Volken verenigen
- 22-3-2006 12:00:00 00:000 uur
De Kerk is gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl de sluitsteen Christus Jezus zelf is (Ef.2, 20). In het eschatologisch perspectief van de hemelse stad Jeruzalem, staan op de grondstenen van de stadsmuur de twaalf namen van de twaalf apostelen van het Lam (Ap.21, 14).
Over de roeping van de apostelen stemmen de evangelies met elkaar overeen. Naar Marcus (1, 16-20) en Matteüs (4, 18-22) vindt de roeping van de eerste apostelen plaats aan het Meer van Galilea, kort na Jezus begon met de verkondiging van het Rijk Gods. Het waren de vissers Simon en Andreas, en Jacobus en Johannes. Welbewust roept Jezus hen. Zij volgen om vissers van mensen te worden (Marc.1, 17; Mat.4, 19). Lucas werkt dit bericht meer uit (5, 1-11). Hij toont de geloofsweg, plaatst de roeping na de eerste prediking van Jezus en de ervaring van de wonderbare visvangst, symbool voor de hun toevertrouwde missie van mensenvissers. Dan wordt hun lot innerlijk verbonden met dat van Jezus.
De apostel is niet alleen gezondene, maar eerder ‘deskundige’ van Jezus. Dit aspect van de eerste ontmoeting van Jezus met de toekomstige apostelen wordt benadrukt door de evangelist Johannes. Plaats van handeling: de oever van de Jordaan. Net als Jezus zijn de toekomstige leerlingen uit Galilea gekomen om het door Johannes toegediende doopsel te ervaren. Hun aanwezigheid werpt licht op hun geestelijke wereld. Zij waren mensen die het Rijk Gods verwachten en de Messias wilden leren kennen. Johannes de Doper wijst in Jezus op het Lam Gods (Joh.1, 36). Dat was voor hen voldoende en zochten naar een persoonlijke ontmoeting met de Meester. Op de vraag van Jezus: Wat verlangt gij? kwamen zij met de wedervraag: Rabbi – vertaald betekent dit: Meester – waar verblijft Ge? Jezus antwoordt dan met de uitnodiging: Gaat mee om het te zien (Joh.1, 38-39).
Zo begint het avontuur van de apostelen als een ontmoeting van personen die voor elkaar open staan, gevolgd door een rechtstreeks leren kennen van de Meester. Zij zullen geen verkondigers van een idee zijn, maar getuigenis geven van een persoon. Alvorens te worden uitgezonden, dienen zij bij Jezus te blijven (Marc.3, 14) en met Hem een persoonlijke relatie aan te gaan. Op deze basis zal evangelisatie niets anders zijn, dan de geleefde uitnodiging binnen te treden in het mysterie van de communio/gemeenschap met Christus (1 Joh.1, 3).
In het evangelie lijkt Jezus zijn missie te beperken tot alleen Israël: ik ben alleen maar tot de verloren schapen van het huis van Israël gezonden (Mat.15, 24). Op analoge wijze wordt de missie van de Twaalf omschreven (Mat.10, 5-6). Dit is te begrijpen in het licht van een bijzondere relatie tot Israël als gemeenschap van het Verbond. Volgens de Messiaanse verwachting zal de goddelijke en rechtstreeks aan Israël gerichte belofte in vervulling gaan wanneer God zelf, door toedoen van zijn Uitverkorene, zijn volk bij elkaar brengt – zoals een herder doet met zijn kudde (Ez.34, 22-24). Jezus is de eschatologische Herder, die de verloren schapen van het huis Israël bij elkaar brengt en naar hen op zoek gaat, omdat Hij hen kent en van hen houdt (Luc.15, 4-7; Mat.18, 12-14; Joh.10, 11-18). Door dit ‘bij elkaar brengen’ wordt het Rijk Gods verkondigd aan alle volken: Ik zal mijn heerlijkheid tonen aan de volken. Ze zullen allen de straf voelen die Ik aan hen voltrek, en mijn machtige hand, die op hen drukt (Ez.39, 21).
Zo nemen de Twaalf deel aan dezelfde missie van Jezus, de eschatologische Herder, en gaan ook zij naar de verloren schapen van het huis van Israël; wenden ook zij zich tot het volk van de belofte, waarvan het bij elkaar brengen teken van verlossing is voor alle volken en begin van de universalisering van het Verbond. De aanvankelijke beperking van zijn missie tot Israël en ook die van de Twaalf wordt effectief tot profetisch teken. Na het lijden en de verrijzenis van Christus is het universele karakter van de missie der apostelen expliciet geworden. Christus stuurt de apostelen uit over heel de wereld (Marc.16, 15), naar alle volkeren (Mat.28, 19; Luc.24, 47), tot het uiteinde der aarde (Hand.1, 8) en deze zending gaat door. De opdracht van de Heer om de volken in de eenheid van zijn liefde te verenigen, duurt voort. (Sef Adams)
Tags: Volken,verenigen
|
|
|