Topambtenaar bruuskeert zijn staatssecretaris
- 25-8-2000 00:000 uur
Hoewel er mediastilte is afgesproken tussen Fred Spijkers, Marjolein Ovaa en staatssecretaris Van Hoof, brengt topambtenaar Bunnik met eigenmachtig commentaar het onderzoek van het dossier Spijkers in gevaar. Heeft drs. Bunnik een eigen agenda?
Henk Rijkers
De naam van drs. W.J.M. Bunnik, directeur-generaal personeel (DGP) op het ministerie van Defensie, is lezers die het dossier Spijkers volgen goed bekend. Hij is de auteur van de kroongetuige in het inmiddels al zestien jaar oude dossier. De kroongetuige is een interne nota die Bunnik, toen nog plaatsvervangend directeur burgerpersoneel, schreef aan de directeur overheidspersoneelszaken van Binnenlandse Zaken, mr. Maagdenberg. (Pikant detail: deze Maagdenberg was weer de directe baas van degene die Spijkers' ontslag dertien jaar later als rechter in hoogste beroep zou bevestigen.) In deze nota, geschreven op 19 september 1984, dus enkele dagen na het ongeval van 14 september, stelt DGP Bunnik: "Het ongeval is in genen dele te wijten aan onvoorzichtigheid van de heer Ovaa en is duidelijk een dienstongeval."
Mensenrechtenorganisatie Geneva Initiative noemde Bunnik de 'kwade genius' van het dossier Spijkers.
Deze nota toont aan dat het ministerie van Defensie wist dat Ovaa geen schuld had, hoewel bedrijfsmaatschappelijk werker Fred Spijkers opdracht was gegeven Marjolein Ovaa te zeggen dat haar man door eigen onvoorzichtigheid bij het testen van een AP-23 mijn was omgekomen. Het toont ook aan dat de 'ommekeer' van het ministerie onder minister Voorhoeve in 1997 niet op basis van nieuwe informatie geschiedde. Ook de voorstelling van zaken die nog geruime tijd daarna door de afdeling voorlichting van Defensie werd gegeven alsof Spijkers de zaak van mevrouw Ovaa aangegrepen had om zijn ontslag aan te vechten, mag als staaltje van bewuste misleiding niet vergeten worden. Uit de nota blijkt voorts dat DPG drs. Bunnik al die zestien jaar van de ware toedracht op de hoogte is geweest. Hij was echter ook een van de drijvende krachten bij Defensie die Spijkers probeerden uit te schakelen. De internationale mensenrechtenorganisatie Geneva Initiative noemde Bunnik zelfs de "kwade genius" van het dossier Spijkers. Zoals bekend liet het ministerie tegen de bedrijfsmaatschappelijk werker geen middel onbenut. Zo probeerde het hem onder meer te 'psychiatriseren': geestelijk gestoord te laten verklaren.
KPMG
Na het voor Defensie vernietigende rapport van de Nationale Ombudsman over de AP-23, eiste de Tweede Kamer vorig jaar dat er een oplossing voor Spijkers zou komen. Het parlement liet de einduitspraak van de Centrale Raad van Beroep en het politieke luchtje eraan voor wat het waard was, en gaf staatssecretaris Van Hoof opdracht de gehele zaak op te lossen. Niet alleen met overlevende slachtoffers van de AP-23 en nabestaanden maar ook met Fred Spijkers, zonder wie, zoals de Nationale Ombudsman toegaf, zijn rapport er niet geweest zou zijn. Op 21 maart van dit jaar liet de staatssecretaris de Tweede Kamer weten dat hij met Marjolein Ovaa en Fred Spijkers een aantal persoonlijke gesprekken had gevoerd en dat tenslotte overeenstemming was bereikt over de inschakeling van een "extern schade-expertise bureau", te weten KPMG, afdeling Ethics & Integrity Consulting.
