Allerzielen

door  Jan Peeters
Bidden en offeren voor de zielen van onze overleden naasten, verplaatst onze blik van onze navel naar de nood van de ander. Bidden en offeren voor de zielen van onze overleden naasten, verplaatst onze blik van onze navel naar de nood van de ander. Foto: AP
De Kerk viert donderdag 1 november met het hoogfeest van Allerheiligen haar kampioenen van de liefde. Heiligen, dat zijn mensen die er in hoge mate in geslaagd zijn God met heel hun hart te beminnen en hun naasten als zichzelf, of vaak zelfs nog meer.
De christenheid weet sinds haar ontstaan dat deze mensen bij God zo'n streepje voor hebben dat ze soms letterlijk het onmogelijke voor elkaar krijgen. Als zo'n gebeurtenis onomstotelijk vast komt te staan en als 'wonder' wordt erkend, kan iemand zalig worden verklaard. Bij een tweede wonder kan heiligverklaring volgen.

Dat paus Johannes Paulus II aan de talloze erkende zaligen en heiligen er nog eens in totaal 1823 toevoegde is geen 'inflatie', zoals sommigen menen, maar een erkenning van Gods goedheid en mededogen in deze wereld. Bij wonderen gaat het bijna altijd om genezingen. Al laten de overvolle intentieboeken in bedevaartsplaatsen zien dat gebedsverhoringen vaak ook andere zaken betreffen.

De zalig verklaarde JPII wilde er nog iets anders mee zeggen, namelijk dat heiligheid niet alleen de plicht is van iedere christengelovige, maar ook haalbaar is, al geeft ons dat een ongemakkelijk gevoel. Dat is geen devaluatie van de heiligheid, maar een opwaardering van de mens, die met de hulp van Gods genade tot grootse dingen in staat is.

Op 2 november, Allerzielen, gedenken we álle overleden gelovigen, variërend van de 'stille heiligen' tot en met grootste deugnieten. Dat de kerken dan veelal voller zitten dan op de verplichte eerste november laat zien dat ook ver verwijderde gelovigen beseffen dat die Kerk iets betekent voor hun dierbare overledenen, al is het soms slechts vage hoop.

Die dien je niet door je uitsluitend te beperken tot het opsteken van een kaars en het noemen van een naam om de herinnering levend te houden. Dan zijn we niet meer dan heidenen. Het heeft pas zin als je getuigt van de werkelijkheid van het hiernamaals waarvan die talloze heiligen levende getuigen zijn.

Wij vieren niet alleen vol dankbaarheid de heiligen, maar bevelen tegelijkertijd de zielen bij Gods barmhartigheid aan die het verknald lijken te hebben. Dat we voor hun zielenheil bij de Heer mogen aankloppen wisten de Makkabeeën al. Maria heeft in Fatima uitdrukkelijk gevraagd om te bidden en boete te doen voor de zielen in het vagevuur.

Het is in het licht van de hel- en verdoemenispreken uit het verleden begrijpelijk en terecht dat het accent is komen te liggen op Gods barmhartigheid. Maar dat is doorgeslagen in de veronderstelling dat God 'het allemaal niet zo erg vindt' en dat de hel niet zou bestaan.  

Ja, wij kunnen bidden en offeren voor het zielenheil van onze dierbare overledenen, zelfs wanneer ze ons niet zo dierbaar waren of er iets goed te maken viel. Het geldt ook voor de arme zielen in het vagevuur voor wie niemand bidt. Het verplaatst onze blik van onze eigen navel naar de naaste in nood. Het dwingt ons tot mildheid in het besef van eigen gebreken en onhebbelijkheden. Tenzij wij als heiligen het vagevuur mogen overslaan, zijn wij lotgenoten en, in het gebed voor elkaar, bondgenoten. Dan vier je Allerzielen.
25 oktober 2012