Chesterton, profeet van het populisme
 |
|
KN
|
Henk Rijkers - 25-2-2010 14:14 uur
Met de val van het kabinet lijkt het uur van het populisme te slaan. Na de mislukking op rechts van de LPF, en – op nationaal niveau – Leefbaar Nederland en TON, weet de PVV zich nu hoog in de peilingen te handhaven. Zou het er met de val van Balkenende IV dan toch van komen? Helaas, stelt politicoloog André Krouwel in Nederlands Dagblad, “het populisme breekt slechts het systeemvertrouwen af”. Dat is een veelgehoorde kritiek. Maar voor iemand die ervoor heeft doorgeleerd, gaat Krouwel hier wel kort door de bocht. Zou het niet eerder zo zijn dat het populisme juist een gevolg is van afnemend systeemvertrouwen? En dat de oorzaken hiervan door het populisme raak worden benoemd?
Deftigheid in gedrang Trouw bekritiseert CDA en PvdA omdat zij “met de nieuwe breuk de loper uitrollen voor populisten”. Dergelijk taalgebruik verraadt hoeveel moeite ook de journalistiek ermee heeft. Als de PVV tot de regering doordringt, is dat een wijziging van het regenteske Nederlandse bestel. En het is een feit: populisme brengt de deftigheid in het gedrang. Maar daarom kan het nog wel een correctie zijn op een politiek die is afgedreven in ‘zelfbenoemde weldenkendheid’, én op een daarmee symbiotische perscultuur. Hendrik Jan Schoo (1945-2007) heeft er steeds weer op gewezen. Aan populisme kleven risico’s, maar Schoo wist uit zijn Amerikaanse ervaring ook dat het populisme een zelfreinigingsproces van de democratie is: een zich ontdoen van de slakken van een bestuurscultuur die het zich te makkelijk heeft gemaakt. Populisme is dus het ‘wie niet horen wil, moet voelen’ van de kiezers. Vandaar de instabiliteit die erbij optreedt, maar die evenzeer een gevolg is van de verkramptheid waarmee de elite aan het pluche hecht, als van de aanval daarop.
Gezalfden De katholieke journalist en denker Gilbert Keith Chesterton beschouwde zichzelf “zonder schaamte als een cultureel populist”, schrijft de geleerde dominicaan Aidan Nichols in G.K. Chesterton, Theologian. Juist omdat hij een populist was, koos Chesterton voor de journalistiek. Chesterton (en Nichols) wijzen op de profeet van het elitarisme die ook nu nog intellectuelen in de greep houdt: Nietzsche. Volgens de Amerikaanse econoom en denker Thomas Sowell zien intellectuelen zich als de ‘gezalfden’: uitverkorenen, die de massa’s naar een betere wereld moeten leiden. Vanuit dat Zarathustra-zelfbeeld is het demoniseren van iedereen die dit in gevaar brengt, niet meer dan logisch. Daartegenover vertegenwoordigt het populisme “een vertrouwen in de gemeenschappelijke menselijkheid”, zoals Nichols schrijft. Dat is wel een heel ander geluid, dan de vertrouwde gelijkstelling met (extreem-)rechts.
Quasi-onzelfzuchtig Er is wel een belangrijk verschil met Chestertons tijd. Het populisme stelt zich nu niet alleen tegenover de politieke elite op. Het protesteert ook tegen de grote hoeveelheden vreemdelingen die deze elite het land heeft binnengelaten. De allochtonisering valt goeddeels samen met islamisering. Deze bedreigt de culturele continuïteit van de natie (wat Chesteron ongelofelijk genoeg voorzien heeft in The Flying Inn uit 1914). Dat geeft de elite de mogelijkheid zich op te werpen als quasi-onzelfzuchtige beschermer tegen de ‘xenofobie’ en ‘islamofobie’ van de autochtonen. Het overmatig enthousiasme van de elite voor Europese eenwording en globalisering maakt het alleen nog maar erger. Zoals Mia Doornaert ironisch in De Standaard opmerkt: “Er is geen probleem met de islam in Europa. Er is alleen maar een probleem met Europeanen die zich vragen durven stellen over wat hun identiteit is, want dat is fascistoïde.”
Tags: Populisme, democratie, vrijheid van meningsuiting, Chesterton
Reacties |
|
|
sdfsdf | 28-7-2010 |
|
|
| saai
hoi | 25-3-2010 |
|
|
| saai
445 | 25-3-2010 |
|
|
|