Wereld Abortusdag

Wereld Abortusdag Beeld: www.september28.org

De Wereldgezondheidsorganisatie WHO wil dat artsen gedwongen kunnen worden abortus uit te voeren of er medewerking aan te verlenen.

Dat blijkt uit de nieuwste richtlijnen van de VN-organisatie om wereldwijd het recht op abortus door te drukken. Het verschijnen van die richtlijnen valt samen met de Wereld Actiedag voor Toegang tot Veilige en Legale Abortus die op 28 september wordt gehouden.

Volgens de WHO-richtlijn moeten gewetensbezwaarde artsen verplicht worden bij een verzoek om abortus direct door te verwijzen naar een collega bij dezelfde instelling. Indien die er niet is, zal de arts zelf het ongeboren kind moeten doden. Deze kan zich niet beroepen op gewetensbezwaren omdat het leven of de gezondheid van de moeder anders in gevaar zou worden gebracht.

Dat dat laatste extreem breed wordt uitgelegd weet iedere arts: het komt zelden voor dat het leven van de moeder gered kan worden alleen door het kind dat zij draagt te doden. In die zeldzame gevallen zullen artsen pogen levens te redden in plaats van bewust te beëindigen. Het is trouwens een discussie over zeldzaamheden die wordt misbruikt om het opzettelijk doden van onwelkom leven te legitimeren.

Omgekeerd zijn de cijfers veel schokkender: het Amerikaanse Elliott Institute beschikt over een alsmaar uitdijende berg wetenschappelijk en statistisch bewijsmateriaal die aantoont dat abortus uiterst schadelijk is voor het leven van vrouwen en zowel hun levensverwachting als kwaliteit van leven aanzienlijk beperkt. ‘Veilige’ abortus is een gotspe.

Mede op grond daarvan begint in de VS de steun voor vrije abortus steeds verder af te brokkelen. Zelfs onder vrouwen die pro-choice zijn verschuift de mening over abortus van verworven absoluut recht naar een in sommige gevallen noodzakelijk kwaad.

Het Elliott Institute wijst er op dat de tegenstelling tussen moeder en kind een valse is: abortus is een van de ergste dingen die een vrouw kan overkomen. Abortus lost geen problemen op, maar roept andere op.

Maar er is meer valsheid in de discussie rond abortus. Toen de blinde Chinese activist Chen Guancheng begin dit jaar een diplomatieke rel veroorzaakte door naar de Amerikaanse ambassade in Peking te vluchten werd niet of nauwelijks door de media gemeld waar Guangcheng zijn leven voor in de waagschaal stelde: het aanklagen van de op grote schaal verrichtte gedwongen abortuspraktijk in China. Toen enkele maanden later schokkende beelden de wereld rondgingen van Feng Jainmei met naast haar de resten van haar gedwongen geaborteerde zeven maanden oude baby verstomde de aandacht in een oogwenk.

Hetzelfde gebeurde afgelopen week toen de Schotse bisschop John Devine stelde dat foto’s van geaborteerde foetussen net zo’n schokkende realiteit laten zien als de beelden van slachtoffers van oorlog, honger, mishandeling of van concentratiekampen. Foto’s van abortus mogen net zo min uit het publieke bewustzijn worden gebannen als van andere gruwelen. “Als we de foto’s niet kunnen verdragen, hoe kunnen we ons dan neerleggen bij de werkelijkheid?”, vraagt de bisschop zich af.

Pro-abortusgroepen proberen dat laatste argument te bedelven onder geveinsde verontwaardiging dat de bisschop abortus met de Holocaust zou vergelijken. Dat deed hij dus niet. Hij vergeleek het effect van beeld.

Het Canadese parlement besluit deze week of er een motie wordt aangenomen over de vraag wanneer je wetenschappelijk gezien over een mens kunt spreken. Volgens de huidige wetgeving kan dat pas vanaf het moment dat het kind ter wereld komt. Dat dat krankzinnig is begrijpt ieder die van nabij de ontwikkeling van een zwangerschap meebeleeft. Alleen al de talloze stap-voor-stap zwangerschapsboeken tonen aan hoe onhoudbaar die wet is.

Voorstanders van abortus zien de bui al hangen: want puur wetenschappelijk gezien is er geen ander non-arbitrair moment van menswording aan te voeren dan dat van de conceptie.

De kans is daarom groot dat het Canadese parlement de kop in het zand steekt. Niet alleen omdat men daardoor voor ongemakkelijke keuzes komt te staan, maar ook omdat men een en ander op het geweten heeft. Het doet denken aan de dwaze discussies rond de afschaffing van de slavernij. Daarbij bepaalde het economisch nut en het politiek belang lange tijd of de ‘zwarte’ wel als volwaardig mens kon worden beschouwd en dienovereenkomstige rechten had.

Het ‘recht’ op abortus en het breken van de gewetensvrijheid omwille van dat ‘recht’ komt neer op een totalitaire terreur die zijn weerga niet kent. Het verandert niets aan de moeilijke omstandigheden die vrouwen uit wanhoop tot abortus drijft. Vrouwen hebben zelfs geen alternatief meer dan de slachtbank van de aborteur.

Alleen het besef van de ernst van die problemen en van wat abortus werkelijk inhoudt, kan een prikkel vormen daar echt iets aan te doen. (JP)

27 september 2012