donderdag 9 september 2010 11:57:04
Katholiek Nieuwsblad

 Nieuws - Opinie - Inspiratie
Home | Contact | Rss |A- A+       
Nieuws Opinie Agenda Beeld en geluid Dossiers Inspiratie Contact  
 

Luther

- 19-11-2008 12:00:00  00:000 uur
Vandaag staan we stil bij een thema dat centraal stond in de controversen tijdens de Hervorming: hoe wordt de mens in de ogen van God rechtvaardig? Toen Paulus de Verrezene ontmoette op de weg naar Damascus, was hij onberispelijk in de gerechtigheid volgens de wet (Fil. 3,6) en zette hij zich ijverig in voor de tradities van de vaderen (Gal. 1,14). Damascus veranderde zijn bestaan radicaal: Paulus gaat over van een op de wet gebaseerde gerechtigheid naar een op het geloof in Christus gebaseerde gerechtigheid. De tegenstelling tussen de twee wegen die tot gerechtigheid leiden, staat centraal in Paulus’ boodschap: de ene bouwt op de werken der wet, de andere is gefundeerd op de genade van het geloof in Christus. Het is een van de dominante motieven in Paulus’ brieven: Wijzelf zijn van geboorte joden, geen zondaars uit de heidenen. Maar daar wij weten dat de mens niet gerechtvaardigd wordt door de werken van de wet maar alleen door het geloof in Jezus Christus, zijn ook wij in Jezus Christus gaan geloven, om gerechtvaardigd te worden door het geloof in Christus en niet door de werken van de wet, want door de werken van de wet zal geen mens gerechtvaardigd worden (Gal. 2,15-16). De christenen van Rome houdt hij voor: Allen hebben gezondigd en allen zijn verstoken van de goddelijke heerlijkheid en allen worden zij om niet door zijn genade gerechtvaardigd, krachtens de verlossing die in Christus Jezus is (Rom. 3,23-24). Hij voegt eraan toe: Ik beweer juist, dat de mens gerechtvaardigd wordt door te geloven, niet door de wet te onderhouden (Rom. 3,28). Luther vertaalt deze zinsnede met ‘gerechtvaardigd door het geloof alleen’. Eerst moeten wij verduidelijken wat deze ‘wet’ is, waarvan wij bevrijd zijn en wat ‘de werken der wet’ zijn die niet rechtvaardigen. Al in de gemeente van Korinte dacht men dat het ging om de morele wet en dat de christelijke vrijheid bestond in de bevrijding van de ethiek. Kortom, ‘Alles is mij toegestaan’. Dit is natuurlijk een foute interpretatie: de christelijke vrijheid is geen zedeloosheid en de bevrijding waarover Paulus spreekt, is geen bevrijding van het doen van het goede. Wat betekent echter de wet? Voor Paulus en zijn tijdgenoten betekent het woord wet de Tora, dus de vijf boeken van Mozes. In de farizeïsche interpretatie die Paulus zich eigen had gemaakt, betekent de Tora een complex van afdelingen, die liepen van de ethische kern tot en met het in acht nemen van rituele en cultusregels. Dat alles bepaalde substantieel de identiteit van de rechtvaardige mens. In het bijzonder ging het om de besnijdenis, het in acht nemen van de spijsvoorschriften en in het algemeen de rituele reinheid, alsook het onderhouden van de sabbat et cetera. Dit soort zaken verschijnt ook steeds in de uiteenzettingen tussen Jezus en zijn tijdgenoten. Paulus begreep het naleven van de wet als verdediging van het erfgoed van het geloof in de enige God en zijn beloftes, en hij zag de identiteit van Israël bedreigd door de vrijheid der christenen. Daarom vervolgde hij hen. Toen hij de Verrezene ontmoette, begreep hij dat met de verrijzenis van Christus de situatie radicaal was veranderd. Met Christus werd de God van Israël – de enige ware God – de God van alle volken. De muur tussen Israël en de heidenen was niet meer noodzakelijk: Christus beschermt ons tegen veelgodendom en al zijn afwijkingen. Christus verenigt ons met en in de enige God. Christus garandeert onze ware identiteit en maakt ons rechtvaardig. Rechtvaardig zijn wil eenvoudig zeggen: met en in Christus zijn. Dat is voldoende. Het in acht nemen van andere regels is niet langer noodzakelijk. Daarom is het sola fide van Luther wel degelijk waar, wanneer men het geloof niet stelt tegenover de naastenliefde en tegenover de liefde. Geloven is zich aan Christus toevertrouwen, gelijkvormig worden aan Christus en zijn leven en binnentreden in zijn liefde. Daarom spreekt Paulus in de brief aan de Galaten over het geloof dat werkt door de naastenliefde (Gal. 5,14). Paulus weet dat in de liefde tot God en de naaste heel de wet aanwezig en vervuld is. Heel de wet is gerealiseerd in de communio met Christus, in het geloof dat naastenliefde schept. Daardoor zullen de rechtvaardigen binnentreden in de communio met Christus die werkelijk liefde is. Samenvatting Sef Adams
Tags: Luther

Bookmark and Share

 Gerelateerde artikelen

Vergeten verjaardag van twee historische documenten Vergeten verjaardag van twee historische documenten
Luther Luther
‘Luther niet alleen de schuld van kerkscheuring’ ‘Luther niet alleen de schuld van kerkscheuring’


 Opinie

Wilders en het CDA Wilders en het CDA
Europa: kinderen of kelderen Europa: kinderen of kelderen
Wel wakker liggen om laag kerkbezoek Wel wakker liggen om laag kerkbezoek

 Commentaar

Danneels had maar één zorg Danneels had maar één zorg
Pot en ketel Pot en ketel
Gelijke behandeling? Gelijke behandeling?