Een groot cadeau

Het is indrukwekkend hoeveel mensen geraakt zijn door het leven en de dood van Wojtyla.

 

Zoveel mensen als er naar het Sint-Pietersplein komen om te bidden voor en bij de paus. Niet alleen christenen, maar ook joden en moslims en anderen die niet (kunnen) bidden maar er toch bij willen zijn. Velen zeggen op radio en televisie dat Johannes Paulus voor hen "als een vader" was. Vrachtwagenchauffeurs, journalisten, prostituees, jongeren, ouderen vertellen dat Wojtyla een beslissende invloed op hun leven gehad heeft.

 

Er zal dezer dagen veel over hem geschreven worden. De intellectuelen zullen zeggen dat hij meer filosoof dan herder was. Dat hij teveel het contact met de mensen zocht en de curie verwaarloosde. Dat hij te autoritair was. Dat hij feitelijk geen leiding gaf aan de Kerk (dat zeggen vaak dezelfde mensen die vinden dat de Kerk te autoritair is). Dat hij reactionair was. Te theologisch. Te Pools. Te Mariaal. Dat hij de Kerk teruggebracht heeft naar de tijd voor het Concilie. Dat hij de Kerk een eigen, nieuwe koers liet varen. Dat hij apocalyptisch was. Megalomaan. Theatraal. Anti-vrouw. Fundamentalistisch. Politicus. Vredesfanaat. Enzovoort.

Maar het "volk" weet dat hij een "heilige" was: een groot cadeau dat God in deze jaren aan de Kerk en de wereld gegeven heeft. Een "heilige", dus een écht mens, zozeer overtuigd van de liefde van God voor de mens, dat hij niets anders wil dan dit bekendmaken aan iedereen die hij tegenkwam. Eén van die personen door wie je Christus kunt leren kennen: Wojtyla maakte de pauselijke titel "plaatsbekleder van Christus op aarde" charismatisch waar.

Hij heeft de Kerk haar zelfbewustzijn teruggegeven. De kwestie van de waarheid weer in het centrum van de aandacht gebracht. Hij heeft tot het laatst toe verdedigd wat hem het meest aan het hart lag: de mens, het leven, de relatie tussen man en vrouw; tegen het pessimisme en het cynisme in die de samenleving vernietigen.

Een bijzondere aandacht had hij voor de jongeren, omdat die "jong van hart" zijn: begrijpen dat het leven iets groots is, een belofte in zich draagt, een totale, onuitputtelijke verwezenlijking vraagt. Terwijl de samenleving probeert jongeren zo vroeg mogelijk cynisch en "wereldwijs" te maken, riep hij hen op om "grote idealen" na te streven, zich niet tevreden te stellen met het kleine.

Hij was tevens tot het laatst toe solidair met hen die lijden, hun tonend dat zelfs het lijden een betekenis heeft, een zin heeft. Dat het leven, het hele leven, de moeite waard is. Als zo iemand sterft, is het duidelijk dat het leven daarmee geen einde kán hebben. Ook wie niet gelooft moet erkennen dat een groot man gestorven is. Het was heel bijzonder op dat moment in Rome te kunnen zijn.

Michiel Peeters

21 april 2011