Darwin
wilde de ontdekking van natuurlijke selectie nadrukkelijk alleen op zijn naam
hebben. In feite was Alfred Russel Wallace hem net voor. Diens brief uit
Ternate (Molukken) uit 1858 dreef de eerzuchtige Darwin ertoe zijn Origin of
Species (1859) versneld te publiceren. Wallace nam het gelijkmoedig op. Hij
was trots op zijn correspondentie met de deftige Darwin en noemde zich
‘darwinist’. Maar Wallace zag dat Darwin in nog een ander opzicht met
‘natuurlijke selectie’ aan de haal ging. Het was het ideale fundament voor een
materialistische ideologie. (Ook Karl Marx zag dit, en droeg daarom Das
Kapital aan Darwin op. Die bedankte beleefd.)
Wallace
betreurde het dat Darwin de beperkingen van hun ontdekking niet inzag. Het
sterkste argument daarvoor vormen de menselijke hersenen. Volgens Darwin kan
een orgaan zich niet vormen voordat het nodig is. Met de menselijke hersenen is
dit wel gebeurd. Bewijs van Wallace: als je een kind uit het oerwoud opvoedt,
zal dat net zo goed vreemde talen en wiskunde leren als een ander kind. Darwin
nam Wallace diens dissidentie zeer kwalijk, precies zoals darwinisten nu de
aanhangers van Intelligent Design (ID) doen.
Michael
Flannery brengt Wallace’s standpunt over het voetlicht door een beknopte en
toegelichte editie van diens laatste werk A World of Life (1910). De eigenlijke ontdekker van natuurlijke
selectie blijkt hier in zijn tachtigste levensjaar de wegbereider van ID.
Interessant is dat de veelzijdige natuuronderzoeker dan al de bekrompenheid aan
de kaak stelt van darwinisten als Haeckel en Huxley die proberen de
materialistische lezing van de evolutie als ‘wetenschap’ door te drukken. Dat
doen ze door kritische vragen als ‘onwetenschappelijk’ te bestempelen en buiten
de orde te verklaren. Dit sektarisme houdt thans de hele biologie in een
ijzeren greep.
Intussen
ontpopt Wallace zich als een ruime en boeiende denker. Hij geeft een overtuigende
beschrijving van de vogelveer als een adembenemend staaltje ontwerp, en wijst
op de kleurenpracht van vogels en insecten (die alleen wij als zodanig ervaren)
en de ingebouwde mogelijkheden van de natuur voor de mens als vindplaats van
materialen en medicijnen. Ook wijst hij dan al op de adembenemende
mogelijkheden en complexiteit van de cel, een echt ID-argument, waar
darwinisten machteloos tegenover staan. Alles wijst erop dat de evolutie
‘intelligent’ en doelgericht is verlopen ten behoeve van de mens. Lees dit
boek, want pas wie óók dit teleologische meesterwerk van de eigenlijke
ontdekker van evolutie kent, kan geïnformeerd meepraten in het evolutiedebat.
Michael A. Flannery (ed.), Alfred Russel Wallace’s
Theory of Intelligent Evolution. How Wallace’s ‘World of Life’ Challenged Darwinism. Uitg. Erasmus Press, 226 pp., pb., ca.
€ 20,-, ISBN 978 0 9815204 1 4.