoofdstedelijke optrek. Langs RAI Uno keer ik terug naar het omarmende plein in Rome. Hoe internationale televisie kan verenigen. Wat te doen? Wat valt er te slapen? Wat beter dan de Heilige Mis van Beloken Pasen op te dragen ter nagedachtenis van Johannes Paulus Magnus – de rots in de branding, zoals kardinaal Simonis hem heeft getypeerd. Aldus doe ik in de stilte van het vroegste ochtenduur in mijn appartement.

Karol Wojtyla heeft aan de priester zijn identiteit teruggegeven die na het Tweede Vaticaanse Concilie even – stellig in Nederland – leek te verdampen in het algemene priesterschap van alle gelovigen. Wat beter dan de Heer te danken voor het geschenk van deze paus en te bidden voor dienst rust in de eeuwige vrede en het eeuwige licht van de hemel.

Zondagmorgen. Op de Nederlandse televisie tref ik twee dames en een heer aan rond het altaar in de zendtijd van de bisschoppen. Op de Belgische televisie de volle kathedraal in Brussel. Kardinaal Danneels preekt over de pauselijke welsprekendheid in zijn zwijgen van de jongste tijd, over de verandering van het pauselijke gezichtspunt – niet meer met ons naar omhoog, maar bij God naar omlaag tot ons. Op de Italiaanse televisie het overvolle Petrusplein. Kardinaal Sodano preekt over de engel des Heren die langs het apostolische paleis is gekomen om de Herder van de Kerk uit te nodigen het Rijk der hemelen te betreden. Hij troost dat het leven bij de dood wel verandert maar voortgaat. Hij weet dat de engelen Johannes Paulus II naar het paradijs begeleiden.

Tranen daar, tranen hier.

Antoine Bodar

21 april 2011