Uiteraard is het de taak van de Kerk, van de hele geloofsgemeenschap, daarin begripvol en troostend tot steun te zijn.
Maar het wordt cynisch als de Kerk het traject dat daaraan voorafgaat aan de elementen en het toeval overlaat. Dat gevoel krijg je als een preek niet verder komt dan dat mensen die veertig jaar of langer gehuwd zijn ‘reden hebben tot grote dankbaarheid’ omdat zij samen ‘de stormen van het leven hebben doorstaan’.
Wie dat zo beluistert vraagt zich af of de rol van de Kerk ook nog een andere is dan die volbrachte gezamenlijke levensarbeid mee te vieren. Dat laatste zou zo zijn indien het huwelijk, zoals Maarten Luther beweerde, een “wereldse zaak” is.
Maar dat is het niet. Dat Jezus de onverbreekbaarheid van het huwelijk tegen de Mozaïsche wet in onderstreept is niet een onbuigzaam kantje van Hem. God heeft met het huwelijk een bijzondere bedoeling waar de mens niet zomaar aan kan morrelen.
Het huwelijk van man en vrouw vormt beeld en gelijkenis van de heilige Drie-eenheid en heeft scheppende kracht en niet alleen in biologische zin. God gebruikt het huwelijk als beeld van Zijn verhouding tot zijn volk. Paulus betrekt het geheim van het huwelijk, dat ”diepe zin” heeft, op de verhouding van Christus tot Zijn Kerk. Mannen dienen hun vrouwen lief te hebben zoals Christus de Kerk liefheeft, waarmee niets anders bedoeld kan zijn dan totale zelfgave.
Als het huwelijk zo met God verbonden is, dan dient Hij daar van meet af bij betrokken te worden, al vanaf de partnerkeuze. Het boek Tobit getuigt op ontroerende wijze hoe nauw God daarbij betrokken wil zijn. Onze God is geen heidense god van het toeval, die de greep maar moet zegenen.
Het is de taak van de Kerk daarin op te voeden en te vormen. Zij moet op de waarde van het huwelijk, van zelfgave en trouw blijven wijzen, óók of juist dan wanneer het moeilijk wordt of pijn doet. De heiligingstaak van de Kerk bestaat erin mensen te helpen hun roeping te vervullen, moeilijkheden te overwinnen, standvastig te blijven en lijden te doorstaan. Dat wordt niet minder indien mensen er niet in slagen hun huwelijk overeind te houden.
Maar het mislukken zou wel eens minder frequent kunnen worden als de Kerk zou laten merken weet te hebben van de worstelingen die mensen doormaken, die pijn meedraagt, blijft aanmoedigen en de nood zonder ophouden bij de Heer van het huwelijk aanbeveelt.
Met het oog op het Jaar van het Geloof en de Synode zijn het niet zozeer de gelovigen wier sprakeloosheid zorgen baart, maar, op dit gebied, die van de Kerk zelf. Zij kan jammeren over het grote gevaar van het homohuwelijk, maar laat zelf de ‘hoeksteen van de samenleving’ al decennia in de verkondiging links liggen. Dan gaat het uiteindelijk nergens meer over en kunnen de kerken dicht. (JP)




Aanmelden Nieuwsbrief
Zie mij op Facebook!
Poll