Kunstkritiek
.jpg&Width=300) |
|
Beeld: Uitgeverij Aspekt
|
Henk Rijkers - 14-7-2010 13:30 uur
Wie de tentoonstelling ‘Matisse tot Malevich' in de Hermitage Amsterdam bezoekt, komt uit bij het zwarte vierkant van Konstantin Malevich. Het dient opgehangen te worden in een bovenhoek, de traditionele plaats van de icoon in een Russische woning. In plaats van een hemelse gestalte, zien we echter een omlijst zwart vierkant. Het dateert uit 1913, net als Stravinsky's ‘Sacre'. In het jaar voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vormen zij, schilderij en ballet, de iconen van het modernisme dat de twintigste eeuw zal blijven domineren.
Interessant genoeg zijn de makers Russen, afkomstig uit het land van het nihilisme, dat zelf het grootste slachtoffer van die Eerste Wereldoorlog zal worden. Stravinsky vestigt zich in het Westen, Malevich blijft en verbindt zich met het nieuwe regime. Dat dwingt hem terug naar de figuratieve kunst. De man die schreef “als er een waarheid bestaat, dan slechts in de objectloosheid, in het Niets” schildert uiteindelijk weer conventionele portretten.
In het Westen ontwikkelt ‘moderne kunst' zich echter tot een ongenaakbare cultus. De kritiek daarop van John Carey hebben we onlangs behandeld. Uit eigen land ligt er nu deze bundel van drie kritische essays. Ze zijn geschreven door drie kunstenaars en gedreven kunstkenners, die het modernisme onderzoeken als een verschijnsel dat ons iets wezenlijks over onszelf kan onthullen. Het blikje poep van Manzoni, het urinaal van Duchamp en ‘kabouter buttplug' van McCarthy, die nu een plein in Rotterdam mag sieren, zijn de klassieke voorbeelden van aberraties, die ons als zodanig weinig wijzer maken. Zij hebben er echter wel toe bijgedragen dat de opvatting dat niet alles zomaar kunst genoemd mag worden – in de woorden van Roger Scruton – weggespoeld is in Duchamps ‘fontein'.
De essayisten in deze bundel denken daar anders over. Ze schrijven alle drie een helder en geïnformeerd betoog. Willem L. Meijer doet dat vanuit een duidelijk christelijk perspectief. Hij vervult daarmee een echt christelijke rol: het doorbreken van culturele zelfbevestiging. Christenen zijn daarin spelbrekers. Dat is niet ten nadele van de andere twee, die ieder op hun eigen manier het modernisme gedegen onder de loep nemen. Bovendien reiken ook zij bronnen aan waarmee een geïnformeerde kritiek op het modernisme mogelijk wordt. Die kritiek is dringend nodig, wil de moderne mens weer enigszins een objectieve blik op zichzelf krijgen. Ook vanuit een puur christelijke standpunt is deze bundel dan ook zeer aanbevelenswaardig.
Diederik Kraaijpoel, Willem L. Meijer, Lennaart Allan, Niet alles is kunst. Uitg. Aspekt, 310 pp., pb., € 19,95, ISBN 9059118669.
Tags: Boek, Niet alles is kunst, Diederik Kraaijpoel, Willem Meijer, Lennaart Allan, Modernisme
er is nog niet gereageerd op dit artikel
|