Antonius van Padua
.jpg&Width=300) |
|
Foto: AP
|
Samenvatting: Sef Adams - 10-2-2010 14:21 uur
Antonius werd in Lissabon geboren uit een adellijke familie, zijn doopnaam was Fernando. Hij werd augustijner kanunnik, eerst in Lissabon, later in Coimbra. Met grote interesse en voortvarendheid bestudeerde hij de H. Schrift en de kerkvaders. In Coimbra kreeg zijn leven een beslissende wending. In 1220 werden daar de relieken getoond van de eerste vijf minderbroeder-martelaren, missionarissen die in Marokko de marteldood stierven. De jonge Fernando wilde hun voorbeeld navolgen en hij vroeg toestemming minderbroeder te worden. Zijn verzoek werd ingewilligd. Zijn naam werd Antonius en hij vertrok naar Marokko. De goddelijke voorzienigheid had echter iets anders voor. Door ziekte moest hij in 1221 naar Italië terugkeren. In Assisi nam hij deel aan het kapittel. Daar ontmoette hij ook Sint-Franciscus. In Italië werd hij priester gewijd en zijn oversten ontdekten Antonius' grote gaven als prediker.
Na intensieve prediking in Noord-Italië en Zuid-Frankrijk werd Antonius een van de eerste theologiemagisters van de minderbroeders. Met Franciscus' zegen begon hij daarmee in Bologna. Hij legde de grondslagen van de franciscaanse theologie, die haar top bereikte met Bonaventura en Duns Scotus. Als provinciaal overste van de minderbroeders in Noord-Italië bleef hij tevens prediken. Nadat Antonius overste af was, trok hij zich terug in de buurt van Padua, waar hij stierf. Een jaar na zijn dood werd hij door paus Gregorius IX heilig verklaard, na vele wonderbaarlijke gebeurtenissen op zijn voorspraak.
In zijn laatste levensperiode liet Antonius twee series preken schriftelijk vastleggen, zondagspreken en preken over heiligen. In die cycli becommentarieert hij liturgische teksten uit de H. Schrift en benut hij de patristisch-middeleeuwse uitleg van de vier schriftbetekenissen: de woordelijke of historische; de allegorische of christologische; de tropologische of morele; en de anagogische, die georiënteerd is op het eeuwig leven. De rijkheid van dit geestelijk onderricht was voor paus Pius XII reden Antonius in 1946 uit te roepen tot kerkleraar. Ook werd hem de titel Doctor Evangelicus toegewezen.
In zijn preken spreekt Antonius onder meer over het gebed als over een liefdesrelatie waarin de mens wordt aangezet zachtaardig met de Heer in gesprek te gaan en die zo een onuitsprekelijke vreugde creëert in de ziel. Antonius wijst erop dat gebed innerlijke stilte nodig heeft. Gebed wordt volgens hem ingedeeld in vier onontbeerlijke houdingen: obsecratio, oratio, postulatio, gratiarum actio: vol vertrouwen het eigen hart openen voor God; liefdevol met Hem in gesprek gaan; aan Hem zijn noden voorleggen; Hem loven en danken. Antonius' gebedsleer heeft specifieke kenmerken: de goddelijke liefde, die binnentreedt in de gevoelens van de wil en van het hart, is ook de bron waaruit een spirituele kennis ontspringt die elke kennis overtreft. Verder schrijft hij: de liefde is de ziel van het geloof… zonder liefde sterft het geloof (Sermones Dominicales II). Alleen in een biddende ziel ontwikkelt zich een geestelijk leven.
Maar al te goed kent Antonius de tekorten van de menselijke natuur en de tendens te zondigen. Dus spoort hij voortdurend aan hebzucht, trots en onzedelijkheid te bevechten en de deugden te gaan beoefenen. Verschillende malen nodigt Antonius de gelovigen uit aan de ware rijkdom te denken, aan de rijkdom van het hart, die goed en barmhartig maakt en zo schatten doet verzamelen voor de hemel. Hij vermaant: U rijken, maakt u de armen tot vrienden, neemt hen op in uw huizen: de armen van hun kant zullen het dan zijn, die u zullen opnemen in de eeuwige woontenten, waar de schoonheid van vrede heerst, het vertrouwen van zekerheid en de overvloedige rust van de eeuwigheid (Sermones Dominicales II).
Tags: Paus Benedictus XVI, Algemene audiëntie, Antonius van Padua
er is nog niet gereageerd op dit artikel
|