Junk DNA blijkt slim en functioneel

Het zorgt nog niet voor koppen in de media, maar in de wetenschap voltrekt zich een revolutie.
Die kan uitdraaien op een paradigmawisseling: een omslag in de manier waarop de wetenschap naar de werkelijkheid kijkt.

Wat is er aan de hand? Vorige week is een publicatie verschenen in het gerenommeerde wetenschappelijke tijdschrift Nature. Daarin wordt verslag uitgebracht van een groot onderzoeksproject ENCODE dat is uitgevoerd door meer dan 400 wetenschappers van 32 instituten. Zij hebben het zogenaamde junk DNA ('afval-DNA'), dat zijn de delen van het DNA die niet coderen voor eiwitten, aan een onderzoek onderworpen. Het blijkt helemaal geen afval te zijn. Dat dachten we alleen maar. De junk zat tussen onze oren, niet in ons DNA. Van zeker tachtig procent van het menselijke DNA kan nu al aangegeven worden dat het op enig moment van ons leven een aanwijsbare functie heeft, voor instandhouding van onze gezondheid en welzijn.

Waarom is dit zo belangrijk? Het concept junk DNA is steeds uitgespeeld als hard bewijs dat de evolutie blind en mechanisch verloopt. Waar kon die zinloze rommel in onze chromosomen anders vandaan komen? Het idee van een intelligent ontwerp werd er totaal door ontkracht. Nu werd de laatste jaren al duidelijk dat die 'rommel' wel eens functioneler kon zijn dan gedacht, zoals Intelligent Design (ID), de dissidente wetenschappelijke minderheidsbeweging had voorspeld. (De briljante ID-onderzoeker Sternberg werd er zelfs om verketterd.) Pas het ENCODE-project heeft het nu buiten iedere twijfel gesteld. "Het concept van junk DNA klopt echt niet. Het is verouderde beeldspraak", zegt Richard Myers van het Hudson Alpha Institute voor biotechnologie in Alabama.

De publicatie in Nature brengt grote ontreddering in het darwinistische kamp, dat dogmatisch wil vasthouden aan een naturalistische, negentiende-eeuwse wetenschapsopvatting. Ondanks het immense belang van ENCODE en de betrokkenheid van honderden wetenschappers en publicaties, spreekt men daar zelfs van een 'hype'. Geloof het of niet: darwinist prof. Larry Moran (Universiteit Toronto) durft de projectleiding openlijk te verwijten dat zij de uitkomsten zomaar bekend hebben gemaakt, zodat 'creationisten' (zoals darwinisten alle andersdenkenden noemen) er hun voordeel mee kunnen doen. "Dit gaat mijn leven heel erg moeilijk maken", klaagt Moran.

Toch zijn darwinisten en wetenschappers die ID aanhangen het samen over één ding roerend eens. De complexiteit van de menselijke cel is hoe dan ook adembenemend en ontzagwekkend 'intelligent'. Achter elke doorbraak ligt weer een nieuw vergezicht.

De grote vraag is of die vergezichten niet dwingen tot bezinning. Is het nog reëel deze weergaloze complexiteit op te vatten als resultaat van een blind en doelloos proces? Al in de jaren dertig merkte de bioloog J.B.S. Haldane op: "Teleologie (doelgerichtheid in de natuur) is voor een bioloog als een maîtresse. Hij kan niet zonder haar, maar wil niet in het openbaar met haar gezien worden."

Dat was toen. Nu is er alle reden een net huwelijk met haar te sluiten.

14 september 2012