Het katholieke onderwijs bestaat niet
.jpg&Width=300) |
|
Foto: Hollandse Hoogte - Martijn Beekman
|
Peter Doorakkers - 19-1-2007 00:000 uur
Katholiek onderwijs als dienst aan de samenleving. Bij die definitie voelt Wim van de Donk zich thuis. Van de Donk is voorzitter van een commissie die voor de zomer met een advies komt over inhoud en organisatie van het katholieke onderwijs.
Met één ding wil Wim van de Donk, voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en hoogleraar Bestuurskunde in Tilburg, graag afrekenen. Het idee dat katholiek onderwijs alleen kan worden gezien als onderwijs uitsluitend dóór katholieken en alleen vóór katholieken, is in de huidige samenleving achterhaald. Van de Donk sprak er al over in zijn oratie en kwam er in zijn Adelbertlezing in 2005 op terug: katholieken moeten hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Ze moeten dienstbaar zijn aan de samenleving. Daarbij past geen gesloten, naarbinnen gekeerde houding, maar wel een voortdurend vragen naar wat katholiek onderwijs is en wat het voor de maatschappij kan betekenen.
Van de Donk zelf houdt zich actief met die vraag bezig. De Nederlandse bisschoppen en de NKSR benoemden hem recentelijk tot voorzitter van een commissie die zich buigt over de vraag wat katholiek onderwijs betekent. De vraag naar de inhoud van de ‘k’ ligt dan ook voor de hand. Hij reageert terughoudend. “Ik wil niet op de commissie vooruitlopen.” Een tipje van de sluier oplichten kan echter wel: “Iedereen die denkt dat op deze vraag gemakkelijk één antwoord kan worden gegeven, houdt zichzelf voor de gek en kent de geschiedenis niet. De katholieke traditie staat bol van de variëteit. Is ‘katholiek onderwijs’ het onderwijs van de augustijnen, de franciscanen, de jezuďeten? Is het onderwijs dat gesticht is door ouders, door leken of juist vanuit parochies? Kardinaal Danneels zei laatst: ‘Katholiek onderwijs is een dienst aan de samenleving.’ Bij die uitspraak voel ik me wel thuis.”
Dat klinkt mooi, maar waarin onderscheidt een katholieke school zich daarmee van een niet-katholieke?
“Dat is een goede vraag. Uit onderzoek blijkt dat katholieke scholen zich meer dan andere scholen met de Derde Wereld bezighouden. Ze betonen, impliciet of expliciet, meer dan gemiddeld zorg aan anderen. Ik denk dat je als school een goede mensvisie nodig hebt. Eentje die je doet inzien dat onderwijs een relatie tussen mensen is en geen product, dat een school een gemeenschap is waar mensen zich in relatie tot elkaar moeten kunnen ontwikkelen.”
En katholieken realiseren zich dat meer dan anderen?
“Ik vind het arrogant om daarvan uit te gaan. De vraag naar de katholiciteit van het onderwijs is te belangrijk om met domme antwoorden te verpesten. Antwoorden als: ‘Je bent alleen katholiek als je dit of dat zegt.’”
Is er vraag naar katholiek onderwijs?
“Ja. Maar ook dat is geen eenduidige vraag. Er zijn mensen die ‘katholiek’ zien als ‘bidden voor het lesuur’. Maar er zijn ook mensen die het vooral belangrijk vinden dat een school nadenkt over de vorming van jonge mensen in verantwoordelijkheid en liefde tot God en tot elkaar. Er zijn ouders die hun kinderen naar een katholieke school sturen omdat die school in de buurt staat of een goede naam heeft. Anderen doen het vanuit een vaag gevoel voor de traditie waarin ze opgroeiden en weer anderen kiezen er heel bewust voor.”
Is er ruimte voor katholiek onderwijs?
“Ja, dat blijkt uit het feit dat het er ís.”
Maar als het huidige katholieke onderwijs tot tevredenheid zou stemmen, zou er niet zoveel over gediscussieerd worden.
“Er zal áltijd over gediscussieerd worden. Het is arrogant te denken dat je ‘het katholieke onderwijs’ voor eens en altijd kunt vastleggen. ‘Wij zijn de tijden’ zei Augustinus. We hebben de verantwoordelijkheid om de boodschap van het Evangelie uit te dragen, ook in de context van het onderwijs.”