Verbazing
Eind vorige maand voerde KN een telefoongesprek met oud-staatssecretaris van Defensie Ton Frinking (CDA) en vroeg hem naar zijn herinneringen aan de bemiddelingspoging die twee senatoren van D66, de heren Vis en Glastra van Loon, in 1993 ondernamen om het conflict tussen Defensie en Spijkers op te lossen. Het antwoord van Frinking stemde overeen met het verslag van de senatoren zelf en met een briefje dat Frinking hun kort daarna deed toekomen. Hij beloofde daarin onder meer dat Defensie zou ophouden Spijkers te psychiatriseren. In het telefoongesprek met KN verklaarde Frinking bovendien dat hij zijn ambtenaar Bunnik opdracht had gegeven de zaak "de wereld uit te helpen" en "netjes af te werken". Toen hij korte tijd later was afgetreden als staatssecretaris, moest hij vaststellen dat de zaak zich nog voortsleepte. Hij verbaasde zich daarover: blijkbaar was zijn opdracht niet uitgevoerd. Frinking is, hoewel als getuige door Spijkers opgeroepen, met deze belangrijke informatie nooit op het proces van 1997 verschenen, naar zijn zeggen omdat bewindslieden van Defensie hem dit zouden hebben ontraden.
Onaangename opdracht
Glastra van Loon zou echter de gelegenheid krijgen Bunnik zelf om rekenschap te vragen. Op een tussentijds overleg van de partijen op het kantoor van de Landsadvocaat beweerde Bunnik dat Defensie nooit geprobeerd had Spijkers te psychiatriseren en dat hij daarom niet van zins was de opdracht van de voormalige staatssecretaris uit te voeren. Volgens Spijkers wond Glastra van Loon er zich erg over op dat een ambtenaar de wisseling van de politieke wacht durfde aangrijpen om zich van een blijkbaar onaangename opdracht te ontdoen. Toen de senator verhaal ging halen bij staatssecretaris Gmelich Meijling, erkende deze in het bijzijn van Bunnik dat diens verklaring niet terecht was en dat de afspraak met Frinking voor Defensie bindend was. Hij bevestigde dit nog in een brief van 1997. Toch ging ook onder Gmelich Meijling het ministerie gewoon door de zaak "op een aan de geschriften van Kafka herinnerende manier te traineren", aldus Glastra van Loon.
Zeer misnoegd
Voor journalist Dick Berts was Frinkings relaas in het KN van 4 augustus aanleiding direct van Bunnik een verklaring te eisen. Waarom had Bunnik de opdracht van Frinking niet uitgevoerd? In weerwil van de overeengekomen mediastilte verdedigde Bunnik zich schriftelijk met de mededeling dat hij de opdracht van Frinking "uiteraard naar beste vermogen" had uitgevoerd. Voor staatssecretaris Van Hoof was dit eigenmachtig optreden van Bunnik aanleiding zijn ministerie er vorige week met een interne nota krachtig aan te herinneren dat alleen hijzelf over het dossier Spijkers gemachtigd is verklaringen af te geven.
Fred Spijkers zelf is zeer misnoegd over het eigenmachtig optreden van Bunnik, die hij verantwoordelijk houdt voor het leeuwendeel van het kwaad dat hem is overkomen: "Bunnik is het prototype van wat ik eerder heb aangeduid als de 'sl-enzeloze ambtenaar': slinks in zijn methodes en geen grenzen erkennend, ook die van de wet niet, als het er om gaat zijn eigen belangen veilig te stellen. Bunniks reactie is ernstig omdat hij er voor de zoveelste keer blijk van geeft maling te hebben aan zijn politieke baas en aan de Kamer, die Van Hoof heeft opgedragen de zaak definitief op te lossen. Wat we nodig hebben, is rust in de tent."
De indruk bestaat dat Bunnik zijn politieke baas Van Hoof beentje wil lichten. Diens vertrek zou hem tegenover Spijkers goed uitkomen. Per slot van rekening heeft Bunnik al eens verklaard zich niet gebonden te voelen aan opdrachten die hem door afgetreden bewindslieden zijn gegeven.
Tags:
|