Schoonheid
.jpg&Width=300) |
|
Beeld: Uitgeverij Nieuw Amsterdam
|
Henk Rijkers - 4-3-2010 11:12 uur
Telkens wanneer Roger Scruton een onderwerp bij de hoorns vat, kunnen we zeker zijn van een sobere en heldere behandeling, ondersteund door een bijzondere eruditie en een uitmuntend verbaal vermogen, dat nimmer op hol slaat. Schoonheid, een begrip dat deze filosoof ter harte gaat, staat onder druk in een tijd van massa-kitsch, pornografie en onharmonisch grote gebouwen, die ook nog brutaal lelijk zijn. Erger nog zijn de kunstenaars die, zo zij haar tegendeel al niet bewust nastreven, schoonheid als een bijkomstig effect beschouwen.
Dit nu zou een ontwikkeling zijn uit de romantiek, die “de gevoelens van het individu, voor wie het eigen ik interessanter is dan de ander en het rondzwerven edeler is dan ergens thuishoren, in het middelpunt van onze cultuur plaatste. Kunst werd het waagstuk waarmee het individu zich aan de wereld bekendmaakt en de goden oproept hem in het gelijk te stellen. Toch is ze als hoedster van onze hoogste ambities buitengewoon onbetrouwbaar gebleken. De kunst nam de fakkel van de schoonheid over, rende er enige tijd mee rond en gooide hem toen in de pissoirs van Parijs”. Dat laatste slaat op het urinaal (1917) van Marcel Duchamp, een “grap” die een vloed “slaapverwekkende” imitaties opriep en algehele scepsis ten aanzien van de vraag wat kunst is. Overigens accepteert Scruton wel het modernisme van Schönberg, T.S. Eliot en Matisse omdat zij “erop uit waren een bedreigd esthetisch ideaal te beschermen tegen het bederf van de populaire cultuur”. Scruton gaat dus niet mee met bijvoorbeeld John Carey, die meent dat het modernisme een samenzwering is van een door Nietzsche geïnspireerde elite om zich af te schermen van de steeds beter opgeleide massa's.
Scruton aanvaardt ook de darwinistische verklaring dat schoonheid dient om zich seksueel te onderscheiden, al vermeldt hij David Stove's weinig gekende Darwinian Fairy Tales over de “overdreven aanspraken van de evolutionaire psychologie”. Toch komt, als het gaat over erotische kunst en pornografie, Scruton dichtbij een christelijk platonisme uit: “De oude moraal die ons leerde dat we onszelf niet meer kunnen geven als we ons lichaam verkopen, hield waarheid in. Het seksuele gevoel is geen gewaarwording die naar believen aan- en uitgeschakeld kan worden: het is een eerbetoon van het ene ik aan het andere, en – in zijn hoogste vorm – een stralende openbaring van wat je bent.”
Geeft Scruton ons nu een definitief antwoord op de vraag wat schoonheid is? Nee, maar hij levert wel een bezielend betoog dat ons inspireert een eigen positie te kiezen in dit oude, belangrijke en nimmer eindigende debat.
Roger Scruton, Schoonheid. Uitg. Nieuw Amsterdam, 240 pp., pb., € 19,95, ISBN 978 90 468 0390 5.
Tags: Boek, Roger Scruton, Schoonheid
Reacties |
|
|
kemi | 29-7-2010 |
|
|
|