‘Vroeger’, wordt dan gezegd, ‘was er nog een duidelijke identiteit’.
“Ik heb geen last van een overdreven gevoel dat het vroeger allemaal beter was. We moeten niet de fout maken te denken dat iedereen vroeger zo bewust in het geloof stond. Makkelijke oordelen over het hier en nu komen meestal voort uit een gebrek aan kennis van de geschiedenis. Bovendien zijn er evangelische kernoriëntaties die je altijd kunt laten terugkomen.”
Welke?
“De liefde tot de ander. Het is weinig evangelisch als je alleen iets kunt hebben met hen die je identiteit delen. Onze maatschappij is gefragmenteerd en de vraag naar de identiteit van katholiek onderwijs moeten we in die setting stellen en beantwoorden. De identiteitsvraag is deels ook een vraag naar zekerheid, maar dat is een intelligente manier om jezelf voor de gek te houden. Natuurlijk moeten we onze traditie kennen, maar krampachtig herzuilen zie ik niet zitten.”
Waarom slagen streng-reformatorische scholen er wel in zich te handhaven?
“Die staan in relatief homogene streken. Midden in Amsterdam zul je er geen aantreffen. In delen van het land waar de katholiciteit hoog is, zou je vergelijkbare, katholieke scholen kunnen opzetten. Elders niet. Dat kun je wel willen, maar daarmee denk je dat je de wereld naar je hand kunt zetten. Dat is arrogant.”
U zei eerder dat niet de ontzuiling maar de ontzieling van katholieke, maatschappelijke organisaties het probleem vormt.
“Er heerst een soort culturele crisis in onze samenleving, een verwoestende leegheid over de vraag waar het in het leven werkelijk om gaat. Bovendien zijn er in het maatschappelijk middenveld structuren die een hernieuwde bezieling tegenwerken. Organisaties zijn te groot. Juist in het onderwijs zijn kleinschaligheid en intimiteit erg belangrijk. Men kijkt te vaak alleen nog maar naar wat de overheid eist. Alsof men potdorie geen eigen verantwoordelijkheid heeft!”
In de Adelbertlezing die u in 2005 uitsprak, pleitte u voor ‘herzieling’. Ziet u die al?
“Ik heb honderden reacties gehad naar aanleiding van die lezing. Het belang van bezieling en van een expliciete erkenning van de normatieve aspecten van het handelen in zorg en onderwijs wordt weer volop besproken. Op dat punt mag de Kerk zich wel eens wat meer zelfbewust en prominent in het publieke debat manifesteren. Op de kwaliteit van het kerkelijk spreken valt wel wat aan te merken.”
Wat verwacht u van de Kerk?
“Als je trots bent op je boodschap, mag je best wat harder roepen. Er wordt te gemakkelijk gezegd dat we in een seculiere samenleving leven, dat de Kerk in Nederland niets meer voorstelt en dat het ons overkomt. Kom op! De nogal dominante fixatie op het begin en einde van het leven en, soms, op vormen en procedures is niet productief. Je moet aansluiting zoeken bij de maatschappij om de kiemen van je boodschap betekenisvol in die maatschappij te kunnen leggen. Ik vond de kerstactie van de KRO een mooi voorbeeld van hoe het ook kan.”
Is de Kerk kopschuw geworden?
“Misschien wel. Ik begrijp dat overigens wel: vijftien jaar geleden werd je geknipt en geschoren als je in het openbaar over religie sprak. De huidige generatie gaat er meer onbevangen mee om, niet gehinderd door de discussies van twintig jaar geleden.”
De bisschoppen stammen wel uit die tijd.
“Voor een deel wel. Maar voor een deel zijn bisschoppen ook wijze mensen die daar voorbij kunnen denken. De laatste jaren merk ik dat de samenleving het belang van wat bisschoppen te zeggen hebben weer meer herkent en erkent.”
Wat bezielt Wim van de Donk?
“Ik ben katholiek. Als hoogleraar en voorzitter van de WRR kan ik mijn katholiek-zijn niet thuis aan de kapstok laten hangen. Uit mijn geloof volgen consequenties voor de vragen die ik aan de orde wil stellen, ook in mijn werk. Dat is ook een dienst aan de samenleving.”
Tags:
|