33 Cubaanse politieke gevangenen hebben vanuit de gevangenis
een brief geschreven aan de Zuid-Afrikaanse oud-president Nelson Mandela.
Aanleiding was de twintigste verjaardag van zijn vrijlating uit de gevangenis.
De brief is opgesteld door gewetensgevangene Antonio Ramon
Diaz Sanchez, tevens leider van de Christelijke Bevrijdingsbeweging. Sanchez
zit een straf uit van twintig jaar.
Ondanks allerlei moeilijkheden is het 32 andere gevangenen
gelukt de brief mede te ondertekenen. De brief herinnert Mandela eraan dat met
zijn bevrijding op 11 februari 1990 de wereld “getuige was van het begin van
een proces van verandering”.
Deze verandering maakte een einde aan een irrationale sociale
orde en aan het “verwerpelijke apartheidsregime”.
“Wij en vele andere Cubanen, net als U en vele van uw landgenoten
kennen de pijn van gevangenschap omdat je alleen maar wilt bijdragen … aan
niets meer dan gelijke rechten en verantwoordelijkheid voor alle burgers”,
aldus de brief.
Over een maand en een week “na de twintigste verjaardag van
uw vrijlating uit de gevangenis, gedenken wij het zevende jaar van onze
onterechte detentie.” De gevangenen leggen uit dat zij werden gearresteerd
omdat zij aandrongen op vreedzame verandering in Cuba en respect voor mensenrechten.
Net als Mandela, schrijven de gevangenen, “worden wij er onophoudelijk
van beschuldigd de belangen en ideologieën te verdedigen van buitenlandse
machten, een argument dat wordt gebruikt om politieke repressie te maskeren en
om lange gevangenisstraffen te rechtvaardigen.”
De Cubaanse gevangenen drukken hun solidariteit uit met
Mandela en wensen “U en alle Zuid-Afrikanen het allerbeste op deze
internationale viering van twintigste verjaardag van het einde van uw
gevangenschap.”
De Christelijke Bevrijdingsbeweging heeft verklaard dat
slechts 33 gevangenen de brief hebben kunnen ondertekenen door
communicatieproblemen. De organisatie herhaalde haar “eis voor de
onvoorwaardelijke en onmiddellijke vrijlating van alle Cubaanse politieke
gevangenen.”