Alfonso Maria Fusco
 |
|
Beeld: KN Archief
|
Michaël As - 6-2-2010 10:52 uur
In de Joachimkerk in Rome zit een veertig jaar oude priester diep gebogen voor het tabernakel. De man is voor iedereen duidelijk in gebed. Plots ziet een van de aanwezigen de schouders schokken. De priester huilt, weet zich geen raad met zijn verdriet. Hij wist maar één plaats waar hij heen kon gaan en dat is hier, voor zijn Heer. Alfonso Maria Fusco is zojuist door zijn zusters de deur gewezen. Hij had steun gezocht bij de bisschop, kardinaal Respighi, maar die vond hij niet thuis.
Het begon eigenlijk allemaal zo'n vijftien jaar geleden. Hij was in het laatste jaar van zijn priesteropleiding toen de Heer hem bezocht in een droom. Hij vroeg hem na zijn wijding een nieuwe congregatie van zusters te beginnen die de zorg en opvoeding van wezen, jongens en meisjes, op zich zou nemen.
Eenmaal gewijd werd zijn pastorie een school. Jarenlang ploeterde hij alleen, tot de rijke kinderloze weduwe donna Raffaello Graziano hem een vervallen huis schenkt voor zijn werk. Laat hij nu kort korte tijd later Maddalena Capputo ontmoeten, die zich tot het religieuze leven geroepen weet en hem om raad vraagt. Samen met twee anderen vormt zij de eerste zusters van Sint-Jan de Doper, ook wel baptistinnen genoemd.
Zusters en wezen kwamen, en daarmee de problemen. Wegens ruimtegebrek had Alfonso de stakkers een kamer bij de zusters gegeven. En die waren in al hun felheid uitgevaren. Maar hij wilde alleen maar goed doen, er moest toch gezorgd worden? Het feitelijk onbenullige geschil loopt snel uit de hand. De zusters sluiten letterlijk de deur voor hun stichter en bewerken de bisschop. “Alfonso, jij hebt deze gemeenschap van goede zusters gesticht, zij doen erg hun best. Blijf voortaan bij hen vandaan!”
De Heer luistert naar het verdriet van de arme priester en Alfonso weet dat. Getroost verlaat hij de kerk en begint vol vertrouwen en goede moed te werken. Hij vindt een huis om de wezen op te vangen en roept zijn zusters op heiligen te zijn, Jezus te volgen. “Dochters, als jullie leven in armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid, dan zullen jullie schijnen als de sterren aan de hemel.”
Spoedig worden er meer huizen geopend. Op 5 februari 1910 wordt Alfonso onwel. In de vroege morgen van de zesde worden hem de laatste sacramenten toegediend. Nog eenmaal tilt hij trillend de hand en zegent de huilende zusters. Dan horen ze hem zeggen: “God ik dank U, maar ik was een waardeloze dienaar.”
Paus Johannes Paulus II verklaart Alfonso Maria Fusco op 7 oktober 2001 zalig.
Tags: Heilige, Zalige, Alfonso Maria Fusco, 6 februari
|